Opinie

Zwaarder straffen leidt niet tot minder anti-lhbti-geweld

Recht Grondige hervormingen bij politie en justitie zijn nodig om slachtoffers van lhbti-geweld daadwerkelijk te helpen, schrijven en .
Foto Emanuele Cremaschi/Getty Images

In de aanloop naar de Pride-week benadrukken politici graag dat ook zij, juist zij, pal staan voor lhbti-rechten. „Dit willen we in Nederland gewoon niet hebben, discriminatie om geslacht of seksuele geaardheid”, zei Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) dus eerder deze maand bij het COC in Amsterdam. Anti-lhbti-geweld kan wat hem betreft worden bestreden door strenger te straffen. Dat is, zei hij, „deel van de oplossing”. Die uitspraak kost hem niets, en levert de samenleving ook niets op.

Geweld is voor lhbti’ers een alledaagse realiteit: zeven op de tien krijgt ermee te maken. Volgens belangenorganisatie COC past 60 procent van de lhbti’ers zijn gedrag aan om geweld te voorkomen. De belangenvereniging stelt daarom een pakket aan oplossingen voor, zoals gespecialiseerde discriminatierechercheurs en een nationaal coördinator voor de aanpak van discriminatie in de openbare ruimte. De minister ziet daar weinig in en steunt alleen de oproep tot zwaarder straffen. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt echter steevast dat dit niet tot minder delicten leidt.

Er zijn talloze voorbeelden van strafbare feiten waarvan de maximumstraf werd opgeschroefd met nauwelijks positief effect. Zo kregen daders van doodslag in de jaren negentig zelden meer dan acht jaar. Inmiddels is deze straf vrijwel verdubbeld, terwijl het aantal slachtoffers van doodslag slechts licht daalde. Bovendien is de maximum gevangenisstraf voor het aanzetten tot haat en discriminatie kortgeleden al verzwaard van een naar twee jaar. Zulke verhogingen hebben weinig zin, mede omdat de rechter dikwijls niet toekomt aan het opleggen van de maximumstraf. Dat is ook terecht, want rechters zijn uitstekend in staat om op basis van het dossier en persoonlijke omstandigheden maatwerk te leveren.

Roze in blauw

Daartoe moet het Openbaar Ministerie (OM) wel eerst bewijzen dat het strafbare feit überhaupt is gepleegd. Dit blijkt het hete hangijzer bij antihomogeweld, om nog maar te zwijgen over antitransgeweld. De politie vormt een eerste horde. Aangiftes worden ontmoedigd of niet opgenomen. Om deze drempel te beslechten kunnen ze worden aangenomen door het speciale ‘Roze in Blauw’, maar zaken worden afgehandeld door ‘gewone’ rechercheurs die vaak weinig voeling met de problematiek of soms zelf homofobe opvattingen hebben.

Lees ook: ‘Nashvilleverklaring bleek juist goed voor lhbt-emancipatie’

Als het OM dan al besluit tot vervolgen, wordt discriminatie niet altijd meegenomen in de strafeis. Dat gebeurde bijvoorbeeld in de bekende Arnhemse zaak van twee mannen die met een betonschaar zouden zijn geslagen terwijl de daders scholden met woorden als ‘flikker’ en ‘homo’. Dankzij de bezwaren van advocaat Sidney Smeets die de slachtoffers bijstond, deed de rechter alsnog uitspraak over discriminatie: een homofoob motief achtte hij niet bewezen.

Discriminatoire aspecten zijn dan ook lastig te hard te maken. Gebruikte scheldwoorden duiden niet automatisch op een onderliggend motief en ‘homo’ is een van de meest gebruikte scheldwoorden in Nederland. We zien enerzijds massale maatschappelijke verontwaardiging bij antihomogeweld, en anderzijds in de rechtszaal onwil of onvermogen om dit geweld als zodanig te erkennen. Dit leidt tot grote teleurstelling bij de slachtoffers.

Bovendien weten we uit decennialang onderzoek dat strenger bestraffen vrijwel nooit tot gedragsverandering leidt. Daartoe is rationele overweging vooraf nodig: een beroepsinbreker maakt voordat hij een huis binnengaat een kosten-batenanalyse: „Weegt deze 250 euro cash op tegen een gevangenisstraf van vijf maanden?”. Geweld tegen lhbti-personen wordt daarentegen vaak impulsief gepleegd, uit emotie en in een specifieke situatie.

Dit is ook een punt van bezwaar bij een ander gewild bestrijdingsmiddel: de lokhomo. Het strafrecht staat lokken toe, maar verbiedt uitlokking. Iemand mag niet worden aangezet tot handelingen die hij anders niet had verricht. De grens tussen de twee is vaag, al helemaal bij delicten die in een opwelling begaan worden.

Incapacitatie

In plaats van zwaardere straffen zijn het de pakkans en de snelheid van de strafuitvoering die een effect hebben op gedrag. Straf werkt alleen als die zeker, snel en streng is. Dat staat – gelukkig – haaks op ons strafrecht. Een eerlijk proces vereist dat de afloop onzeker is (alleen de rechter bepaalt de uitkomst), en een zaak dient zorgvuldig en dus zonder haast te worden behandeld. Het strafrecht is hierdoor ongeschikt om gedragsverandering te bewerkstelligen.

Grapperhaus liet zich bij zijn bezoek ontvallen dat door het verhogen van de maximumstraf „de klieren die dit doen in ieder geval even weg zijn”. Dit wordt ‘incapacitatie’ genoemd: door mensen op te sluiten worden zij onschadelijk gemaakt. Alhoewel dit op het eerste oog zeer effectief is, werkt dit maar kort. Daar komt bij dat de gevangenis vooral voor jongeren een leerschool voor criminaliteit kan zijn.

Zolang de minister niet bereid is om grondige hervormingen door te voeren bij de politie, zal het aantal aangiftes, strafrechtelijke vervolgingen en uiteindelijke veroordelingen niet toenemen. Dat zijn er nu gemiddeld slechts zeven per jaar. Politici stellen bij lhbti-kwesties dat het óók draait om het afgeven van een signaal: dergelijke criminaliteit wordt niet getolereerd. De feiten vertellen een ander verhaal.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.