Opinie

Maak geen karikatuur van universitaire ‘diversity officer’

Diversiteit Streven naar een „inclusieve leeromgeving” op de universiteit helpt het meritocratisch ideaal juist verder, schrijft .
Hoorcollegezaal in het Academie-gebouw in Groningen
Hoorcollegezaal in het Academie-gebouw in Groningen Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Op universiteiten zou het niet moeten gaan om diversiteit, maar om waarheidsvinding, schreef Alban Mik in een artikel over zogenoemde ‘diversity officers’ (24/7). De slimsten zijn hiertoe dankzij hun intellectuele gaven het best in staat. Daarom zou op de universiteit enkel een meritocratisch criterium moeten gelden: intelligentie moet je plek op de universiteit bepalen. Pas wanneer sekse, seksuele voorkeur of kleur ook nieuwe perspectieven brengen, en dus bijdragen aan waarheidsvinding, kan diversiteit relevant zijn.

Ter ondersteuning van deze stelling gebruikt Mik een citaat van de diversity officer van de Universiteit Leiden over „inclusieve excellentie”. Daarmee bedoelt ze dat iedereen in staat wordt gesteld „om te kunnen leren, zich te kunnen ontwikkelen, en op gelijke criteria te worden beoordeeld”. Dat laat volgens Mik zien dat het meritocratisch ideaal op de universiteit tanende is.

Dit is grote onzin. Het meritocratisch ideaal is springlevend en diversity officers dragen daar met hun streven naar meer diversiteit juist aan bij. Mik maakt van het fenomeen ‘diversity officer’ in zijn artikel een karikatuur.

Lees ook: Op universiteiten gaat het om waarheid, niet om diversiteit

Wie het gebruikte citaat, afkomstig uit een column op de website van de universiteit, erop naslaat, ziet al snel dat hij het onjuist gebruikt. Mik past het citaat toe op het gehele universitaire bedrijf, van onderwijs tot onderzoek. Maar het heeft een veel beperktere strekking: diversiteit onder studenten.

De afgelopen decennia is de studentenpopulatie diverser geworden. Waar deze aanvankelijk overwegend wit en mannelijk was, kent zij, afgemeten aan factoren als gender, seksuele geaardheid en etniciteit, nu een grotere verscheidenheid. Dat betekent echter niet dat alle studenten ook dezelfde kansen hebben, legt de diversity officer uit.

Inclusieve leeromgeving

Neem bijvoorbeeld studenten met een niet-westerse achtergrond, waartoe ik ooit zelf behoorde. Sinds enkele jaren weten we dat hun aandeel structureel achterblijft bij de demografische ontwikkeling. Als ze toch gaan studeren, hebben zij vaker problemen hun studie succesvol af te ronden: ze doen er langer over en vallen eerder uit, blijkt uit het rapport Aandacht voor diversiteit in het hoger onderwijs (2009) van de Inspectie van het Onderwijs.

In het stuk waaruit Mik citeert zegt de diversity officer te streven naar een „inclusieve leeromgeving”. Dat betekent dat de universiteit oog heeft voor de sociale achtergrond van haar studenten. Mik vindt dat streven onzin, want „het zwart, wit, homo, hetero, trans, vrouw of man zijn doet er niet toe om het bestuursrecht of de wiskunde te snappen”.

Knappe koppen met een ander beginpunt redden het soms niet

Maar dat is het punt helemaal niet. Het gaat erom te achterhalen welke oorzaken er zijn voor de mindere studieprestatie van studenten met een bepaalde achtergrond. Zo blijkt uit recent onderzoek van de inspectie (De Staat van het Onderwijs 2020) dat het onderwijsniveau van studenten met een niet-westerse achtergrond weliswaar is gestegen, maar dat de ongelijkheden in studiesucces blijven bestaan. Na vijf jaar heeft 43 procent van de studenten met een migratieachtergrond een diploma, tegenover 65 procent van de studenten die geen migratieachtergrond heeft.

Een mogelijke verklaring hiervoor is het beperkte sociaal kapitaal van deze studenten. Zij komen vaker uit gezinnen waarin het minder vanzelfsprekend is om te studeren, hebben veelal geen sociaal netwerk dat hen kan ondersteunen in hun studie en hun studiekeuzeproces en ze voelen zich doorgaans minder deel van de leeromgeving, analyseert Rick Wolff in zijn proefschrift Presteren op eigen bodem (2013).

Mik schrijft dat iedereen het erover eens is dat het Nederlands elftal louter uit de beste spelers moet bestaan. Dat klopt. Maar sommige studenten beginnen de wedstrijd ongewild met een 3-0 achterstand. Lange tijd had de universiteit hiervoor weinig oog. Diversity officers zijn, zoals de Leidse rector magnificus Carel Stolker onlangs nog in een tweet bevestigde, aangesteld om zulke blinde vlekken aan te pakken.

Dit leidt tot een fundamenteler bezwaar tegen Miks opvattingen: het meritocratisch ideaal aan de universiteit is anders dan hij denkt niet aan erosie onderhevig.

Ongunstige uitgangspositie

Natuurlijk wil en moet iedereen op zijn of haar kennis, vaardigheden en ervaring worden beoordeeld – of het nou gaat om studenten of wetenschappers. Daar is niemand tegen. Maar de realiteit is dat sommigen, ondanks hun ‘knappe kop’, het op de universiteit niet of moeilijker redden omdat hun uitgangspositie ongunstig is.

Deze ongelijkheid is voor Mik geen punt van zorg aangezien op de universiteit de zoektocht naar de waarheid dient te prevaleren. Maar universiteiten kunnen die zoektocht beter verrichten als ook mensen met een ongunstige uitgangspositie hun wetenschappelijke kwaliteiten kunnen ontplooien. Voor zover diversity officers daaraan bijdragen, valt hun werk dus te prijzen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.