Wat kan het beeld toevoegen aan de muziek?

Beeldcultuur De coronacrisis zorgde voor een explosie van video’s bij klassieke muziek: van webcamstreams tot heuse multimediaproducties. Maar hoe verbeeld je klassiek?

Still uit A Live van Tomoko Mukaiyama en Reinier van Brummelen, onder andere in het Van Gogh Museum in Amsterdam.
Still uit A Live van Tomoko Mukaiyama en Reinier van Brummelen, onder andere in het Van Gogh Museum in Amsterdam.

Zonder corona hadden we nooit geweten dat belcantotenor Javier Camarena rubikskubussen verzamelt: zijn boekenkast staat er vol mee. Tijdens het At-Home Gala van de Metropolitan Opera zong Camarena live vanuit huis, net als tientallen beroemde collega’s over de hele wereld – met uitzondering van überdiva Anna Netrebko, die niet live zong en ook niet thuis, maar vanuit een kitscherig nacht-tv-decor, wat ook wel weer veelzeggend was.

Het was enig, dat human interest-inkijkje in de keuken en de ziel van operasterren. Kwamen we muzikaal aan onze trekken, wanneer ze hun topnoten in de oversturende microfoontjes van hun laptops galmden? Mwah. Maar de zalen waren dicht, de instrumenten opgeborgen, de musici in lockdown. Klassieke muziek speelde zich opeens af op het scherm, net als de rest van het leven.

En toch: een enkele keer was het wél raak. Tijdens datzelfde At-Home Gala van de Met zorgde de jonge sopraan Nadine Sierra voor kippenvel met haar intense performance. Hier gebeurde iets bijzonders: het scherm bracht ons dichterbij. Het was ánders dan live, maar niet per se minder. Voor onze ogen werd Sierra meegesleept, en ze sleepte ons mee in haar vervoering. Ze vergat het medium en ging op in haar aria, veranderde in haar personage, hypnotiseerde ons met haar blik en haar stem. De opwinding was echt. Geen idee of ze rubikskubussen verzamelt.

Human interest (Camarena) en intensiteit (Sierra) zijn twee mogelijke antwoorden op de vraag wat het beeld klassieke muziek te bieden heeft. Om het onderwerp te verkennen maakte NRC een rondgang langs vijf experts: een componist, een operaregisseur, een regisseur van concertregistraties en een audiovisueel duo. Hoe kan beeld de ervaring van klassieke muziek versterken?

Pianiste en kunstenaar Tomoko Mukaiyama noemt de grootste uitdaging van een gestreamd concert „nowness and hereness”. Hoe maak je een verbinding met het publiek en creëer je de ervaring dat je iets gezamenlijk beleeft in het hier en nu? Met filmmaker Reinier van Brummelen maakte Mukaiyama afgelopen maanden A Live, een serie van drie livestreams op het snijvlak van pianorecital en filminstallatie, waarin ze zochten naar compensatie van het livegevoel. Aan het slot van de tweede editie, met Simeon ten Holts Canto Ostinato, lieten ze de camera aarzelend de studio verlaten, de zender verloor zijn bereik en het beeld begon te storen: „Dat was voor ons nowness”, zegt Mukaiyama. „Of je nu kijkt in Tokio of New York, dit gebeurt nu, in Amsterdam.”

 
A Live Vol.3 van pianist Tomoko Mukaiyama en regisseur Reinier van Brummelen

Componist Michel van der Aa, befaamd om zijn interdisciplinaire producties, vond de vele livestreams „hartverwarmend”, maar is ze inmiddels een beetje moe: „Livemuziek is onvervangbaar. Samen in één ruimte naar muziek luisteren, dat ritueel moeten we koesteren.” En dat ritueel heeft wat hem betreft geen aanvullend beeld nodig, zeker wanneer het muziek van eeuwen geleden betreft.

Iets anders is dat hedendaagse makers een uitgebreid vocabulaire tot hun beschikking hebben. Zelf drukt Van der Aa zich in de eerste plaats uit in muziek, maar om zijn palet te verbreden studeerde hij ook film in New York en verdiepte hij zich voor Eight (2019) uitgebreid in virtual reality („een openbaring!”). Zulk onderzoek geeft hem energie. Maar: „De uitdrukkingsvorm ontstaat vanuit het DNA van het idee, en niet andersom. De vorm van mijn nieuwe opera is gegroeid uit het libretto. Als je op voorhand bedenkt dat je film of VR wilt gebruiken bestaat het gevaar dat je vooral de techniek laat zien.”

