Erdogan eist met gebed in Hagia Sofia hoofdrol op onder moslims

Vrijdaggebed De Turkse president poogt het glorieuze Ottomaanse rijk te laten herleven. Maar veel Arabische staten zijn daar niet van gediend.

De Turkse president Erdogan (zonder mondkapje) tijdens het vrijdagsgebed in de Hagia Sofia in Istanbul.
De Turkse president Erdogan (zonder mondkapje) tijdens het vrijdagsgebed in de Hagia Sofia in Istanbul. Foto AP

Het eerste vrijdaggebed in de Hagia Sofia stond bol van de symboliek. Alsof Turkije zich met de glorieuze heropening van de moskee tot leider van de soennitische wereld wilde kronen. President Recep Tayyip Erdogan droeg een witte gebedsmuts en ging voor in het gebed door op voortreffelijke wijze verzen uit de Koran te reciteren. Daarna besteeg directeur religieuze zaken Ali Erbas traag de preekstoel, steunend op een Ottomaans zwaard als symbool van verovering.

Tienduizenden gelovigen uit heel het land waren naar Istanbul gekomen om het historische moment bij te wonen. Ze droegen mondkapjes en Turkse vlaggen, scandeerden ‘God is groot’, en vulden de straten rond wat nu officieel de Ayasofya-i Kebir Camii Şerifi heet. Een ongeduldige menigte brak zelfs door een politiebarrière. Omdat de moskee zelf gereserveerd was voor vijfhonderd genodigden, moesten gewone gelovigen de dienst volgen op grote videoschermen.

Het ‘breken van de ketenen’ van de Hagia Sofia moest moslims over de hele wereld herinneren aan de vroegere grandeur van het Ottomaanse Rijk, destijds het centrum van de islamitische wereld. Dit werd onderstreept door shots van het magnifieke monument met de skyline van modern Istanbul op de achtergrond. Zo werd het ‘Nieuwe Turkije’ van Erdogan verbonden met zijn Ottomaanse verleden, waar moslims wereldwijd bekend mee zijn dankzij populaire Turkse tv-series.

Somberheid

Deze beelden leidden bij veel seculiere Turken tot somberheid en soul searching. Waren ze getuige van het einde van de seculiere republiek? Ze waren opgegroeid met het idee dat de vooruitgang uit het Westen kwam. Maar nu richtte Turkije zich nadrukkelijk op het Oosten. De vaste overtuiging van Atatürk, de vader van het moderne, seculiere Turkije, dat progressie alleen mogelijk was zonder het verstikkende oude islamitische geloof, lijkt totaal verlaten.

Duizenden gelovigen in de buurt van de Hagia Sofia vorige week vrijdag. Foto AFP

Natuurlijk was het sterk geënsceneerde gebed vrijdag allereerst bedoeld voor binnenlandse consumptie. Erdogan staat politiek en economisch immers zwaar onder druk. En het verlangen van zijn achterban naar de Hagia Sofia was uitgegroeid tot hartzeer, zoals Erbas het in zijn preek uitdrukte. Maar er zat een ambitieuzer randje aan de bijeenkomst. Het was een religieus en nationalistisch ritueel, een uiting van wraak op seculiere Turken en het Westen, en een gooi naar islamitisch leiderschap.

Lees ook De Hagia Sofia is meer dan een gebouw of museum

Zit de moslimwereld daar wel op te wachten? Turkije heeft daar niet zoveel vrienden over – althans niet officieel.

Het lijstje landen die Turkije prezen met de ‘nieuwe’ moskee was kort. Natuurlijk waren er felicitaties van de imam van de Al-Aksamoskee in Jeruzalem: „We feliciteren Turkije én onszelf want de Hagia Sofia behoort toe aan alle moslims.” Erbas presenteerde de heropening als voorbode voor „de bevrijding” van Al-Aksa, de op twee na heiligste plaats in de islam. Ook bondgenoten als Qatar, Somalië, de Moslimbroederschap, en Hamas lieten van zich horen.

Maar verder bleef het akelig stil. Dit heeft te maken met de rivaliteit tussen Turkije en Saoedi-Arabië, die de regio sinds de Arabische Lente verdeelt. In Riad groeien de zorgen over de neo-Ottomaanse dromen van Erdogan. Zijn steun voor de Moslimbroeders wordt gezien als een bedreiging voor het Saoedische koningshuis en bevriende autocraten. Sommige landen hebben de kant van Riad gekozen, zoals de Emiraten en Egypte. Anderen houden zich op de vlakte.

