Groepsverhoor per video helpt Big Tech

Big Tech-hoorzitting De topmannen van Amazon, Google, Apple en Facebook moesten zich verantwoorden tegenover het Amerikaanse Congres.

Via videoverbinding ondervroeg het Amerikaanse Congres de topmannen van ‘Big Tech’. Hier is Sundar Pichai van Google te zien.
Via videoverbinding ondervroeg het Amerikaanse Congres de topmannen van ‘Big Tech’. Hier is Sundar Pichai van Google te zien. Foto Reuters / AP

Amazon-topman Jeff Bezos koos voor de informele, klassiek houten boekenkast. Sundar Pichai (Google) voor drie strategisch geplaatste vazen en een stapeltje boeken. Apple-topman Tim Cook nam plaats voor een rij rommelige struiken. En Mark Zuckerberg (Facebook) zat voor een spierwitte muur.

Woensdag werden de vier techbestuurders gehoord door de antitrustcommissie van het Amerikaanse Congres over machtsmisbruik en monopolievorming. Een hoorzitting van dit formaat, door media overal ter wereld live uitgezonden, draait om beeldvorming, wisten ook de bestuurders. Hoe komen de beklaagden over op het publiek, zeker als een uren durende zitting wordt samengevat in een paar minuten voor het avondjournaal?

Dus was een belangrijke vraag voorafgaand aan de hoorzitting: in welke setting zouden de topmannen in beeld komen? En zou het feit dat de ondervraging niet zoals gepland in het Rayburn House Office Building in Washington maar via videoprogramma WebEx plaatshad, in het voor– of nadeel werken van de bedrijven?

Lees ook dit artikel over eerdere hoorzittingen: ‘Vooral politiek spektakel, maar niet zonder risico’

Ommuurde tuinen

Het leidde, in ieder geval, tot historische beelden. Bestuurders van de grootste bedrijven ter wereld die hun rechterhand omhoog hielden in een klein vakje op een groot, wit videoscherm. Een beklaagde, Jeff Bezos, die even wegviel en weer terugkwam door een haperende internetverbinding. Congresleden, grotendeels wel in de zaal aanwezig, die mondkapjes droegen – en die alleen af mochten doen als ze konden spreken.

De hoorzitting was onderdeel van een grootschalig onderzoek van het Amerikaanse Congres naar monopolistisch gedrag van de vier techbedrijven, dat loopt sinds vorig jaar juni. De met het onderzoek belaste antitrustcommissie, onder leiding van het Democratische Congreslid David Cicilline verzamelde 1,3 miljoen documenten van de techbedrijven en hield in totaal zes hoorzittingen. Ergens in de komende maanden komt de commissie met een advies aan de Amerikaanse regering hoe antitrustwetgeving aan te passen om de techbedrijven te reguleren.

De ontwikkeling van Big Tech past in een Amerikaanse economische traditie: het land wordt al decennia getekend door enerzijds bedrijven die naar monopoliemacht streven, en anderzijds politici die proberen hen in toom te houden. Door stevig lobbywerk in Washington en Brussel weten de techbedrijven, tot voor kort vooral geroemd om hun innovatieve producten en werkgelegenheid die ze creëren, regulering vooralsnog te voorkomen.

De bedrijven „zetten kleine zelfstandigen af en verrijken zichzelf”, zegt commissievoorzitter David Cicilline

Maar er is een kentering gaande. Inmiddels vinden zowel politici aan Democratische als Republikeinse zijde: de techbedrijven zijn té machtig geworden. Zowel in in de EU als in de VS wordt het één na het andere onderzoek tegen techbedrijven opgestart, onder meer vanwege monopolistisch gedrag. De bedrijven beheersen de advertentiemarkt (Google), sociale media (Facebook), online winkelen (Amazon) of de app-economie (Apple) en snijden daarin – bewust – concurrenten de pas af of gebruiken data van hun klanten om zelf producten te ontwikkelen. Het is één van de weinige onderwerpen waar de Democraten en Republikeinen elkaar vinden.

Voorzitter Cicilline stelde dat ‘Big Tech’ innovatie „vernietigt” en „onze economie en democratie controleert”. De techbedrijven creëren volgens Cicilline „ommuurde tuinen”, waar gebruikers niet meer uit komen. Denk aan Facebook dat met Instagram en Whatsapp vrijwel het volledige sociale mediaverkeer in handen heeft, of Google dat 90 procent van de markt voor zoekmachines beheert.

Met, zo stelde de commissie: de burger als slachtoffer. Minder keuze, minder privacy en uiteindelijk betaalt de consument hogere prijzen. De bedrijven „zetten kleine zelfstandigen af en verrijken zichzelf terwijl ze ondertussen de concurrentie verstikt”, aldus de voorzitter.

Met name Bezos en Pichai werden stevig ondervraagd. Republikeinse Congresleden hielden zich daarbij niet altijd aan het onderwerp van de hoorzitting: zo werden Google en Facebook meerdere malen beschuldigd van ‘conservatieve bias’ in hun producten, iets dat door de bestuurders met klem werd ontkend. Ook moest Pichai de beslissing verdedigen van zijn bedrijf om zich, onder druk van het eigen personeel, terug te trekken uit defensieprojecten.

Amazon-baas Bezos kreeg onder meer vragen over een onthulling van The Wall Street Journal, waaruit bleek dat zijn bedrijf data van aanbieders van goed verkopende producten in zijn webwinkel gebruikt om vervolgens zelf concurrerende producten uit te brengen. Bezos zei het artikel te kennen en „ernaar te kijken”.

Echt lastig kregen de bestuurders het niet. Dat de topmannen alle vier tegelijk aanschoven bleek een slimme, tactische zet. Het hield met name Zuckerberg, die zich in eerdere hoorzittingen solo door urenlange verhoren heen had moeten stamelen, uit de wind.

Geen Microsoft

Het was de eerste keer dat de topbestuurders van techbedrijven op deze manier ter verantwoording werden geroepen, sinds Microsoft in 1998 voor het Congres moest verschijnen vanwege het monopolie van besturingssysteem Windows. Daarbij werden concurrenten zoals Apple gedwarsboomd om diensten binnen Windows uit te brengen.

Microsoft was woensdag de grote afwezige – het bedrijf was niet opgeroepen, omdat het momenteel in de ogen van de commissie geen groot monopolie meer beheerst. Voormalig topman Bill Gates – die destijds terecht stond – noemde de hoorzitting vorig jaar terugblikkend „slecht voor Microsoft” en „een afleiding”. Deze week voegde hij daar aan toe: „Ik denk dat de techsector, ook zonder ingrijpende regulering, in staat is tot innovatie.”

Vlak na het verhoor in 1998 werd Microsoft aangeklaagd door het ministerie van Justitie en uiteindelijk door de rechter veroordeeld tot het ‘opbreken’ van het bedrijf in twee verschillende onderdelen, met als doel om zo de concurrentie op de pc te bevorderen. Microsoft wist dit, uiteindelijk, na lang procederen alsnog te voorkomen.