Moederbedrijf Miss Etam en Claudia Sträter vraagt faillissement aan

Retail Modeconcern FNG kampte al langer met hoge schulden en geldproblemen. Pogingen kapitaal op te halen zijn mislukt.

Een winkel van Miss Etam in de binnenstad van Groningen.
Een winkel van Miss Etam in de binnenstad van Groningen. Foto Siese Veenstra

Modeconcern FNG, moederbedrijf van kledingketens als Miss Etam, Steps en Claudia Sträter, heeft donderdag faillissement aangevraagd. Het Belgische bedrijf kampte al tijden met een hoge schuld en geldproblemen, mede veroorzaakt door de uitbraak van het coronavirus. Reddingsplannen om nieuw kapitaal op te halen, zijn volgens een woordvoerder mislukt.

Nog deze maand moest FNG enkele tientallen miljoenen euro’s aan leningen aflossen. Dat geld had het bedrijf niet in kas. De afgelopen weken zijn volgens de zegsman „verschillende pistes bewandeld” om nieuwe financiering op te halen. Zo is onder meer gekeken naar uitgifte van nieuwe obligaties. „Die gesprekken hebben jammer genoeg niet tot een positief resultaat geleid.”

‘Ultieme reddingspoging’

Een van die plannen was een „ultieme reddingspoging”, waarover de Belgische krant De Standaard donderdag berichtte, bevestigt de woordvoerder. Volgens de Vlaamse krant wilden enkele Belgische mode-ondernemers de Belgisch-Nederlandse onderdelen uit het concern tillen en daarmee doorgaan. Onder meer Dieter Penninckx, een van de oprichters van FNG en tot voor kort topman van het concern, was zijdelings bij dat plan betrokken.

De groep ondernemers stelde voor 1 euro te betalen voor de verzameling kledingketens en -merken. Zij zouden dan de bankschuld van 260 miljoen euro overnemen. De banken zagen uiteindelijk niets in dat plan, aldus de FNG-woordvoerder. „Zij wilden niet meegaan. Zij zijn uiteindelijk degene geweest die de deur hebben dichtgeklapt.”

Voor een groot deel van de Belgische onderdelen, zoals schoenenketen Brantano en kledingketen Fred & Ginger, is nu faillissement aangevraagd. Bij de Nederlandse ketens gaat het volgens een woordvoerder voorlopig alleen om uitstel van betaling. Dat zegt overigens weinig over de positie van die merken, en heeft vooral te maken met „verschillende wetgeving voor Nederland en België”, stelt hij. „In Nederland moet je eerst surseance aanvragen voor faillissement kan worden aangevraagd.”

Opmerkelijk groeiverhaal

In een door faillissementen geteisterde winkelstraat gold FNG lange tijd als een bijzonder groeiverhaal. Het bedrijf ontstond in 2003 toen drie Belgische ingenieurs – Penninckx en zijn studievrienden Anja Maes en Manu Bracke – een kleine Belgische importeur voor kinderkleding overnamen. In de jaren die volgden, voegden ze het ene na het andere bedrijf toe.

Veel van die overnames hadden één ding gemeen: de bedrijven die ze kochten stonden er financieel niet heel florissant voor. Maar door ze achter de schermen samen te voegen, viel volgens de ondernemers veel winst te behalen. Ze konden goedkoper inkopen, gebruikmaken van hetzelfde distributiecentrum en hoofdkantoor en beter onderhandelen over de huur.

Ruim vijftien jaar na die eerste overname is FNG nu een concern met vijftien merken en ketens, ongeveer vijfhonderd eigen winkels en circa drieduizend werknemers. De omzet van het bedrijf steeg in die periode van 5 miljoen naar meer dan een half miljard euro. Tot een paar maanden geleden was het bedrijf winstgevend.

Kantelpunt lijkt achteraf de overname van de Zweedse Ellos Group, eigenaar van enkele woonwinkelketens, in de zomer van vorig jaar. Daarvoor betaalde FNG 229 miljoen euro, veel meer dan elke andere overname tot dan toe. FNG koos ervoor „tijdelijk heel krap te gaan zitten”, zei Gino van Ossel, commissaris bij het concern, daar onlangs over in NRC. „Toen kwam corona en werd dat plots een heel groot probleem.”

Medio juni werd duidelijk hoe groot de problemen bij FNG precies waren. Het bedrijf publiceerde toen, na meermaals uitstellen, zijn cijfers over 2019. De schuld bleek opgelopen tot 400 miljoen euro en FNG leed een verlies van bijna 300 miljoen euro. Dat had vooral te maken met een afschrijving: de verzamelde modeketens bleken 200 miljoen minder waard dan gedacht.

In een poging lucht te krijgen, ging FNG in onderhandeling met zijn schuldeisers. Veel van hen toonden zich, na lang onderhandelen, bereid voorlopig uitstel van betaling te verlenen. Maar voor zo’n 70 miljoen aan leningen bleek een dergelijke oplossing niet mogelijk: die liepen af en moesten afgelost worden. Zowel banken als investeerders zagen het niet zitten om FNG dat geld te verstrekken, blijkt nu.

Hoewel faillissement is aangevraagd, blijven de winkels van FNG voorlopig open. Een curator gaat proberen die nu te verkopen, aldus de woordvoerder. Voor de onderdelen van de vorig jaar overgenomen Ellos Group is geen faillissement aangevraagd.

Lees ook: Plots lijkt het sprookje van modeimperium FNG voorbij