Stijgende lijn in aantal besmettingen, maar nog geen rood sein

Weekcijfers Het aantal coronabesmettingen groeit, het reproductiegetal stijgt en er zijn 133 besmettingshaarden gevonden. Maar dat het aantal ziekenhuisopnames nog niet stijgt, is ‘een goed teken’.

Foto Merlin Daleman

1

Meer besmettingen, maar ook meer getest

Het aantal gevonden besmettingen is deze week verder gegroeid: tussen 22 en 28 juli werden 1.329 nieuwe gevallen gevonden, de week ervoor waren het er 987. Een flinke groei dus, maar niet zo groot als vorige week: toen verdubbelde het aantal gevonden besmettingen bijna, deze keer is de groei ruim dertig procent.

Bovendien is het aantal gevonden besmettingen sterk afhankelijk van hoeveel mensen zich laten testen. En de berichten over een groeiende epidemie en tientallen brandhaarden door het hele land hebben veel mensen naar de teststraat doen gaan. Afgelopen week groeide het aantal mensen dat een coronatest liet afnemen met ongeveer dertig procent naar ruim honderdduizend. Het percentage positieve tests was 1 procent, ongeveer net zo veel als vorige week. De situatie is daarom nog vergelijkbaar met die van vorige week, stelt het RIVM.

Het aantal besmettelijke personen ligt in werkelijkheid hoger dan het aantal positieve tests. Het RIVM schat dat er nu ongeveer 10.000 mensen besmettelijk zijn, fors meer dan begin juli, toen werd dat aantal op zo’n 2.800 geschat.

2

Het reproductiegetal ligt nog wat hoger

Het reproductiegetal R, één van de belangrijkste graadmeters van de epidemie, is verder gestegen, berekende het RIVM. Het getal staat voor het aantal mensen dat een besmet persoon gemiddeld aansteekt. Op 10 juli – de laatste betrouwbare schatting – lag de R op 1,4. Dat betekent dat 100 mensen 140 anderen aansteken. Vorige week werd de R nog op 1,29 geschat.

Het is voor het eerst sinds begin maart dat de R langer dan een paar dagen boven de 1 piekt, wat wil zeggen dat de epidemie weer groeit. Het getal lag begin maart voor het laatst zo hoog. Maar de huidige situatie is niet te vergelijken met die van dit voorjaar: toen waren er veel meer besmettingen, het RIVM schat op basis van het aantal ziekenhuisopnames dat er begin maart tussen de honderdduizend en tweehonderdduizend mensen besmettelijk waren.

Als de aantallen relatief laag zijn, schommelt de R ook sneller: het is een gemiddelde dat gevoelig is voor uitschieters. Maar nu de R langer boven de 1 ligt, is dat reden om ‘alert’ te zijn, schrijft minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) dinsdag in een brief aan de Tweede Kamer.

3

Brandhaarden in Amsterdam en Rotterdam

De grootste groei van het aantal besmettingen zien we in het westen van het land: met name in Noord-Holland, Zuid-Holland en in Zeeland worden meer besmettingen gevonden. In totaal zijn er 133 ‘clusters’ bekend – minimaal drie gerelateerde besmettingen. Gemiddeld zijn die clusters zes personen groot. Ze zijn door het hele land verspreid.

Met name de grote steden vallen op. In Rotterdam worden al wekenlang bovengemiddeld veel besmettingen gevonden. Zo hebben studenten geneeskunde van de Erasmus Universiteit elkaar aangestoken. Er zouden tussen de tien en twintig studenten besmet zijn. Ook zijn in de Marokkaans-Nederlandse gemeenschap clusters gevonden.

De afgelopen week groeit in Amsterdam het aantal besmettingen snel. Dat kan niet alleen verklaard worden door meer testen, stelt de GGD Amsterdam: het aantal tests steeg met 26 procent, het aantal positieve gevallen met 110 procent.

4

Dashboard staat nog op groen

Het kabinet ziet nog geen aanleiding om extra maatregelen te nemen, schrijft minister De Jonge in zijn brief aan de Kamer. Hoewel het aantal besmettingen toeneemt, zijn de besmettingshaarden goed in beeld, stelt de minister. Bovendien staan de seinen in het coronadashboard, dat de relevante cijfers over de epidemie verzamelt, nog op groen.

Lees ook Het coronadashboard geeft een onvolledig aantal besmettingen weer

In het dashboard is onder meer het aantal ziekenhuisopnames opgenomen. Daarvoor is een ‘signaalwaarde’ uitgerekend, die aangeeft wanneer het aantal opnames gevaarlijk hoog wordt. Voor het aantal ziekenhuisopnames is die signaalwaarde vastgesteld op 120 opnames in drie dagen of gemiddeld veertig opnames per dag. Maar het aantal ziekenhuisopnames stijgt nog nauwelijks, het zijn er een handvol per dag. Ook het aantal opnames op de intensive care, een andere graadmeter in het dashboard, blijft bijzonder laag. Het zijn er, een enkele uitschieter daargelaten, één of twee per dag. „Een goed teken”, aldus De Jonge.

Dat het aantal ziekenhuisopnames nu nog laag ligt, is deels te verklaren door de mensen die besmet raken: dat zijn vaak jongvolwassenen. Zij worden in het algemeen minder ziek en komen dus minder snel in het ziekenhuis te liggen. Maar zij kunnen wel anderen aansteken, zoals hun ouders, die sneller in het ziekenhuis terechtkomen. Het zou dus kunnen dat de stijging in de ziekenhuisopnames nog moet komen.