Opinie

Voorlopig geen goed nieuws van het Algerijnse front

Met arrestaties probeert het Algerijnse bewind betogers te intimideren die ondanks de lockdown toch de straat opgaan, hoort Carolien Roelants.

Dwars

U heeft al een tijdje in deze krant niets meer over Algerije gelezen, nou ja op zinnetjes na als ‘reizigers uit Algerije worden niet toegelaten’ en ‘reizigers uit Algerije worden weer toegelaten’ in het kader van de coronacrisis. Maar hoe staat het eigenlijk met de protestcampagne die de burgers vorig jaar lanceerden, eerst om de oude, zieke president Bouteflika (83) weg te krijgen en in de volgende adem om meer democratie en minder generaals af te dwingen?

Wel, het staat in Algerije min of meer zoals in Irak en Libanon waar de mensen ook in het kader van Arabische Lente 2.0 massaal de straat opgingen tegen hun corrupte en repressieve bewind. Nergens precies hetzelfde, maar in grote lijnen beloven alle bewinden hervormingen maar belijden ze die vooral met de mond. Een nieuwe premier, verkiezingen misschien, wat grondwetswijzigingen, een paar processen tegen corrupte ministers en zakenlieden (tenminste, voorzover die niet te belangrijk zijn), ja, we gaan hard aan het werk. Maar vervolgens kwam het coronavirus als een geschenk uit de hemel voor de bewinden om de betogers naar huis te gebieden en zelf thuis vooral hard te gaan werken aan bestendiging van de eigen positie.

We gingen het over Algerije hebben. Even recapituleren: de Hirak, Arabisch voor beweging, kreeg vorig jaar tamelijk makkelijk gedaan dat de generaals, de werkelijke machthebbers, Bouteflika in zijn rolstoel naar huis duwden. Bouteflika was misbaar. Vervolgens gingen de protesten door en organiseerden de generaals presidentsverkiezingen – tegen de zin van de betogers die éérst het opstappen van de hele oude garde, plus vrijheid van meningsuiting en vergadering eisten. Ze hadden gewoon gelijk, want er was op 12 december weinig andere keus op de stembiljetten dan vertrouwelingen van Le Pouvoir zoals de macht heet, van wie ex-premier Tibboune de winst pakte. De meeste Algerijnen stemden door thuis te blijven: met nog geen 40 procent was het de laagste opkomst ooit bij Algerijnse presidentsverkiezingen.

Sinds gemondkapte betogers zijn begonnen de coronaregels te trotseren, proberen de autoriteiten met een groeiend aantal arrestaties de beweging te intimideren. Soms worden arrestanten meteen vrijgelaten, soms berecht en veroordeeld wegens opruiing of bedreiging van de openbare orde – ook al is het protest strikt vreedzaam. Vandaag zou het proces beginnen tegen de journalist Khaled Drareni, die al vier maanden vastzit. De dertiger Drareni, oprichter van de nieuwssite casbah-tribune.com, is heel populair bij de jeugd. Als correspondent van Reporters sans Frontières en TV5 is hij bovendien een stem van de opstand in het buitenland. Sympathisanten zijn bang dat het regime een zware straf in gedachten heeft.

Intussen wordt ook gewerkt aan herziening van de grondwet die in de woorden van president Tebboune „democratie, rechtsstaat en eerbiediging van mensenrechten [zal] versterken”. Maar dat zeggen alle autoritaire regimes. Ook de Syrische grondwet van 2012 garandeert mooie rechten en politiek pluralisme. Niet dat ik de Algerijnse Pouvoir aan Assads regime wil gelijkstellen, dat ook weer niet, maar bijvoorbeeld het ontwerpartikel dat persvrijheid garandeert, eist tegelijk van de pers respect „voor de fundamentele godsdienstige, morele en culturele waarden van de natie”. Dat geeft elke rechter alle ruimte om een journalist geruime tijd op te bergen als hij/zij de regering bekritiseert. Nee, voorlopig geen goed nieuws uit Algerije.

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt op deze plaats elke week de feiten van de hypes.