Opinie

Augustus, winterstop, mei

Marcel van Roosmalen

Ik had afgesproken met een oude vriend, we hadden elkaar te lang niet gezien. Vroeger ging hij na de thuiswedstrijden van Vitesse altijd mee naar mijn ouders in Velp. Het was vooral de oneindig lijkende herhaling van alles.

Ieder jaar hetzelfde liedje van augustus – winterstop – mei.

En na afloop koffie in Velp.

Ik wist alles nog van stadion Nieuw-Monnikenhuizen. Theo Bos, de eeuwige nummer 4; de geur van de pisbakken; mijn broer die nog kon zien; Axel, een gehandicapte jongen die als ze zijn naam scandeerden tegen reclameborden ging schoppen; de eerste keer tegen Ajax toen we werden geplet tegen het gaas; het massaal rammelen met sleutelbossen tijdens de 5-1 tegen FC Twente.

Nou ja, je moet erbij geweest zijn.

Bleek met terugwerkende kracht opeens het voetbal niet het belangrijkste. Dat was het restant van die zondagmiddagen, dat wel gezellig willen doen maar niet kunnen, dat ongewild vervallen in die voortdurende loopgravenoorlog.

Beschietingen over en weer.

In mijn hoofd was dat allemaal verworden tot een grote grijze brij, maar hij viste er moeiteloos nog wat krenten uit. Mijn vader in die leunstoel, klassieke muziek, het gedoe, het geschreeuw. Schijnbaar werd zijn aanwezigheid als zo vanzelfsprekend ervaren dat zelfs mijn ouders de maskers lieten zakken.

Hij wist nog hoe mijn vader sprak, dat hij tussen de verwijten door opeens „gezellig” kon zeggen. Mijn moeder die een schaal zelfgemaakte appelflappen op tafel zette, het zilverpapier moesten we er zelf maar af krabben.

Hij was op het eind nog bij mijn gillende vader geweest, die morfine weigerde. Hij herinnerde zich een opgestoken duim, dat wist ik dan weer niet.

Ik zei dat mijn moeder was verdwenen in het grote niets en liet hem de foto’s van dat ontruimde huis op Funda zien en zei dat ik er nog een nacht had geslapen met mijn broer. Dat we op een gegeven moment alles maar in die container gooiden, dat we friet van Bert Beursken hadden gegeten op het parket en dat ik er nu nooit meer naartoe hoef.

Hij kondigde alvast aan dat ik dat wel ging doen.

Dat er een dag kwam dat ik daar ging aanbellen en dat ik dan zou moeten huilen als in de keuken nog steeds dezelfde groene tegeltjes hangen.

Dat gaat nooit gebeuren, niemand vindt die tegels mooi.

Marcel van Roosmalen vervangt deze week Ellen Deckwitz, die op vakantie is.