Dominee Harcourt Klinefelter, de voormalige perschef van Dr Martin Luther King.

Foto Kees van de Veen

Interview

Hoe de perschef van Martin Luther King naar Black Lives Matter kijkt

Harcourt Klinefelter | Oud-perschef Martin Luther King Harcourt Klinefelter, oud-perschef van Martin Luther King, woont in Steenwijkerwold. Wat kan de Black Lives Matter-beweging volgens hem leren van de activisten van toen? Vijf lessen.

Dominee Harcourt Klinefelter (82) weet zich doorgaans uitstekend uit te drukken in het Nederlands. Zo nu en dan sijpelt er zelfs een woord Fries tussendoor, de moedertaal van zijn vrouw Annelies.

Maar wanneer hem gevraagd wordt naar zijn jaren in de voetsporen van Martin Luther King – 1965, 1966 en, na zijn overlijden, 1968 – begint hij wat te haperen. Dan knijpt hij de ogen samen en valt hij terug op de taal van upper-middle class New Jersey, waar zijn wieg stond.

Op zulke momenten maakt zijn geest de reis van Steenwijkerwold, net boven Giethoorn in de kop van Overijssel, naar Selma, in het diepe, toen nog gesegregeerde, zuiden van Amerika. En naar al die andere plaatsen die hij aandeed als perschef van Martin Luther King. Hij ziet dan de demonstranten voor zich, die werden neergeknuppeld door de politie. Hij noemt ze de „martelaren” van de burgerrechtenbeweging. „Ze werden gekruisigd, maar op iedere kruisiging volgde weer een sociale wederopstanding van nieuwe demonstranten.”

Klinefelter leende zichzelf ook voor zo’n wederopstanding, als tweedejaars student theologie aan de universiteit van Yale, maart 1965. „Ik zag op het nieuws hoe een paar dagen na ‘Bloody Sunday’ dominee James Reeb met honkbalknuppels in een coma werd geslagen door white supremacy-activisten. De dag na zijn begrafenis reed ik 1.500 kilometer naar Selma en voegde me bij het protest.”

Marsen, betogingen, kerkdiensten: overal waar MLK ging, volgde ‘Harky’, zoals King en diens entourage hem noemden. Met om zijn linkerschouder steevast zijn Philips-bandrecorder, meegenomen uit Europa waar hij op kampeervakantie was geweest. Vanuit telefooncellen belde hij met radiostations die de toespraken uitzonden. „Ik haalde het kapje van het spreekgedeelte van de hoorn er dan af en verbond de recorder met twee draadjes aan het toestel. Zo was King op wel driehonderd radiostations te horen.”

Als hij nu student was zou hij vermoedelijk als vlogger de Black Lives Matter-beweging hebben vastgelegd. Hij volgt de ontwikkelingen, aan beide zijden van de Atlantische Oceaan, dan ook met groot enthousiasme. Vragen naar adviezen vanuit de ervaring van toen voor de beweging van nu, beantwoordt hij het liefst met een omweg, om de nieuwe generatie actievoerders niet voor de voeten te lopen. Toch zijn uit de vloed van anekdotes over toen, vijf lessen voor nu te destilleren.

Foto Kees van de Veen

Les 1
Verandering komt en gaat in golven

„Of ik niet teleurgesteld ben dat het ruim 55 jaar later nog steeds nodig blijkt om de straat op te gaan tegen racisme en ongelijkheid? King stond in een traditie waarin beeldspraak vaak beter werd begrepen dan de theorieën van professoren.

„Als ik naar Black Lives Matter en Kick Out Zwarte Piet kijk, zie ik die bewegingen als nieuwe golven die het gevolg zijn van de steen die King en anderen destijds in de oceaan gooiden. Soms kan het tientallen jaren duren voor zo’n golf ergens aanspoelt.

„Maar een golf spoelt niet alleen aan, maar trekt zich ook weer terug. Zo zagen we eerst het ongelooflijke gebeuren – een zwarte man werd verkozen tot president, niet omwille van zijn kleur, maar vanwege the content of his character – en beleven we nu compleet tegenovergestelde tijden in Amerika.

„Wat ik van King geleerd heb is om het komen en gaan van die golven te accepteren. Hij leerde mij het verschil tussen chronische tijd en, wat hij noemde, Kairos-tijd, naar Kairos, de Griekse God ‘van het geschikte moment’. Soms is het een kwestie van wachten tot de tijd voor een bepaald idee gekomen is. Gelukkig is dat ook in Nederland nu qua racisme eindelijk het geval.”

