Raad van State: verbod lawaaidemo 4 mei was rechtmatig

‘Geen 4 mei voor mij’ Herrie maken tijdens de dodenherdenking op de Dam zou agressie en paniek kunnen oproepen en daarmee gevaarlijk zijn, oordeelde de Raad van State.
Initiatiefnemer Rogier Meijerink van 'Geen 4 mei voor mij' komt aan bij de rechtbank op 3 mei 2018 voor een kort geding over de lawaaidemonstratie.
Initiatiefnemer Rogier Meijerink van 'Geen 4 mei voor mij' komt aan bij de rechtbank op 3 mei 2018 voor een kort geding over de lawaaidemonstratie. Foto Remko de Waal/ANP

Het verbod op de lawaaidemonstratie die actiegroep ‘Geen 4 mei voor mij’ tijdens de Nationale Dodenherdenking in 2018 wilde voeren, was rechtmatig. Het recht op demonstratie was niet van toepassing, stelt de Raad van State in navolging van het vonnis van de rechtbank van Amsterdam in 2019. De actiegroep, die vindt dat Nederlandse militairen die in de ‘politionele acties’ stierven niet herdacht zouden mogen worden, was hiertegen in hoger beroep gegaan.

Vanwege het tijdstip, de plaats en de vorm van de actie, is sprake van „dwang” voor de omstanders, zo volgt de Raad van State de redenatie van de toenmalige Amsterdamse waarnemend burgemeester Jozias van Aartsen. Ook werd herrie maken tijdens de dodenherdenking beschouwd als risicovol voor de openbare orde en de gezondheid van aanwezigen, omdat het in de menigte agressie of een paniekreactie zou kunnen oproepen. „In het licht van de recente terreuraanslagen in West-Europese landen is het niet ondenkbaar dat de acties kunnen leiden tot gevoelens van angst en paniek, ook als mensen van tevoren op de hoogte zijn”, aldus de Raad van State.

De actiegroep ‘Geen 4 mei voor mij’ is het oneens met de herdenking omdat hierin alle Nederlandse militairen die sinds de Tweede Wereldoorlog zijn gesneuveld, worden herdacht. Hiertoe behoren ook de Nederlanders die vochten tijdens de politionele acties in toenmalig Nederlands-Indië. De actiegroep noemt hen oorlogsmisdadigers.

De Raad van State is de hoogste rechter in het beoordelen van geschillen tussen de overheid en de burger. Uit de uitspraak:

„De voorgenomen actie zou de Nationale Herdenking, die zich bij uitstek richt op het in serene rust en eerbiedwaardige stilte herdenken van oorlogsslachtoffers, op dermate wijze overheersen dat dit de mensen, die ervoor kiezen gezamenlijk gebruik te maken van hun vrijheid van meningsuiting door de Nationale Herdenking op de Dam mee te maken of te volgen, feitelijk belet deel te nemen aan de herdenking.”

Lees ook deze reportage van de dodenherdenking in 2018: ‘Echt ontspannen is het niet op de Dam’