Sancties VS tegen Rusland omzeild met kunstaankopen

Witwassen Russische oligarchen die op de Amerikaanse sanctielijst staan, konden eenvoudig kunst in Amerika kopen, laat onderzoek zien.

Het schilderij Bridge II van Lyonel Feininger hebben de Rotenbergs geprobeerd te laten veilen, stellen de onderzoekers.
Het schilderij Bridge II van Lyonel Feininger hebben de Rotenbergs geprobeerd te laten veilen, stellen de onderzoekers. Foto Sotheby's

Sancties omzeilen door een Magritte, een Braque, een Chagall en minimaal dertien andere kunstwerken aan te kopen op veilingen en bij kunsthandelaren? Russische oligarchen die op de kunstmarkt zo hun geld witwassen? Dat kan dus. En veel te makkelijk ook.

Dat stelt althans een onderzoekscommissie van het Amerikaanse Congres na twee jaar onderzoek in een rapport dat woensdag is verschenen. De onderzoekers traceerden voor minimaal 18 miljoen dollar (15 miljoen euro) aan kunstaankopen bij verschillende Amerikaanse veilinghuizen en kunsthandelaren door de Russische oligarchen Arkadi en Boris Rotenberg. Deze miljardairs, die een fortuin verdienden aan bouwcontracten voor de Olympische Spelen van Sotsji, zijn sinds hun jeugd goede vrienden van de Russische president Vladimir Poetin. De broers staan op de Amerikaanse sanctielijst sinds het binnenvallen van de Krim in 2014, hun Amerikaanse bezittingen zijn sindsdien bevroren. Via postbusfirma’s hebben de Rotenbergs volgens het onderzoek toch minimaal 91 miljoen dollar door het Amerikaanse financiële systeem gesluisd.

Lees ook: De brug die er koste wat kost komt

De aankoop van de kunstwerken lieten de Rotenbergs verrichten door de Amerikaanse kunsthandelaar Gregory Baltser, die in Moskou woont. Baltser liet daarbij de betalingen verrichten door postbusfirma Steamort Limited op Belize, die weer betaald werd door drie postbusfirma’s Highland Business Group Limited, Highland Ventures Limited en Avantage Alliance. De onderzoekers konden via de Panama Papers en eigen onderzoek achterhalen dat deze firma’s eigendom zijn van de Rotenbergs. In een brief aan de commissie ontkent de advocaat van Baltser dat hij zaken heeft gedaan voor de Rotenbergs en stelt hij dat Baltser zich altijd aan de sanctieregels heeft gehouden.

Via Baltser kochten de Rotenbergs volgens de onderzoekers twee maanden na het ingaan van de sancties in 2014 voor 6,8 miljoen dollar onder meer Pichet et Journal (1928) van kubist Georges Braque en Femme et Enfant van Marc Chagall op een veiling van Sotheby’s, om kort daarna bij een kunsthandelaar La Poitrine (1961) van René Magritte aan te schaffen voor 7,5 miljoen dollar. Volgens de Amerikaanse sanctiewetgeving mogen bedrijven geen financiële transacties aangaan met personen die op de sanctielijst staan.

Ook hebben de Rotenbergs geprobeerd het schilderij Bridge II van Lyonel Feininger te laten veilen, stellen de onderzoekers. Op het laatste moment werd februari vorig jaar het schilderij, met een geschatte waarde van 5 miljoen dollar, van de veiling teruggetrokken. Volgens Sotheby’s omdat er geen potentiële kopers waren.

De Congrescommissie, geleid door de Republikeinse senator Rob Portman (Ohio) en de Democraat Tom Carter (Delaware), dringt aan op strikter toezicht op de ongereguleerde kunstmarkt, waar de namen van kopers vaak anoniem blijven. Op de wereldwijde kunstmarkt ging in 2019 ruim 64 miljard dollar om. De VS zou aansluiting moeten vinden bij nieuwe Europese regelgeving waarbij alle kunsttransacties boven 10.000 euro door veilinghuizen en kunsthandelaren de identiteit van de verkoper, koper en uiteindelijke eigenaar vastgesteld moeten worden.