Opinie

Erken dat wat in Suriname sinds de onafhankelijkheid fout ging mede door Nederland is veroorzaakt

Mark Kranenburg

We gaan dus weer proberen op het allerhoogste niveau vriendjes te worden met Suriname. Ambassadeurs uitwisselen, gesprekken tussen ministers, concrete hulp, alles is mogelijk. Zelfs Stef Blok (VVD) onze minister van Buitenlandse Zaken, die Suriname twee jaar geleden nog „een failed state” noemde, heeft er zin in.

Nog even en dan kan hij misschien wel zelf in Paramaribo gaan kijken hoe dat er nu aan toegaat in zo’n afgeschreven samenleving. Die samenleving die zich overigens eigenhandig, via verkiezingen, heeft ontdaan van Desi Bouterse, de president met bloed van zijn eigen landgenoten aan de handen en internationale veroordelingen aan zijn broek.

Chan Santokhi heet de man die zich sinds vorige week na de in mei door hem gewonnen parlementsverkiezingen, president van Suriname mag noemen. Het volledig leeggehaalde presidentiële kantoor dat hij aantrof – er stond geen enkele computer meer – is tekenend voor de wijze waarop Bouterse en zijn aanhang hun nederlaag hebben geïncasseerd.

Krijgt Santokhi de kans enigszins uitvoering te geven aan het programma waarop hij is verkozen? Dan zal hij toch iets moeten laten zien. Kan hij dat met een lege staatskas? Wie gaat hem helpen?

Opvallend is de lauwe reactie uit Nederland. Natuurlijk, we hebben er sinds 1975 toen Suriname onafhankelijk werd formeel niets meer te zoeken. Maar dit betekent niet dat er geen enkele verantwoordelijkheid meer is voor het land dat in 1667 een Nederlandse kolonie werd. Suriname ruikt naar Nederland. Van de taal, het onderwijs tot en met de rode brievenbussen in Paramaribo.

Toch lijkt Suriname voor de Nederlandse politiek al jaren nauwelijks te bestaan. Dat is ook de ervaring van Harry van Bommel, die totdat hij in 2017 vertrok bijna twintig jaar Tweede Kamerlid voor de SP was. Hij voelde zich vaak alleen staan als hij het over Suriname wilde hebben. „Het werd door de anderen beschouwd als mijn persoonlijke hobby”, zegt hij. Maar het is volgens hem gedeelde geschiedenis van Nederland en Suriname die verplicht. Van Bommel heeft gelijk.

Met Santokhi als nieuwe verwachting dringt dit besef hopelijk eindelijk in Den Haag door. Stop met de vrees voor het verwijt van neokolonialisme. Laat betrokkenheid zien. Erken dat wat in Suriname sinds de onafhankelijkheid fout ging mede door Nederland is veroorzaakt. Want hoe zat het nu met die staatsgreep van Bouterse in 1980 en de mogelijke betrokkenheid van Nederlandse militairen daarbij? De geruchten daarover zijn nooit geheel ontzenuwd. Dat komt onder andere doordat documenten die helderheid zouden kunnen verschaffen tot 2060 als staatsgeheim zijn bestempeld. Toon lef. Maak die archieven nu eens eindelijk openbaar!

Mark Kranenburg schrijft tijdens de zomer enkele columns op deze plek.