Wereldwijde uitstraling

De bondgenoten van Saoedi-Arabië bekritiseerden de heropening van de Hagia Sofia als slecht bestuur. Noura al-Khabi, minister van Cultuur en Kennisontwikkeling van de Emiraten, stuurde een veelzeggende tweet: „Hagia Sofia was duizenden jaren een historisch monument. Zijn status veranderen zal zijn culturele waarde aantasten.” Zo werd de status van de Hagia Sofia beperkt tot erfgoed, in plaats van een moskee met wereldwijde uitstraling.

De heropening komt op een moment dat Turkije zich in toenemende mate militair laat gelden in de regio. Het Turkse leger is verwikkeld in avonturen in Syrië, Irak, en Libië, landen die vroeger tot het Ottomaanse Rijk behoorden, en die Erdogan nu rekent tot de Turkse invloedssfeer. Maar ondanks die Turkse militaire steun nam de Libische premier Sarraj niet de moeite om te gaan bidden in de Hagia Sofia, ook al was hij in Istanbul voor overleg met Qatar.

In Libië steunen Saoedi-Arabië, de Emiraten en Egypte de rivaal van Sarraj. Ook elders in de regio kunnen proxyoorlogen met Turkije uitbreken. De animositeit tussen de Turken en de Saoediërs gaat ver terug. Mekka en Medina, de twee heiligste plaatsen in de islam, maakten vierhonderd jaar deel uit van het Ottomaanse Rijk. Maar tijdens de Eerste Wereldoorlog kwamen de Arabische stammen in opstand tegen de Ottomanen. Mekka en Medina gingen verloren voor de Turken.

Wie zich kalief mag noemen is bovendien geen Turkse kwestie, maar een complex islamitisch vraagstuk, waaraan Erdogan zich lelijk kan vertillen.

Atatürk hief na de stichting van de seculiere Turkse republiek bovendien het kalifaat op. Daarmee verloren de Turken hun aanspraak op het leiderschap van de moslimwereld. Dit zit sommige islamitische fundamentalisten in het land nog steeds dwars. Het regeringsgezinde tijdschrift Gerçek Hayat (‘Echte Leven’) riep maandag op tot de hervestiging van het kalifaat. „Hagia Sofia en Turkije zijn nu vrij”, stond op de voorpagina. „Als het nu niet is, wanneer wel? Als jij het niet doet, wie dan wel? Kom samen voor het kalifaat.”

Maar dat vindt Erdogan te ver gaan. Een woordvoerder van zijn AK-partij haastte zich te zeggen dat „de Turkse republiek een democratische, seculiere en sociale rechtsstaat is”. Want een grote groep Turken voelt zich niet prettig bij dit soort fundamentalistische retoriek, zeker niet na de gewelddadige heilstaat die de terreurgroep Islamitische Staat vestigde in Syrië en Irak. Wie zich kalief mag noemen is bovendien geen Turkse kwestie, maar een complex islamitisch vraagstuk, waaraan Erdogan zich lelijk kan vertillen.

Wraak op seculiere deel Turkije

Met de heropening van de Hagia Sofia nam Erdogan wel wraak op het seculiere deel van Turkije, dat de politieke islam zo lang heeft onderdrukt. Atatürk had van de Hagia Sofia een museum gemaakt om het seculiere karakter van de republiek te onderstrepen. Dit besluit vervloekte Erbas vrijdag in zijn preek. Het leidde tot wat plichtmatige kritiek van de seculiere oppositie, die zich tot dan toe op de vlakte had gehouden om Erdogan niet de cultuurstrijd te geven waarom het hem te doen is.

Bovenal moest het evenement uitstralen dat het Nieuwe Turkije zijn soevereiniteit herovert op het Westen. Het was geen toeval dat het plaatsvond op de verjaardag van het Verdrag van Lausanne uit 1924, toen de Geallieerden de grenzen van het moderne Turkije tekenden.

Turkse nationalisten hebben die grenzen altijd te krap gevonden. En de lauwe reacties uit het Westen bevestigden, in elk geval voor de Turken zelf, het beeld van een opkomende islamitische grote mogendheid.