Een iPhone koop je niet zomaar even

Oud leven schrijft op deze plek over haar ouders.

Aflevering 3: Een broodje kroket.

Oud leven

Het vroor en het was glad, er hing sneeuw in de lucht. Maar vader liet zich er niet door weerhouden. Hij moest en zou vandaag naar de Apple Store in Amsterdam. „Om half twaalf ben ik daar”, riep hij door de telefoon. Hij zat al in de trein. En ik zat op de krant. „Kun jij dan ook komen? Denk erom dat je op tijd bent, hoor. De cursus begint precies om kwart voor twaalf.”

„Wat voor cursus, vader?”

„Dat hoor je zo wel.”

Om half twaalf was ik in de winkel op het Leidseplein. Maar vader was er niet. Ik ging zo staan dat ik goed uitzicht had op alle tramhaltes. Na een kwartier vroeg een verkoper of hij me ergens mee van dienst kon zijn. Hij had lang haar, tot over zijn schouders, met daarbovenop een wollen puntmuts. Zijn baard reikte tot zijn borst. „Ik wacht op mijn vader”, zei ik. „Hij komt voor een cursus.”

„Aha. De Apple accessibility workshop. Hoe is de naam? Heeft hij zich ingeschreven?” Hij keek op zijn iPad en schudde nee. „Ik ben bang…”

Om twaalf uur was vader er nog steeds niet. Twee ambulances reden voorbij, met loeiende sirenes. Om tien voor half een zag ik hem uit lijn 5 stappen. Hij herkende me pas toen ik mijn hand op zijn rollator legde.

Thank you”, zei hij met zijn charmantste lach. „O, jij bent het.”

„Wat was het probleem, vader?”

„Probleem? Helemaal geen probleem. Prima reis gehad. In de trein werd ik geholpen door twee keurige jonge jongens die me daarna nog naar de tram hebben gebracht. Ze spraken Engels. Vandaar dat ik daarnet ook Engels tegen jou sprak.”

In de Apple Store werden we opgewacht door de verkoper met de puntmuts. „Ik wil me graag verontschuldigen”, zei vader. „De tram was te laat. Kan ik volgende week terugkomen?”

„U was niet ingeschreven”, zei de verkoper. „Als u mee wilt doen met de Apple accessibility workshop, moet u zich een week van tevoren inschrijven via internet.”

„Nee hoor. Ik zou gebeld worden en dat hebben jullie niet gedaan.”

„Moet u niet eerst een iPhone kopen?”, vroeg ik toen we de winkel uit waren.

Hij schudde nee. „Zo’n ding is hartstikke duur. Die koop je echt niet zomaar even.”

Hij duwde zijn rollator van de stoeprand en stak zonder op of om te kijken over naar de tramhalte. „Laten we een broodje kroket gaan eten bij Van Dobben. Heb je nog tijd? Kijk, de tram komt er net aan. Als we snel zijn hebben we hem.”

Bij Van Dobben zei hij dat de hele reis naar de Apple Store een smoesje was geweest. „Ik wilde gewoon weer eens hierheen. Ik heb je toch weleens verteld over de eerste jaren na de oorlog, toen Van Dobben hier net zat? Man, man, wat een vreugde. Een broodje kroket. Iets lekkerders kon je je niet voorstellen.”