Een ongepaste vraag

Nicolien Mizee

Ik maak al jaren geen vrienden meer. Dat ontdekte ik kort geleden toen mijn oudleerling Ruben me bij de presentatie van zijn roman vroeg of we vrienden konden blijven. Ik knikte, overrompeld. Hoe maak je van een leerling een vriend? Ik kreeg een visioen van verjaarsvisites en gebaksschoteltjes. Zo ontdekte ik dat ik in geen twintig jaar vrienden had gemaakt.

Enige weken later kreeg ik een mail van Ruben waarin hij me een link stuurde naar een boek dat ik moest lezen, en hij schreef erbij dat hij op vakantie ging. Ik informeerde naar die vakantie. Hij stelde voor een keer op de koffie te komen en kwam ook echt. Het leek allemaal heel voorspoedig te gaan.

„Zeg, die Ruben van jou”, zei Thijs op een dag, „is dat familie van de visconserven? Dan moet die man steenrijk zijn.”

„Ik zal het hem even vragen”, zei ik. Ik schreef: „Ha Ruben, ben jij familie van de visconserven? Ben je steenrijk? Dat zou leuk voor je zijn!” Ik verzond de mail. Na vijf minuten kreeg ik een onbehaaglijk gevoel. „Sorry, die vraag neem ik terug”, schreef ik. „Beschouw hem als niet gesteld.”

Maar het bleef stil, drukkend stil, dagenlang. Wat te doen? Nogmaals mijn excuses aanbieden? Na enkele dagen schreef Ruben me een vriendelijk mailtje waarin hij terloops zei dat hij niet geantwoord had op mijn vraag omdat hij die ongepast vond.

Ongepast! Ik schaamde me diep. Nogmaals bood ik mijn excuses aan. De vriendschap hernam haar loop, maar dat ellendige „ongepast” bleef als een horzel terugkeren in mijn gedachten. Waarom trok ik het me zo aan?

Nu ben ik er uit en dat komt door Maurice de Hond. Ik heb hem altijd een vreemde figuur gevonden. Maurice de Hond is opiniepeiler, maar hij zit nooit eens rustig thuis achter zijn bureau opinies te peilen, hij verschijnt telkens op de televisie om dingen te roepen over kwesties waar hij volgens mij geen verstand van heeft, zoals iPadscholen en aerosolen.

Ditmaal was hij de hoofdpersoon in Verborgen verleden. We zagen brieven en foto’s van zijn voorouders, Joodse marktkooplui met een kraam op het Waterlooplein. Van die familie was bijna niemand meer over. Allemaal vergast. „Maar daar werd bij ons thuis niet over gepraat!”, riep Maurice de Hond dapper. „Wij keken vooruit!” Hij stond, heel klein ineens, op dat Waterlooplein waar ook al niets meer van over is. Ik schaamde me verschrikkelijk. Nooit zou ik nog iets onaardigs denken over Maurice de Hond.

En ineens begreep ik waarom ik me zo geschaamd had voor mijn onbezonnen vraag: „Ben je steenrijk?” aan Ruben.

Als Rubens achternaam ‘Coen’ of ‘Van Oldenbarnevelt’ was geweest, had ik mijn schouders opgehaald over zijn reactie. Maar Ruben is Joods. Mogelijk fortuin had waarschijnlijk een gruwelijke verklaring.

Daarnaar vragen leek me ongepast. Maar als ik er niet naar vroeg, waren we geen echte vrienden.

Ik heb het Ruben gevraagd. Hijzelf weet zijn afkeer om over geld te praten aan het linkse milieu van zijn ouders. Het werd een boeiend gesprek, maar eigenlijk maakte het niet uit wat we erover zeiden, dat we erover konden praten was al genoeg.

Nicolien Mizee is schrijver en vervangt Frits Abrahams tijdens zijn vakantie.