Hij kreeg klappen van vier mannen én van het zwijgende OM

Justitie Op de kermis in Groesbeek werd C. in elkaar geslagen. Zes jaar later besluit het OM opeens de vervolging van de verdachten te staken. Uitleg komt er niet. „Ik kan niet bevatten wat er gebeurd is.”

Illustratie Gijs Kast

Een gescheurd oor, een gebroken neusbeen, een gescheurde lip, verbrijzelingen aan de rechterzijde van het aangezicht, een gebroken oogkas en blauwe plekken over het hele lichaam. „Mijn kaak was van boven tot onder gespleten”, vertelt C., een 51-jarige zelfstandige ondernemer uit Nijmegen. Zes weken lang kon hij alleen via een rietje voedsel nuttigen. De rechterhelft van zijn gelaat is nog steeds gevoelloos. „Alsof ik net door de tandarts ben verdoofd.”

Op 1 september 2013 loopt C., die om redenen van privacy niet met zijn naam in de krant wil, zijn verwondingen op. Het was kermis in Groesbeek, Gelderland. Hij bezoekt met zijn vriendin en een buurvrouw het optreden van Jannes, zanger van het levenslied, in een feesttent bij Café Oomen. Als hij om één uur ‘s nachts weg wil gaan, ziet hij dat zijn negentienjarige zoon bij de bar ruzie heeft gekregen met andere jongens. „Het ging om een meisje, bleek achteraf.” Omdat de gemoederen hoog oplopen, probeert C. naar eigen zeggen het opstootje te sussen. „Ik sprong er tussen en toen kreeg ik een trap in mijn rug.” C. geeft een klap terug en verlaat de tent.

Eenmaal buiten struikelt C. en komt met zijn zoon ten val. „Ik zag een hele meute op me afstormen. Ik ben om hem te beschermen op mijn zoon gaan liggen en toen hebben een man of vier me helemaal verrot geschopt”, zegt C. „Ze wilden me doodschoppen. Ik hoorde er eentje zeggen op zijn Groesbeeks: ‘och hij beweegt nog een beetje’. En toen kreeg ik opnieuw een flinke schop. Het is een wonder dat ik nu niet in een rolstoel zit.”

C. herkent zijn belagers, vertelt hij de Nijmeegse politie een week later als hij aangifte doet. Hij heeft ook in Groesbeek gewoond en had de verdachten, drie familieleden met een aannemersbedrijf uit die Gelderse plaats en een werknemer van die firma, eerder gezien.

Tien maanden cel

Na een eis van achttien maanden worden de vier verdachten vier jaar later door de rechtbank Gelderland veroordeeld tot tien maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Op basis van verklaringen van vier getuigen en een anonieme getuige achten de rechters bewezen dat de verdachten zich schuldig hebben gemaakt aan poging tot doodslag. Bij de mannen was volgens de rechtbank sprake van „totaal ontremd gedrag”. Het slachtoffer mag „van geluk spreken” dat de mishandeling „geen fatale afloop” had. De verdachten moeten ook een schadevergoeding betalen van 11.329,34 euro.

„Ik kon me wel vinden in die straf”, zegt C. op het kantoor van zijn advocaat Steven Oosterhof in Oosterbeek. Uiterlijke verwondingen zijn zeven jaar na de mishandeling niet meer te zien. Maar de zielenpijn is groot. Dat komt omdat twee jaar na de veroordeling van de verdachten de rechtszaak een wending heeft genomen die in de geschiedenis van de Nederlandse strafrechtspleging nooit eerder is vertoond.

Belangen

Voorjaar 2019 krijgt C. een uitnodiging langs te komen bij het ressortsparket van het OM dat bezig is met de voorbereiding van het hoger beroep. Het slachtoffer krijgt te horen dat het OM het gerechtshof in Arnhem zal vragen niet-ontvankelijk te worden verklaard. Het OM zegt dat „niet meer kan worden ingestaan voor de integriteit van het bewijs tegen de verdachten”.

Lees ook: officier misleidt rechter met ‘vals proces-verbaal

C. is perplex door de opstelling van het OM. „Dan zit je wel even raar te kijken als je zoiets hoort.” Hij is vooral verontwaardigd dat justitie geen enkele toelichting wil geven op het besluit. Wat kan er niet integer zijn aan het bewijs dat bestaat uit verklaringen van getuigen die een vechtpartij hebben gezien?

Advocaat-generaal Joep Simmelink zegt tijdens het hoger beroep dat hij als magistraat „de plicht” heeft „te waken over de eerlijkheid van het proces, waarbij recht wordt gedaan aan alle op het spel staande belangen van de verdachten, van het slachtoffer, van andere betrokkenen en van de samenleving”. Wat het ‘integriteitsprobleem’ behelst, wil hij niet zeggen. „Zelfs bij een meer terughoudende duiding van de problematiek dreigen de in casu te beschermen belangen te worden geschaad.”

Smartengeld

Simmelink laat C. in een brief wel weten bereid te zijn meer schadevergoeding te betalen dan de rechtbank nodig achtte. Ruim twee keer zo veel zelfs. Omdat het OM snapt dat de afloop van de strafzaak voor C. „uitermate teleurstellend is en gevoelens van frustratie oproept”, schrijft Simmelink, zal het OM 25.347,95 euro overmaken. 5.000 euro daarvan is een soort smartengeld omdat het voor C. „onverteerbaar” moet zijn dat de „gelet op de fysieke en psychische gevolgen van het tegen hem gepleegde geweld de daarvoor verantwoordelijken de dans ontspringen”. Het OM schrijft ook dat er „een reële mogelijkheid bestaat” dat C. de daders tegenkomt en dat is een „extra pijnlijke confrontatie”. Desgevraagd noemt Simmelink de kwestie „een unieke zaak”. De aanklager, ook bijzonder hoogleraar strafrecht aan de Universiteit Maastricht, zegt dat hem „een vergelijkbare zaak onbekend is”.

