Opinie

Het is jammer, maar ook de open haard heeft zijn tijd gehad

Luchtkwaliteit

Commentaar

‘Ik weet zeker dat u uw vingers er politiek niet aan durft te branden”, zei minister Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) vorig jaar, licht provocerend, in de Tweede Kamer over wat hij de „allerergste luchtverpesters” noemde: de barbecue en de open haard, populaire sfeerbepalers van het moderne leven. Een ernstig advies van de hoogst serieuze Sociaal-Economische Raad deze maand, Biomassa in balans, bevestigt intussen wat eigenlijk iedere burger van dit land al eens heeft vernomen, maar liefst zo min mogelijk tot zich door laat dringen. Namelijk dat de open haard ronduit gevaarlijk is, voor het milieu en voor de volksgezondheid. En dat iedereen zich tweemaal, nee, driemaal moet bedenken vóórdat thuis de barbecue, open haard, terraskachel, vuurkorf, tuinhaard, sfeerhaard of houtkachel wordt ontstoken.

Lees ook: De SER is kritisch over biomassa als energiebron

Een open haard veroorzaakt 250 keer méér vervuiling dan een moderne cv-ketel en per eenheid 75 keer meer fijnstof dan een moderne particuliere biomassaketel. En over het verstoken van biomassa in centrales woedt nu (wel) een heftig debat. Over de populaire open haarden en andere vormen van particuliere houtstook hebben we het maar liever niet, zoals minister Wiebes correct voorspelde. Feitelijk stelt hij daarmee ook zichzelf in gebreke. Dat doet hij inderdaad met instemming van de Kamer. Het kabinet laat het bij voorlichting, regels voor nieuwe kachels (hoger rendement en minder fijnstof) en parkeerde het onderwerp bij de gemeenten. Die mogen dan proberen de overlast binnen de grenzen te houden.

Dan blijft dus het gevoel van eigen verantwoordelijkheid van de individuele burger over. Om diens innerlijke fikkiestoker annex rond-de-haardzitter het zwijgen op te leggen, moet die wel talloze krachtige, ingebakken dan wel aangeleerde culturele associaties met het thema haardvuur overwinnen. De ‘open haard’ en de schouw zijn in de volkscultuur al eeuwen symbool voor huiselijke gezelligheid en zelfs welstand. Wie een rokende schoorsteen op zijn dak had, was rijk, want beschikte over brandhout. Het gezinsleven speelt zich al eeuwen af rond de haard – bron van warmte, voedsel en andere genoegens, bijvoorbeeld op een dierenvel voor de schouw. Verhalen, muziek, gedichten ‘bij de open haard’ – het houtgestookte vuur staat voor delen, samenzijn, warmte, intimiteit en gezelligheid. Het keert symbolisch terug in de screensavers van knisperende houtvuren voor het nieuwe gezinscentrum: de breedbeeld-tv. En het is te zien in de sfeerfakkels en levendvuurlantaarns waarmee de horeca zichzelf graag presenteert.

Tot in Harry Potter aan toe (reizen via de haard) was de schouw ook de toegangspoort tot de wereld van geesten en tovenaars. Ooit stond in het volksgeloof vast dat de schouw de verbinding vormde met het luchtruim waardoor heksen op een haardbezem of -schop de woning in en uit gingen. Dat het sinterklaasfeest zich ook rond de kachel of open haard afspeelt, waar de cadeautjes door het rookkanaal worden bezorgd, is evenmin toeval.

Zo bezien is de haard niet uit te roeien. En toch gaat het die kant op, althans als plaats voor écht vuur. Voorkomen moet worden dat straks de burger in zijn elektrische auto bij zijn door geothermie verwarmde woning arriveert, om dan op het terras de vuurkorf eens flink op te poken, uit een onverklaarbare innerlijke behoefte.

Het kabinet duwt hem uit stembusvrees slechts terloops in de goede richting. Het echte werk moet hier door het gezonde verstand worden verricht. Wees dus verstandig en doe wat goed is voor het milieu..