Dat vindt ook operaregisseur Sjaron Minailo, die verschillende internetopera’s op zijn naam heeft. Volgens hem moet de fundamentele vraag altijd zijn: wat is de functie van het beeld? „Als het antwoord is: een weergave – dan ben je gedoemd te mislukken. Er moet een dramaturgische noodzaak zijn.” En daar schortte het de afgelopen periode wel eens aan, toen de noodzaak voor veel livestreams vooral praktisch leek.

De inschatting van dramaturgische noodzaak verschilt uiteraard van persoon tot persoon. In het Holland Festival was een film te zien over Ben Frosts gecancelde opera The murder of Halit Yozgat. Het meervoudige gezichtspunt van deze opera, over een waargebeurde racistische moord, was vertaald naar een camera die vanuit steeds andere hoeken door het decor zweefde. Minailo vond dat „echt geslaagde ‘coronakunst’”, waarbij het verlies van de live-ervaring intelligent was opgelost. Van der Aa zette de video juist na een halfuur uit: „Ik wil het live zien, niet op YouTube.” Hij was wél gecharmeerd van de dagelijkse livestream van pianist Igor Levit, die door de online interactie met luisteraars „echt vernieuwend” was.

 
Virtualreality-opera Eight van componist Michel van der Aa


 

Noodgedwongen in beweging

Minailo constateert dat grote instituten nu pas door corona noodgedwongen in beweging komen: „Ze denken dat ze het wiel hebben uitgevonden: we gaan een film maken! Maar het verfilmen van theater en dans was vroeger een vak. Die expertise haal je niet zomaar terug. En je moet accepteren dat het geld kost.”

Wie daar alles van weet is regisseur Dick Kuijs, die al decennia muziekfilms en concertregistraties maakt voor onder meer het Concertgebouworkest en de Wiener Philharmoniker. Het budget is in dertig jaar „drastisch omlaaggegaan”, zegt Kuijs, en dat heeft directe gevolgen voor de kwaliteit. Alles is namelijk duur: repetitietijd, lenzen, camera’s. Vroeger werden er soms wel vier repetities „meegesneden” en was er een volle dag regiebespreking met alle betrokkenen. Tegenwoordig: één repetitie, ’s ochtends vroeg een korte regiebespreking met de cameramensen.

Nu zijn er veel streams, maar met volstrekt minimale middelen gemaakt

Dick Kuijs regisseur

Kuijs, opgeleid als musicus, studeert dagen op een partituur en maakt een uitgebreid script voor de registratie: „Dat kun je niet ter plekke doen, als je reageert ben je te laat. Als de beweging niet klopt met de muziek, als je verkeerd schakelt – twee frames te laat en het stort als een kaartenhuis in elkaar.” Het doel is „een muzikaal beeldverhaal vertellen”. Hij noemt het „een choreografie voor camera’s”.

„Nu zijn er veel streams, maar met volstrekt minimale middelen gemaakt. Gaan mensen betalen om daarnaar te kijken? Ik denk het niet”, zegt Kuijs.

Daarmee raakt hij aan de vraag die door de coronacrisis opeens akelig actueel is: kan streaming ook serieuze inkomsten genereren? Veel zalen en orkesten experimenteren ermee, maar Kuijs heeft er een hard hoofd in: zelfs grote internationale platforms als Medici.tv of de Digital Concert Hall van de Berliner Philharmoniker draaien ternauwernood quitte. „En dan hebben de Berliner nog een wereldwijd publiek.” Met andere woorden: zelfs voor de mondiale eredivisie van toporkesten is het lastig om geld te verdienen met streaming.

Streaming van orkestregistraties lijkt door de relatief hoge kosten financieel dus geen haalbare kaart. Maar kleinschalige producties kunnen met pay per view mogelijk wel een gat in het budget dichten. In ieder geval is het belangrijk om geld te vragen voor streaming, zegt Mukaiyama. „Als mensen iets met dit nieuwe medium kunnen verdienen, kan het ook blijven bestaan”, zegt Van Brummelen.