Het gerechtshof doet wat Simmelink vraagt. Na een korte schorsing oordelen ze dezelfde dag (31 oktober 2019) dat het OM niet-ontvankelijk is. In het arrest moppert het hof dat het OM informatie heeft achtergehouden én het onmogelijk heeft gemaakt dat de raadsheren daar zelf een oordeel over geven. Maar als het OM zelf zegt dat er geen integere bewijsvoering is geweest, „kan het hof niet anders dan het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaren”. Nader onderzoek doet het hof niet.

De vier verdachten gaan vrijuit.

Lees ook: Hoe het OM vier celstraffen wegmoffelde (column)

‘Zorgvuldig gehandeld’

Negen maanden na dit oordeel is het slachtoffer daar nog steeds ontdaan over. „Ik kan niet bevatten wat er gebeurd is”, zegt hij. Zijn raadslieden vinden dat C. opnieuw slachtoffer is geworden en spreken van ‘secundaire victimisatie’. Eerst is C. slachtoffer van een grof geweldsdelict, daarna haalt het OM „om voor cliënt nog altijd onduidelijke redenen de stekker uit de vervolging”, zegt advocaat Thom Dieben, die C. ook bijstaat.

Het slachtoffer laat het er niet bij zitten. Op 11 juni heeft hij zich tegenover een delegatie van het OM beklaagd over zijn behandeling. „Ik kreeg te horen dat er voldoende bewijs was in de zaak en dat voor het OM duidelijk is dat de verdachten de daders zijn”, zegt C. „Tijdens de vechtpartij heb ik gereageerd als een modelburger en ik had hiervoor eigenlijk een medaille moeten krijgen, vertelde het OM”. Maar verder dan het uitdelen van complimentjes kunnen ze niks voor hem betekenen.

Ik had eigenlijk een medaille moeten krijgen

C. ondernemer en slachtoffer

In een brief van 3 juli vat het OM de eigen opstelling nog één keer samen. Landelijk hoofdadvocaat-generaal Mariëtte Bode schrijft C. dat „alle medewerkers van het OM die met uw zaak te maken hadden, naar ons oordeel zorgvuldig gehandeld” hebben. Nadere duiding krijgt C. niet omdat „nog steeds geen openheid” kan worden gegeven over het justitiële optreden.

Het is hetzelfde antwoord dat ook minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) begin dit jaar geeft op Kamervragen van Michiel van Nispen (SP). Dat de vervolging in deze strafzaak niet kan worden voortgezet, „is bepaald onbevredigend. Over de redenen kan in dit bijzondere geval helaas geen nadere opheldering worden gegeven zonder de noodzakelijke bescherming van zwaarwegende belangen in gevaar te brengen”, aldus de bewindsman.

De juridische mogelijkheden van C. zijn nog niet uitgeput. Hij heeft cassatie ingesteld bij de Hoge Raad maar de kans is klein dat dit iets oplevert. Een slachtoffer heeft geen zelfstandig recht op cassatie. Advocaat-generaal bij het hoogste rechtscollege, Ebe Hofstee, heeft daarom het hoogste rechtscollege geadviseerd de klacht af te wijzen, hoewel de behandeling bij het hof in Arnhem ook volgens hem „bepaald niet alledaags” is. Op 1 september doet de Hoge Raad uitspraak.

‘Met rechterlijk fiat in de doofpot’

C. heeft nu zijn hoop gevestigd op het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. Dat college heeft ermee ingestemd zijn zaak te gaan behandelen. Volgens zijn advocaten is geen „deugdelijk onderzoek verricht naar het bijna fatale voorval”. Hierdoor is het recht op bescherming van het leven geschonden.

Het gerechtshof in Arnhem heeft volgens de advocaten van C. ten onrechte „zonder slag of stoot” de uitleg van het OM geaccepteerd, zonder verder onderzoek, desnoods achter gesloten deuren. Dan had het hof de „zwaarwegende belangen” die het OM zegt te willen beschermen kunnen wegen. „Het hof stond erbij en keek ernaar. Feitelijk is de zaak met rechterlijk fiat een doofpot ingegaan”, zeggen advocaten Dieben en Oosterhof.

Vorige week heeft C. ook de hulp ingeroepen van de Nationale Ombudsman. Hij schrijft de Ombudsman niet te begrijpen dat het OM en politie blijven volhouden dat er geen fouten zijn gemaakt. „Zij zijn samen verantwoordelijk voor de waarheidsvinding en het verzamelen van bewijs. Hoe kunnen ze dan zeggen dat er geen fouten zijn gemaakt?”

Het slachtoffer klaagt ook over het „totale gebrek aan transparantie”. Het OM wil niet eens zeggen welke zwaarwegende belangen beschermd moeten worden. „De staatsveiligheid”, vraagt C. Of zijn het „Groesbeekse belangen?”

In het strafdossier staat dat in oktober 2013 bij de criminele inlichtingen eenheid van de politie wordt gemeld dat „niemand durft te praten over de vechtpartij op de kermis in Groesbeek waarbij C. zwaar gewond is geraakt. Het ligt in de gemeenschap Groesbeek erg gevoelig om te praten over deze mishandeling”.

Moeten daar mensen worden beschermd en waarom dan in hemelsnaam, vraagt C. zich af. „Deze zaak is een heel apart verhaal.”

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Vandaag: Hoe het OM zweeg na een ernstige mishandeling

U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.