Opinie

Flink tabak van deze doodsaaie boel

Sheila Kamerman

Mijn bovenbuurvrouw Truus (87) gaat zich even omkleden voor de gelegenheid: een roze shirt met glitters. Haar zus Rina (85) draagt een lichtpaars bloesje met bijpassende rok. Ze gaan boodschappen doen bij de Albert Heijn.

„Heb je je lijstje?”

„Ik heb zekers mijn lijstje.’

Toen de coronacrisis uitbrak, zat Truus drie maanden thuis. Het huis verlaten was gevaarlijk geworden. Ik deed boodschappen voor haar. Daarvoor hoef ik geen applaus, meestal stuurde ik een van mijn kinderen. Ze zijn vakkenvullers en wisten feilloos te vinden wat Truus graag wilde.

Álles hield toen op voor haar, door corona. De koffieochtenden op dinsdag, georganiseerd door Irene van Kouwen, dagbestedingscoach van thuiszorginstelling Aafje. Die zijn zo gezellig, zegt Van Kouwen. „We bespreken het nieuws, we doen gymnastiekoefeningen. Soms maken we soep.”

Ook het koersballen op woensdagochtend stopte. Met koersballen moet je met een stok een bal verplaatsen. Truus was er behoorlijk goed in geworden. Lang niet iedereen bakte er wat van. „We hebben geláchen”, zei ze dan als ze terugkwam. En naderhand koffie natuurlijk. Met iets lekkers.

De kerk mocht ook niet meer. Op haar iPad, jawel, volgde ze de preek van de dominee. Maar dat was niet hetzelfde. Geen loopje, geen gezellig praatje, geen koffie achteraf. Het was, zogezegd, maandenlang een doodsaaie boel.

En Truus was niet de enige. Haar zus Rina zat thuis. Eigenlijk álle ouderen. Irene van Kouwen belde de deelnemers van de koffieochtenden. Lastige telefoongesprekken, want ze maakten niets meer mee. „Waar moest je het over hebben?”

Ze zag de mensen wegkwijnen, zeker alleenwonenden. „Ze bewogen te weinig, gingen tobben en piekeren. Ze raakten een soort van uitgeput van eenzaamheid en het nietsdoen. ”

Truus besloot al na een week of drie elke dag een blokje om te lopen. Sinds een maand doet ze zelf boodschappen. Achter haar rollator. Dat gaat zo: eerst tuurt ze over het parkeerterrein van de supermarkt. Staan er weinig auto’s dan durft ze het aan. Vandaag gaat ze samen met haar zus.

Voor de winkel zetten ze hun mondkapje op en stiefelen ze naar binnen. Truus voorop met rollater. „Ze is hier echt thuis”, zegt Rina die er met handtas achteraan gaat.

„We gaan via de zalm naar de kroketten”, roept Truus door haar mondkapje. „Je blijft toch een boterhammetje eten?”

Na de kassa zegt Rina: „Zo, jij kan de koelkast weer vullen.”

Ze maken zich maar om één ding druk. Het virus komt weer terug, en juist in Rotterdam. Ze snappen dat iedereen weer leuke dingen wil doen, ze zijn zelf ook jong geweest. Maar denk ook aan ons, vinden ze. Nog eens drie maanden quarantaine gaan ze niet trekken.

Lotfi El Hamidi heeft vakantie. Deze week wordt hij op deze plek vervangen door Sheila Kamerman.