Mukaiyama: „Het is nieuw, men is het niet gewend. Positief is wel dat je wereldwijd kaartjes kunt verkopen.” Hun reeks A Live is veel gevolgd vanuit Japan en Mexico, waar Mukaiyama geregeld optreedt. Ze denkt „een of twee stappen” verwijderd te zijn van een rendabel verdienmodel. Nu konden de kosten gedekt worden door de structurele ondersteuning die haar stichting ontvangt van het Fonds Podiumkunsten.

Van der Aa zou graag zien dat er in de sector meer out of the box werd gedacht, ook op dit vlak. Tijdens de coronacrisis kochten mensen massaal games in de Playstation Store, zegt hij: „Waarom zouden wij geen werk maken voor dat soort platforms, zoals interactief muziektheater of VR-opera?”

 
The transfiguration of Morton F., een gameopera van regisseur Sjaron Minailo

Pianist en regisseur Tomoko Mukaiyama & Reinier van Brummelen

Pianist, kunstenaar en performer Tomoko Mukaiyama (1963) noemt het haar „geheime missie” om „te kijken naar muziek”. Ze opereert al decennia vanuit Nederland en staat bekend om haar interdisciplinaire benadering van muziek. Regisseur Reinier van Brummelen (1961) heeft een achtergrond in cinema en werkte samen met onder anderen Peter Greenaway. Hun uitgestelde installatie-performance End and beginning zal in september te zien zijn in vijf zalen én als live-stream. „We willen dat er iedere avond iets nieuws te zien is, ook al is het concert in de kern hetzelfde, dat je de streams zou kunnen volgen als een serie, compleet met cliffhangers”, zegt Van Brummelen.

Regisseur Sjaron Minailo

Operaregisseur Sjaron Minailo (1979) schreef zijn scriptie over de relatie tussen klassieke muziek en video, met de titel: I want my MTV opera. Hij maakte onder meer de gameopera The transfiguration of Morton F. (2016) en de internetopera Soul Seek (2012). „Als ik les geef over opera begin ik altijd met videoclips. Daar is enorm veel van te leren.” Minailo’s favoriete videovoorbeeld is Björks ‘All is full of love’, geregisseerd door Chris Cunningham, een plotloze liefdesontmoeting tussen twee robots, vol audiovisuele contrasten en abstracte motieven. De relatie tussen beeld en muziek is niet-illustratief: „Je moet kijken met je oren en luisteren met je ogen.” Minailo noemt het „een traumatiserende ervaring, die het verlangen creëert ernaar terug te keren”.

Componist Michel van der Aa

Componist Michel van der Aa (1970) maakte baanbrekende multimediale werken als de 3D-opera Sunken Garden, het celloconcert-met-film Up-close (bekroond met de prestigieuze Grawemeyer Award) en de virtualreality-opera Eight. Van der Aa is ook librettist en filmregisseur van zijn opera’s. „Het is een continu spel met voorgrond en achtergrond, dat bij mij al begint op de tekentafel. Soms is de film het belangrijkst, het volgende moment de muziek.” Alle touwtjes in handen hebben is een kracht, maar er schuilt ook een gevaar in. Om te voorkomen dat zijn producties gesloten circuits worden organiseert Van der Aa bewust tegenspraak van andere musici en makers, zoals dramaturgen en ontwerpers. In maart gaat bij DNO zijn nieuwe filmopera Upload in première, in een internationale coproductie.

Regisseur Dick Kuijs

Voor Dick Kuijs, internationaal veelgevraagd regisseur van concert- en operaregistraties, is het beeld altijd ondergeschikt aan de muziek. Techniek is ondergeschikt aan de muzikale waarde – zelfs met een telefoon kun je een video maken waar de intensiteit van afstraalt. Historische uitvoeringen van Furtwängler of Toscanini zijn op YouTube miljoenen keren bekeken: een goede regie is dan vooral „een kers op de taart”, zegt Kuijs, zoals bij de revolutionaire Pastorale van dirigent Herbert von Karajan en regisseur Hugo Niebeling uit 1967. Kuijs is enthousiast over nieuwe ontwikkelingen, maar ook realistisch: „Traditionele concertopnames blijken vaak de langste levensduur te hebben.” Er is nog steeds een markt voor fraaie gestileerde concertregistraties.