Recensie

Recensie Muziek

Cambridge Sonatas die bulken van vitaliteit

Het Rotterdamse muzikale wonderkind Pieter Hellendaal werd al op zijn tiende organist van de Nicolaïkerk in Utrecht. Later groeide hij – na een leerschool bij de roemruchte Italiaan Tartini – uit tot een van de grote vioolvirtuozen van de achttiende eeuw. Op zijn dertigste verkaste hij naar Engeland, waar hij onder meer Händel leerde kennen. De laatste ruwweg veertig jaar van zijn leven woonde hij in Cambridge.

Hellendaal is een grootheid die meer aandacht en postume roem verdient. Dat bewijzen de zes Cambridge Sonates die voor het eerst zijn opgenomen door violist Pramsohler, celliste Choï en klavecinist Grisvard. De drie betrekkelijk onbekende musici verdienden hun sporen in veel barokensembles van naam. Met oude instrumenten blaast het trio leven in Hellendaals partituren: ze laten deze sonates bulken van vitaliteit. Al laten ze ook helder zijn karakter en stijl doorklinken, die meer ingehouden Brits is dan uitbundig Italiaans. Hellendaal bleek in Cambridge goed op zijn plek.