Bram van Ojik, GroenLinks: ‘Nooit opgelucht ademhalen’

Zomerserie | Weg van het Binnenhof De veteraan uit de Tweede Kamerfractie van GroenLinks, Bram van Ojik, gaat volgend jaar met pensioen. Hij verheugt zich erop.

Bram van Ojik
Bram van Ojik Foto Martijn Beekman/ANP

Gaat hij wel écht weg? Met Bram van Ojik weet je het nooit. Al twee keer eerder zat de GroenLinks-politicus in de Tweede Kamer. De eerste keer kort in de jaren negentig. Daarna tussen 2012 en 2015, als fractieleider, nadat de electoraal murw gebeukte Jolande Sap was opgestapt. Steeds nam hij afscheid – tussendoor was er nog een twintigjarige carrière bij het ministerie van Buitenlandse Zaken – maar steeds keerde hij ook weer terug.

Lees ook: het interview dat NRC in 2015 had met Van Ojik over zijn periode als fractievoorzitter

Ditmaal, na zijn derde periode in de Tweede Kamer, is het echt voorbij, zegt hij vanachter een kop koffie in zijn keuken in Amsterdam. Hij gaat met pensioen. „En ik verheug me daar ook op”, zegt de bijna 66-jarige Van Ojik. „Meer tijd voor de kleinkinderen, voor het lezen van boeken. Misschien ga ik wel iets in de buurt doen. Hoe dan ook: ik ben niet zo verslingerd aan status, aan de spreekwoordelijke auto met chauffeur, dat ik per se door wil gaan.”

Van Ojik kijkt met gemengde gevoelens terug op de afgelopen jaren. Op het terrein van asiel en migratie bereikte hij minder dan gehoopt. „De verdeeldheid en krampachtigheid over dit onderwerp is zó groot binnen de coalitie dat ze het helemaal hebben dichtgetimmerd in het regeerakkoord. Om ongelukken te voorkomen. Als oppositiepartij is het dan heel moeilijk om daartussen te komen.” Dat het daardoor zelfs niet mogelijk was om een handvol jonge, verweesde asielzoekers op de Griekse eilanden naar Nederland te halen, spreekt wat hem betreft boekdelen.

Keiharde geopolitiek

In het andere deel van zijn portefeuille – Buitenlandse en Europese zaken – had hij beduidend meer succes. Zelf is Van Ojik vooral trots op zijn werk rondom Rusland en China. De Nederlandse relatie met die twee landen stond in het verleden vooral in het teken van handel. Ten onrechte, zegt Van Ojik, want bedrijven als Gazprom of Huawei zijn behalve commerciële ondernemingen ook instrumenten in een keiharde geopolitieke strijd, die door de coronacrisis nog is verhevigd.

„Nog geen tweeënhalf jaar geleden was de Chinese premier Li Keqiang hier op bezoek en ging het alleen maar over de 8,5 miljard euro aan contracten die we hadden ondertekend”, zegt Van Ojik. „Ik heb niets tegen het uitrollen van de rode loper. Maar met zijn autocratische karakter en expansieve neigingen is China behalve een handelspartner ook een bedreiging van onze waardengemeenschap. Kijk wat er nu in Hongkong gebeurt – dat vind ik echt verschrikkelijk.”

Foto Martijn Beekman/ANP
„Het blijft een moeilijk vak”, zegt Bram van Oijk, drievoudig Kamerlid.
Foto Martijn Beekman/ANP

Buitenland en Europa zijn altijd lastige portefeuilles in de Tweede Kamer: breed en moeilijk om mee te ‘scoren’. Heb ik als parlementariër van GroenLinks concreet iets veranderd rond China? Moeilijk te zeggen. Maar ik kan er wel de schijnwerpers op zetten.”

Naïef ‘economisme’

Soms was het debat wel degelijk concreet. Zoals de motie over NordStream II waarvoor Van Ojik in april 2018 de steun van de Tweede Kamer kreeg. Die leidde ertoe dat het kabinet de milde opstelling ten aanzien van het grote Gazprom-project in de Oostzee „met frisse tegenzin” moest laten varen. „Het is niet zo dat de kranten ermee vol stonden, maar het past wel in het bredere geluid dat ik wilde laten horen: dat we onze relaties met landen als Rusland en China veel politieker moeten analyseren, en ons minder moeten laten leiden door naïef economisme.”

Lees ook: hoe GroenLinks een eigen Chinastrategie presenteerde

GroenLinks was begin 2019 de eerste partij die zich uitsprak tegen het gebruik van Chinese technologie in bijvoorbeeld strategische computernetwerken. Later dat jaar was Van Ojik een van de Kamerleden die minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken, VVD) dwong tot het herschrijven van de mensenrechtenparagraaf in de China-strategie van het kabinet. Die was te summier en onvolledig, oordeelde een Kamermeerderheid, zelfs het woord ‘Tibet’ ontbrak. Blok reageerde getergd op dit „huiswerk”.

Van Ojik heeft lovende woorden voor Blok, die zich in VN-verband juist voor die mensenrechten „keihard inzet”. Maar het viel Van Ojik ook op dat Blok snel geïrriteerd kan raken. Vooral bij interventies van linkse politici, zoals hijzelf of SP-Kamerlid Sadet Karabulut. „Ik vraag me soms af of hij wel geniet van het debat. Ik zeg niet dat ik altijd briljant argumenteer of zo, maar ik ben niet van de goedkope retoriek, eerder van het teveel aan nuance. Dat hij dan zo geïrriteerd reageert, zegt meer over hem. Hij is iemand die een beetje ongemakkelijk gaat meppen als hij geen goede argumenten heeft. Zijn voorgangers – Timmermans, Koenders, Zijlstra – genoten meer van het debat. Blok heeft een mapje en handelt de inhoud puntsgewijs af.”

Is het Kamerlidmaatschap makkelijker na twee eerdere termijnen? „De eerste keer was ik natuurlijk vooral bezig met boven water blijven. Maar ook nu blijft het een moeilijk vak. Het speelveld is veel complexer geworden. Met vijftien partijen die om aandacht schreeuwen. En ik kan me de tijd nog herinneren dat kranten ’s avonds naar de drukker gingen. Dan wist je: de rest van de avond gebeurt er niks meer, en kon je opgelucht ademhalen, een kop koffie of iets sterkers inschenken en een boek gaan lezen. Nu is dat toch anders.”