‘De toekomst? Daar dacht ik niet over na’

Serie | Failliet. En dan? In de financiële crisis kon Marc Mulder zijn spelletjeswinkel niet overeind houden. Hij kwam diep in de schulden en raakte verstrikt in de bureaucratie van overheidsinstanties. Nu is hij zelf schuldhulpverlener.

Marc Mulder klopte bij de gemeente aan voor een hulptraject, maar werd niet toegelaten.
Marc Mulder klopte bij de gemeente aan voor een hulptraject, maar werd niet toegelaten. Foto Roger Cremers

Het begint met een spontaan idee, om een spelletjeswinkel te openen in Arnhem. Als student speelt Marc Mulder midden jaren negentig regelmatig het nieuwe kaartspel Magic met huisgenoten en kennissen. „Op een gegeven moment zei iemand: ik wil er wel een winkel in beginnen. En ik dacht: ik wil wel meedoen.”

Nederland heeft dan nog maar een paar spelletjeswinkels. „Mensen vroegen: hoe kun je daar nou van leven? Maar wij wisten dat het kon.” Mulder (nu 56 jaar) breekt er zijn bijna afgeronde studie filosofie voor af.

Het eerste jaar is zwaar voor hem en zijn twee mede-eigenaren. „Ik werkte zestig uur per week voor ongeveer 3,10 euro per uur. Bij de PTT draaide ik nachtdiensten om bij te verdienen.” Maar er komen steeds meer klanten, de omzet groeit en er wordt personeel aangenomen. Na zes jaar, in 2002, heeft Mulder drie spelletjeswinkels: in Arnhem, Zwolle en Enschede. Zijn zakenpartners zijn kort ervoor gestopt. Dan beginnen de problemen.

Stressvolle jaren

Het externe bureau dat de personeelsadministratie regelt, blijkt al jaren geen premies te hebben betaald aan overheidsinstanties en pensioenfonds. Een van Mulders compagnons onderhield het contact met hen. „Toen hij weg was, ontdekte ik dat ik al die premies nog moest betalen: meer dan 100.000 gulden.”

Het duurt een paar zware, stressvolle jaren om die schulden af te betalen. Mulder verkoopt zijn winkels in Zwolle en Enschede en maakt betalingsafspraken met alle leveranciers. „In 2004 was ik schuldenvrij, maar had ik helemaal geen reserves meer. Financieel en geestelijk was ik op.”

Precies op dat moment begint de gemeente Arnhem een bouwproject pal voor Mulders spelletjeszaak, het Musiskwartier. „In drie maanden tijd halveerde mijn omzet.”

Eigenlijk zou Mulder personeel moeten ontslaan om kosten te besparen. „Maar omdat ik er geestelijk zo doorheen zat, kon ik onmogelijk zelf vijftig uur per week in de winkel gaan staan en daarnaast nog de administratie en de inkoop regelen. Ik had gewoon geen energie.”

‘Knokken voor mijn winkel’

Ook zijn eigen winkelpand zou flink duurder worden. Daarom verhuist Mulder naar de Steenstraat. Ziet hij nog wel toekomst in zijn winkel? „Toekomst zien, daar dacht ik niet eens over na. Ik was aan het knokken om mijn winkel, die ik vanaf het begin had opgebouwd, overeind te houden.”

Drie jaar na zijn verhuizing, in 2008, begint de financiële crisis. Mulder merkt het al snel in zijn zaak. Er komen minder klanten en de omzetgroei die hij zo hard nodig heeft, kan hij wel vergeten. Mulder krijgt burn-outklachten. „Ik stond steeds minder in de winkel en zat meer op kantoor. Het duurde soms een dag voordat ik me ertoe kon zetten om een telefoontje te plegen.”

Zijn bankschuld, rond de verhuizing nog 60.000 euro, loopt op. „Achteraf weet ik niet eens waar het allemaal voor nodig was. In mijn pogingen problemen op te lossen, bleef ik bij lenen.”

Met een schuld van 144.000 euro meldde Mulder zich in 2014 aan voor de wettelijke schuldsanering

In 2009 besluit Mulder ermee te stoppen. „Ik heb de Belastingdienst gebeld zodat zij beslag konden leggen op de winkel. En ik bracht ze in contact met een leverancier die de winkel wilde overnemen.” Mulder blijft achter met 120.000 euro aan schulden bij bank en Belastingdienst. Twee dagen per week kan hij in de winkel blijven werken. Hij solliciteert op andere banen, maar niemand wil hem hebben. Het is crisis en hij is te oud.

Mulder meldt zich bij de gemeente voor een hulptraject, maar wordt niet toegelaten. Hij moet steeds aan nieuwe eisen voldoen – vier jaar lang.

Het zijn zware jaren. In de periode voordat hij zijn winkel kwijtraakte, gingen Mulder en zijn vrouw, met wie hij twee kinderen heeft, uit elkaar. Sindsdien woont hij anti-kraak en moet hij vaak verhuizen. Net als Mulder weer een normale woning heeft, krijgt hij bericht van de Belastingdienst: hij heeft ten onrechte 12.000 euro aan kinderopvangtoeslag ontvangen. Mulder kan dat niet terugbetalen, dus legt de Belastingdienst beslag op al zijn toeslagen.

Geen geld om te eten

„Ik had niet eens geld om te eten”, zegt Mulder. „Via de kerk kon ik de eerste twee weken overleven, daarna mocht ik naar de voedselbank.” Na tweeënhalve maand erkent de Belastingdienst dat er een fout gemaakt is. Mulder krijgt zijn toeslagen terug.

Uiteindelijk zal de gemeente Mulder nooit toelaten tot het hulptraject. Hij regelt het zelf. In 2014 – zijn schuld is dan al opgelopen tot 144.000 euro – meldt Mulder zich aan voor de wettelijke schuldsanering. Drie jaar zal hij onder ‘bewind’ staan: alles wat hij verdient, gaat naar schuldeisers, op wat leefgeld na. Daarna worden resterende schulden kwijtgescholden.

Nog voor hij uit de schuldsanering is, gaat Mulder andere mensen met schulden helpen, als vrijwilliger bij welzijnsorganisatie Rijnstad. „Ik hielp mensen bij hun thuisadministratie: brieven ordenen, overzicht krijgen.”

Mulder valt op bij Rijnstad en krijgt een betaalde baan. Nu belt hij aan bij mensen met een betalingsachterstand en vraagt of hij kan helpen. „Dat is mij op het lijf geschreven.” Mensen zeggen: jij bent anders dan die andere hulpverleners. „Ik heb het zelf meegemaakt, dus ik weet hoe je zo’n gesprek moet ingaan en waar je naar moet vragen.” Mulder geeft nu ook trainingen aan andere hulpverleners en is ambassadeur van de overheidscampagne ‘Kom uit je schuld’.

Door de coronacrisis zal het aantal mensen met schulden fors toenemen, vreest Mulder. Is de schuldhulpverlening nu beter geworden? Hij moet een paar seconden nadenken. „Er is wel meer besef dat er iets moet veranderen, maar ik mis nog steeds laagdrempelige hulp. De schuldhulpverlening is gericht op mensen met grote problemen, terwijl we mensen zouden moeten helpen vóórdat ze die problemen hebben. Dat kost geld, maar op de lange termijn bespaar je geld, en veel problemen.”