Al het vleespersoneel moet in dienst, vindt de Duitse regering

Goedkope arbeidskrachten Het Duitse kabinet wil de vleesindustrie aan strenge nieuwe regels onderwerpen. De coronacrisis zet de schijnwerpers opnieuw op misstanden in de sector.

Corona-uitbraken onder externe krachten, zoals bij de grote vleesverwerker Tönnies, zijn aanleiding voor de wet.
Corona-uitbraken onder externe krachten, zoals bij de grote vleesverwerker Tönnies, zijn aanleiding voor de wet. Foto EPA

Een noodzakelijke correctie op „drie decennia neoliberale hegemonie”? Of een onacceptabele inbreuk op „vrij ondernemerschap”?

In Duitsland heeft de regering woensdag een wet gepresenteerd waarmee de Duitse vleesindustrie aan strenge nieuwe regels wordt onderworpen. Vanaf volgend jaar is het voor grote vleesbedrijven verboden te werken met personeel van onderaannemers en uitzendkrachten in hun core business: het slachten van dieren en het versnijden en verwerken van vlees. Deze werkzaamheden mogen voortaan alleen worden uitgevoerd door personeel in eigen dienst. Bij overtreding volgen boetes tot maximaal een half miljoen euro.

Daarnaast worden de vleesbedrijven verplicht om gewerkte uren van hun werknemers digitaal te registreren, komen er minimumeisen voor gedeelde accommodaties voor de zogeheten ‘seizoenarbeiders’ en zal de Duitse arbeidsinspectie vaker en strenger gaan controleren bij bedrijven of de veiligheid en gezondheid van personeel wel is gewaarborgd.

Grote schoonmaak

De wet komt uit de koker van de sociaal-democratische minister van Werkgelegenheid Hubertus Heil, en is woensdag goedgekeurd door de Duitse ministerraad. Heil kondigde de wet in mei aan. De Bondsdag moet zich nu over de wet buigen.

Directe aanleiding zijn de grootschalige corona-uitbraken onder ’externe’ werkkrachten bij verschillende slachthuizen, onder andere bij Duitslands grootste vleesverwerker, Tönnies. Die uitbraken vestigden, opnieuw, de aandacht op de vaak slechte omstandigheden van deze arbeidskrachten, veelal afkomstig uit Roemenië, Polen en Bulgarije.

De uitbraken hadden ook grote consequenties voor Duitsland zelf. Het virusreproductiegetal schoot eventjes omhoog. Alle werknemers van de getroffen bedrijven moesten in quarantaine. Wijken waar de arbeiders (tijdelijk) verblijven, gingen op slot, soms zelfs hele regio’s. Heil in mei : „Het beschermen van werknemers is reden genoeg om op te treden, maar het gaat hier ook om de bescherming van de bevolking in de pandemie. Hele regio’s worden gegijzeld.”

Duitsland is een van de eerste grote EU-landen met zo’n strenge maatregel

De minister beloofde in mei een grote „schoonmaak” in de sector. In het bijzonder richtte hij zijn pijlen op de volgens hem „dubieuze structuren met onderaannemers, en nog meer onderaannemers”. In Duitsland is het onder grote vleesbedrijven – net als in veel andere Europese landen – veelgebruikte praktijk om via onderaannemers arbeidskrachten in te huren, die het zware werk doen. Duitsland is met de wet een van de eerste grote landen in Europa die concreet iets probeert te verbeteren aan de werkomstandigheden van deze groep.

Corona mag de wet extra urgentie hebben gegeven, voor het Duitse kabinet gaat het om meer dan infectierisico’s. De Duitse krant Frankfurter Allgemeine wijst erop dat het ministerie van Werkgelegenheid als veel belangrijkere grondslag noemt dat ondernemingsraden „meer middelen” nodig hebben om de uitholling van de „interne democratie” bij grote bedrijven tegen te gaan.

‘Tweederangs burgers’

De machtsverhoudingen zijn de laatste jaren te veel ten gunste van de bedrijfsleiding en de eigenaren gedraaid, stelt het ministerie. Vooral door het ondermijnen van die andere ‘macht’: het vaste personeel. Met meer mensen in eigen dienst kan die ontwikkeling tegengegaan worden.

Het ministerie verwijst naar een sociologisch onderzoek uit 2014 waarin staat dat „drie decennia neoliberale hegemonie” heeft geleid tot grote tegenstellingen op de werkvloer. Uitzendkrachten zouden „tweederangs burgers van de bedrijfsgemeenschap” zijn. Personeel dat via onderaannemers wordt ingehuurd zelfs „helemaal geen lid” van die gemeenschap.

De Duitse Vereniging van Werkgevers (BDA) sprak zich eerder zeer kritisch uit over de wet. Met name het verbod op het inhuren van uitzendkrachten wekt woede. Bij het inhuren van ‘gewone’ uitzendkrachten zijn er nooit misstanden geconstateerd, stelt de organisatie, terwijl óók dat verboden wordt. Die uitzendkrachten zouden onmisbaar zijn om pieken in de productie op te vangen.

Lees ook deze analyse over Nederland: Vleessector onder de loep om corona

De werkgeversclub stelt bovendien dat de wet veel verder gaat dan nodig om de in mei geconstateerde problemen aan te pakken. In een van de bepalingen staat dat het „gezamenlijk besturen van een bedrijf door twee of meer ondernemers niet is toegestaan”.

Wat dat precies inhoudt, is nog onduidelijk. Maar in de industrie is er vrees dat zakelijke samenwerkingen in de ‘productieketen’, tussen bijvoorbeeld de boer die koeien vetmest en de fabrikant van salami, onmogelijk worden. Grote vleesconglomeraten zouden daardoor op termijn uit Duitsland kunnen verdwijnen en zich verplaatsen naar landen met soepelere regimes, zoals Spanje of Roemenië.

Volgens BDA gaat de politiek zo op de stoel van de ondernemer zitten. „Wie de grootste economische crisis in tijden misbruikt om een vrije markteconomie te veranderen in een door de staat vormgegeven economie, schaadt het herstel juist.”

In de Bondsdag, aan wie nu het finale oordeel is, klinkt ook uit de CDU-fractie zelf kritiek. „Het is duidelijk dat deze wet uiteindelijk ook grote gevolgen zal hebben voor regio’s en bedrijven waar corona-infecties en slechte arbeidsomstandigheden geen rol spelen”, zei plaatsvervangend CDU-fractievoorzitter Gitta Connemann vorige week. „Daarom is het de vraag of we, puur uit verontwaardiging over wat er in de slachterijen van Tönnies is gebeurd, met zo’n snelheid zo’n ingrijpende beperking willen opleggen aan het verdienvermogen van veel mensen op het platteland.”