Opinie

Verschrikkelijke vleesberg

Marcel van Roosmalen

De oude buurvrouw van mijn moeder is overleden, haar werkster belde mijn zus die het nieuws maar aan mijn moeder moest vertellen. Zij woonde op nummer 4, wij op 6. Twee onder een kap. Ik herinner me een vrouw die het leven met cynisme aanviel. Ze zat jaren met zichtbare tegenzin aan bij verjaardagen.

Meer dan veertig jaar buren, dan deel je op een gegeven moment meer dan je wilt delen. Mijn moeder deed alles om in het gevlij te komen, zij probeerde zoveel mogelijk afstand te houden.

Toen mijn vader net was overleden, raakte mijn moeder in financiële paniek en tegelijkertijd constateerde buurvrouw dat de kozijnen verrot waren. Haar klusjesman kon zijn duim tot ver in het hout duwen. Ze besloot om op haar kosten ook de kozijnen bij mijn moeder te vervangen. De reactie van mijn moeder: paniek en schaamte.

„Je komt dit weekend naar Velp”, siste ze vanuit haar telefoonstoel. „En je gaat haar bedanken.”

Mijn broer en zus waren ook al geweest.

Buurvrouw zat voor de televisie, hand op de kat.

„Ik kom bedanken voor de nieuwe kozijnen”, zei ik. „Het is geweldig.”

Buurvrouw zei dat de zonwering aan de achterkant er flodderig bij hing en vroeg of ik mijn moeder op afstand kon houden met haar bedankjes. Ze had verse haring gebracht, druiven uit eigen tuin en een boek van Geert Mak dat ze al had.

„En nu haar kinderen. Het lijkt wel een offerfeest.”

Daarna sprak ze vrijuit over de tekortkomingen van mijn vader. „Toen je twaalf was zei hij dat je minister-president zou worden. Jammer dat hij niet heeft mogen meemaken dat dat niet gelukt is.”

De laatste jaren groeiden ze noodgedwongen naar elkaar toe. Als de een met een hoofdwond onder de trap lag, werd als eerste de ander gebeld. Een van de laatste keren dat ik bij mijn moeder logeerde, werd ik wakker van geschreeuw. Mijn moeder lag in haar nachtjapon in het huis van de buurvrouw onder de buurvrouw, die van de houten wenteltrap was gevallen. Mijn moeder had haar naar de huiskamer willen slepen, maar was door haar voeten gezakt.

„Fijn dat je er bent jongen, wij zijn een verschrikkelijke berg vlees”, vatte mijn moeder de toestand samen.

De ambulance met buurvrouw was nog niet weg of ze schoot terug in haar eigen leven.

Ze ging ’s nachts sop maken, want het zou kunnen dat ik bloed in het tapijt had gelopen.

Buurvrouw kwam met een tulband om haar hoofd weer terug, maar kort daarop vielen ze vlak na elkaar definitief van de trap. Ze belden een paar keer met elkaar vanuit de verzorgingstehuizen, volgens mijn moeder waren dat korte gesprekken.

Marcel van Roosmalen vervangt deze week Ellen Deckwitz.