Recensie

Recensie Beeldende kunst

Trek je schoenen uit en ervaar het museum anders

Tentoonstelling Performancekunstenaar Yael Davids onderzoekt in ‘A Daily Practice’ de invloed die bewegingen van het lichaam hebben op de perceptie van kunst. In het Van Abbemuseum laat ze zien hoe een tekening je hartslag omlaag kan brengen.

De performance A Reading that Loves, A Physical Act van kunstenaar Yael Davids op de Documenta in 2017.
De performance A Reading that Loves, A Physical Act van kunstenaar Yael Davids op de Documenta in 2017. Foto Emile Ouroumov

In het Eindhovense Van Abbemuseum kun je alle kanten op: links, rechts, naar voren, beneden of naar boven. Daarom voelt het een beetje raar om in de oudbouw – waar zich nu de solotentoonstelling A Daily Practice van kunstenaar Yael Davids ontvouwt – met aplomb voor de keuze te worden gesteld om linksom of rechtsom te beginnen. Want was het niet altijd zo? Die keuze heeft voor Davids een belangrijke symbolische betekenis. Want A Daily Practice – een onderzoeksproject van drie jaar waarmee de in Israël geboren Davids (1968) in september als eerste ‘Creator Doctus’ hoopt te promoveren op de Rietveld Academie in Amsterdam – wil uitgaan van het fysieke lichaam en de invloed die de bewegingen van dat lichaam hebben op de perceptie en de productie van kunst.

Dat is een interessant uitgangspunt, want we weten allemaal hoezeer de staat van je lichaam kan bepalen hoe je denkt, voelt en beweegt. Doe je je schoenen uit in een museum, dan zul je een heel andere, misschien wel huiselijkere sfeer ervaren op zaal en met de kunst. Moet je bukken, je uitrekken, kruipen of springen om een kunstwerk te ervaren, dan geeft dat een andere intensiteit. En hoe concentreer je je op schilderen of tekenen als je pijn in je rug hebt?

Ongemakkelijke weg

In A Daily Practice heeft Davids een verzameling van eigen installaties en van beeldschone, deels abstracte werken van papier en kogelvrij glas aangevuld met werken uit de collectie van het museum en bruiklenen. De werken moeten de bezoeker bewust maken van de manier waarop hij of zij beweegt en dus kijkt. Loopt er een zwarte ‘muur’ van textiel door de zalen – dan grendelt dat de andere kant van de zaal af. Hangt een werk op papier van de Hongaarse constructivist avant-gardist László Moholy-Nagy hoog aan de muur, dan moet je je hoofd in de nek leggen en je ogen heel hard inspannen om de tegen een donkere achtergrond dansende abstracte vormen te kunnen onderscheiden.

Yael Davids, Vanishing Point (2012). Installatie Museum M, Leuven. Foto Dirk Pauwels

In haar theorievorming rond de tentoonstelling baseert Davids zich op de lichaamstechnieken die in de jaren dertig van de vorige eeuw zijn ontwikkeld door Moshe Feldenkrais. De lessen die Feldenkrais (1904-1984) gaf, vertrekken vanuit de holistische perceptie dat alles verweven is, en de kleinste beweging van een oog of een schouder invloed heeft op de manier waarop je dingen ervaart. De Feldenkrais-lessen die Davids zelf wilde organiseren in het museum gaan vanwege corona in beperkte vorm door. Inspiratie haalt Davids uit kunstenaars en schrijvers als Lee Lozano, Hilma af Klint, Noa Eshkol of Else Lasker-Schüler, die – zacht uitgedrukt – een ongemakkelijke weg hebben bewandeld om voor zichzelf en hun werk een plek te bevechten in de wereld.

Zuigkracht

Die ongemakkelijke weg bewandelt Davids ook zelf met A Daily Practice. Want de tentoonstelling, die is opgezet als een serie niet-chronologische ‘ontmoetingen’, oogt ondanks het ambitieuze lichaamsgerichte fundament als een traditionele, esthetische white cube-presentatie. Naast werken van beroemde kunstenaars als Bruce Nauman of Stanley Brouwn zijn er ook werken van minder bekende, zoals Anna Boghiguian en Jacob Löw. Prachtig is de zaalvullende, bijna verblindend lichte installatie van Davids zelf. In A Reading that Loves: A Physical Act uit 2017 uit zij fijnzinnig, glashelder en soms in kwetsbaar borduurwerk haar bewondering voor vier sterke, historische vrouwen. In een andere zaal wordt werk van de spirituele, Zweedse kunstenaar Hilma af Klint (1862-1944) gecombineerd met de hallucinerende grafiet- en inkttekeningen van de Indiase Nasreen Mohamedi (1937-1990). Mohamedi tekende onstoffelijke bewegingen die niet door mensen of dieren worden gemaakt, maar door licht, schaduw, een dageraad die gloort, een horizon die zich van je af beweegt. Van haar tekeningen gaat een vreemde zuigkracht uit, die je stap vertraagt en je hartslag omlaag brengt.

De tentoonstelling A Daily Practice, van Yael Davids in het Van Abbemuseum. Foto Peter Cox

Mohamedi’s werk is een uitzondering. In de begeleidende publicatie schrijven Nick Aitken en gastcurator Frederique Bergholtz dat Davids met A Daily Practice de vraag stelt hoe we kunst kunnen benaderen vanuit een lichamelijke in plaats van een intellectuele of visuele wijze. Dat klinkt aanlokkelijk, maar in de praktijk splitst het project zich duidelijk in tweeën en vindt er nauwelijks versmelting plaats. A Daily Practice is een piekfijne tentoonstelling, maar wel een waar het intellectuele en cerebrale voorop staan.