‘Gezondheidscrisis dreigt voor 2.000 jezidikinderen die IS overleefden’

Kindslachtoffers Tijdens hun gevangenschap werden jezidikinderen gemarteld, gedwongen te vechten en verkracht. Volgens Amnesty International hebben ze nu „dringend steun nodig”.
Een meisje uit de jezidigemeenschap in augustus 2014.
Een meisje uit de jezidigemeenschap in augustus 2014. Foto Emrah Yorulmaz/Anadolu Agency

Voor bijna tweeduizend kinderen van de Iraakse jezidiminderheid die door Islamitische Staat ontvoerd en gevangen gehouden werden dreigt een gezondheidscrisis. Dat concludeert mensenrechtenorganisatie Amnesty International in een woensdag gepubliceerd rapport.

Volgens de organisatie hebben de teruggekeerde kinderen van de religieuze minderheid „dringend steun nodig” van de internationale gemeenschap, zoals hervestiging en opvang na uitsluiting uit de gemeenschap. Bovendien roept Amnesty op tot directe toegang tot onderwijsprogramma’s voor kindslachtoffers, omdat ze momenteel buiten alle onderwijsprogramma’s vallen. „School is essentieel voor de kinderen om hun trauma’s te verwerken”, aldus het rapport.

In de zomer van 2014 veroverde IS de regio Sinjar in Noordoost-Irak, grotendeels bevolkt door jezidi’s. Mannen werden vermoord, vrouwen en kinderen verkracht en ontvoerd. Na de val van het kalifaat in 2017 keerden zeker 1.992 jezidikinderen terug naar hun families in Sinjar. Tijdens hun gevangenschap door IS werden ze veelal gemarteld, gedwongen te vechten, verkracht en blootgesteld aan tal van andere mensenrechtenschendingen.

Lees ook: De yezidi’s zijn hun familie en cultuur kwijt

Hersenspoeling

Veel kinderen hebben ook nu nog te maken met fysieke beperkingen opgelopen door oorlogs- of seksueel geweld, zoals geamputeerde ledematen of schade aan geslachtsorganen. Ook ervaren ze post-traumatische stress, depressie en angststoornissen. Tijdens het onderzoek interviewde de organisatie onder meer slachtoffers, psychiaters, dokters en medewerkers van de Verenigde Naties en Iraakse overheid in de Koerdische regio.

IS slaagde er bovendien in veel van de gevangengenomen kindslachtoffers te hersenspoelen, met als doel hun eigen namen, taal, cultuur en gebruiken te doen vergeten. Als gevolg daarvan hebben de gemeenschap en families moeite met de re-integratie van hun kinderen. De helft van alle geïnterviewde kinderen kreeg bij terugkeer geen enkele vorm van hulp, zij het psychosociaal, medisch of financieel, aldus Amnesty.

Uitsluiting

Ook vraagt de organisatie aandacht voor uit seksuele slavernij en verkrachting geboren kinderen van jezidivrouwen. Deze kinderen worden veelal niet opgenomen in de jezidigemeenschap. Een van de redenen daarvoor is een Iraakse wet die bepaalt dat kinderen van een onbekende of islamitische vader als moslim geregistreerd moeten worden. Officieel mogen ze daarmee niet tot het jezidigeloof behoren. Volgens Amnesty worden vrouwen onder deze omstandigheden met „enorme risico’s” geconfronteerd in Irak.

„Hoewel de nachtmerrie van hun verleden voorbij is, blijven er grote ontberingen voor deze kinderen”, aldus Matt Wells, adjunct-directeur van Amnesty’s crisisonderzoeksteam. „Ze hebben gruwelijke misdaden overleefd en worden nu geconfronteerd met een erfenis van terreur.” Het verbeteren van de fysieke en mentale gezondheid van de kinderen moet de komende jaren volgens hem „een prioriteit” zijn bij de re-integratie van de kinderen in de jezidigemeenschappen.

Lees ook dit interview met de advocaat die zich voor de bevrijding van jezidivrouwen inzette: ‘De kinderen zijn het moeilijkst’