Samir A. (ex-Hofstadgroep) zit weer vast, nu voor terrorismefinanciering

Terrorisme Zeven jaar na zijn vrijlating is het voormalige kopstuk van de terroristische Hofstadgroep opnieuw gearresteerd.

Samir A. komt aan bij de rechtbank in Osdorp in 2006.
Samir A. komt aan bij de rechtbank in Osdorp in 2006. Foto Evert Elzinga

Voormalig Hofstadgroep-terrorist Samir A. is zeven jaar na zijn vrijlating opnieuw gearresteerd op verdenking van een terrorismedelict. Hij zou geld hebben verstuurd aan vrouwelijke jihadisten, met als doel hen te laten ontsnappen uit Syrische detentiekampen. Daarmee heeft de 33-jarige Rotterdammer zich volgens het OM schuldig gemaakt aan terrorismefinanciering.

Zijn aanhouding enkele weken geleden was nog niet naar buiten gebracht, maar wordt nu bevestigd door autoriteiten en Samir A.’s advocaat. Komende week beslist de rechter of zijn voorarrest wordt verlengd.

Samir A. werd in 2004 bekend als kopstuk van de terroristische Hofstadgroep, waar ook de moordenaar van Theo van Gogh, Mohammed B., lid van was. A. werd veroordeeld tot dertien jaar cel wegens het beramen van aanslagen. Sinds zijn vrijlating, in 2013, wordt hij in de gaten gehouden door de politie en de AIVD, omdat hij nog altijd geradicaliseerd zou zijn.

Gevangeniskampen

Het onderzoek waarin Samir A. nu is aangehouden, begon nadat NRC en De Telegraaf in maart 2019 berichtten over een inzamelingsactie voor vrouwelijke Syriëgangers, die Samir A. vanuit Nederland zou coördineren. Het geld zou bestemd zijn om de vrouwen en hun kinderen te laten ontkomen uit gevangeniskampen en het destijds omsingelde IS-gebied in Syrië. „Als je weet dat kinderen ergens dood gaan van de honger, dan help je”, verklaarde Samir destijds tegenover NRC.

Het OM heeft na onderzoek vastgesteld dat Samir A. geld aannam van familieleden en bekenden van vrouwelijke Syriëgangers, om dat geld vermoedelijk via tussenpersonen naar de vrouwen door te sluizen. Deze ondergrondse manier van geld verzenden wordt ook wel ‘Hawala-bankieren’ genoemd. De methode werd door terreurbeweging IS gebruikt om financiële middelen te verkrijgen.

Een betrokkene bij de inzamelingsactie, voormalig Hofstadgroepsympathisant Bilal L., vertelde NRC vorig jaar dat van het geld is bestemd voor smokkelaars die de vrouwen vanuit detentiekampen naar de Syrische regio Idlib kunnen brengen. Zij zouden hiervoor bedragen rond de 5.000 dollar (4.225 euro) vragen. Vorige maand werd bekend dat zo’n vijftien Nederlandse vrouwen met hun kinderen daadwerkelijk zijn ontsnapt uit een detentiekamp en naar Idlib zijn gevlucht. Daar verblijven zij in een villa. Of deze ontsnapping is gefinancierd door Samir A., is niet bekend.

Advocaat Tamara Buruma ontkent in een reactie dat Samir A. schuldig is aan terrorismefinanciering; zij spreekt van ‘hulpverlening’. Buruma wijst erop dat minister Ferd Grapperhaus (Justitie, CDA) Nederlandse Syriëgangers heeft opgeroepen om zelf naar een Nederlands consulaat buiten Syrië te komen als zij teruggehaald willen worden. „Als de minister hen daartoe oproept, is de vervolgvraag: hoe gaan die vrouwen dat doen? En is het strafbaar als je hen helpt? Daar zal de rechter over moeten beslissen, maar ons standpunt is dat je vrouwen en kinderen in nood mag helpen.” 

Het OM ziet donaties aan Syriëgangers, man of vrouw, als het financieren van terrorisme. Die dragen bij, is de gedachte, aan levensonderhoud van terroristen – en daarmee aan hun strijd. Ook valt niet na te gaan waaraan het geld is besteed. De rechter gaat doorgaans mee in die redenering. Zo kregen diverse familieleden van Syriëgangers al celstraffen opgelegd omdat zij hun zoons, dochters, broers of zussen geld opstuurden voor een terugkeer uit het kalifaat.

Samir A. onderhoudt sinds zijn vrijlating veelvuldig contact met Nederlandse IS-strijders. Opsporingsdiensten vermoeden dat hij een inspirator is voor jihadisten, maar hebben nooit genoeg bewijs gevonden voor vervolging. Eerder meldde NRC dat er fouten zijn gemaakt in zijn deradicaliseringstraject. Zo huurde de overheid voor dit traject een imam in die Samir A. geld toestopte, terwijl hij vanwege een vermelding op de nationale sanctielijst geen geld mocht ontvangen.

Lees ook dit artikel over Samir A.: Staatsvijand nummer één deradicaliseert maar niet