Les 2
Iedereen, zwart en wit, heeft zijn eigen rol in het verzet

„Net als tegenwoordig was er in de jaren zestig veel te doen om de rol van ‘witte helpers’ die zich aansloten bij de goeddeels zwarte burgerrechtenbeweging. Als iemand die opgroeide in een vrijwel volledig witte omgeving kon ik me vanzelfsprekend niets voorstellen bij het racisme en de segregatie in het zuiden van de Verenigde Staten. Dat werd me ook weleens aangewreven door mededemonstranten. Maar voor King zelf speelde kleur werkelijk geen rol; mijn kleur maakte me bijvoorbeeld niet meteen ‘schuldig’. Toen tijdens de March Against Fear [1966, red.] de term ‘Black Power’ opgeld maakte onder een smaldeel van de demonstranten – als reactie op de leus White Power – reageerde King furieus. Hij zei: ‘Je denkt toch niet dat ik me ga verlagen tot het niveau van mensen die andere mensen vermoorden en hun lichamen in de rivier gooien?’

Foto Kees van de Veen

„Onze missie was echt om ‘zwarte levens en witte zielen’ te redden, zoals we wel tegen elkaar zeiden. We leefden mee met mensen die gebukt gingen onder zoveel haat, en confronteerden die uitingen van haat met onze gebeden voor hun welzijn. King werd gedreven door liefde voor zijn vijanden. Dat was voor hem trouwens niet iets verhevens, maar juist een nuchtere vaststelling. Hij zei vaak: ‘Als we onze doelen hebben bereikt wil ik wel weer met mijn vijand verder kunnen leven.’

„Mijn advies aan de witte helpers is dus: vind je eigen rol. Bijvoorbeeld als versterker van het geluid van minder snel gehoorde zwarte activisten. En dan kan je kleur, hoe wrang ook, je soms zelfs van dienst zijn. Zo kon ik tijdens een herdenking in Mississippi samen met een witte verpleegster een man uit het gedrang redden, die bewusteloos geraakt was als gevolg van een epileptische aanval. ‘Laat die slaaf toch liggen’, riepen de tegendemonstranten tegen ons. Maar door dit eenvoudige gebaar, uitgevoerd door mensen met dezelfde kleur als zij, brachten we voor even de menselijkheid terug bij deze mensen. En zo kon King met zijn gevolg veilig verder trekken. Net zo kon ik soms wél in Ku Klux Klan-gebied tanken; met een zwarte collega verstopt in de achterbak.”

Les 3
Geweldloos verzet is iets anders dan lijdzaam toezien

„George Floyd was de zoveelste die stierf als gevolg van politiegeweld. Als je als groep al zo lang met geweld wordt geconfronteerd, dan is het logisch dat je de neiging ontwikkelt geweld met geweld te beantwoorden, al is het maar gericht op gebouwen. King zei het zelf al: ‘Een rel is de taal van degenen die niet gehoord worden.’

„Maar wat ik ook van King – en hij weer van Gandhi – leerde is dat er veel effectievere manieren zijn om van je af te slaan dan geweld. Bij demonstraties maakten we bijvoorbeeld een ‘menselijk tapijt’ – als één van ons klappen kreeg, sprongen we ervoor zodat de impact van de klappen in elk geval over twee lichamen verdeeld zou worden. En dáár sprong dan weer een ander voor, en zo verder, net zolang tot de klappen nauwelijks effect meer hadden.

„Wat we ook deden: onze tegenstanders zegenen en toezingen. Zo stond ik eens tegenover een Berlijnse Muur van politiemannen. ‘Vader, vergeef hun, ze weten niet wat ze doen’, reciteerden we dan. Of: ‘Moge God jullie zegenen.’ En: ‘We wensen jullie een mooie dag.’ Na verloop van tijd zag ik de tranen bij die kerels over hun wangen rollen. King geloofde écht dat ons wapen – radicale liefde – krachtiger was dan de atoombom. ‘Want die kan alleen maar vernietigen’, zei hij daarover, ‘terwijl liefde de houding van mensen kan veranderen.’”

Lees ook: de I have a dream speech van MLK was soms pure poëzie

Les 4
Antiracisme is onderdeel van een grotere strijd

„Een opvallend verschil tussen toen en nu is dat de protesten zich tegenwoordig puur op racisme lijken toe te spitsen. Terwijl voor ons de strijd tegen armoede en tegen militarisme onlosmakelijk verbonden waren met de strijd tegen segregatie en racisme. Als hij nu zou leven, dan zou de strijd tegen de opwarming van de aarde daar zeker bij horen.

„Daar kreeg King overigens ook weleens kritiek op; hij zou zich beter op één aspect kunnen richten, dan zou hij effectiever zijn. Maar hij wilde van een ‘economie van de dood’ naar een ‘economie van het leven’, dat was echt een fundamenteel iets voor hem. De liefde voor geld was volgens hem de wortel van alle kwaad. Hoe kon het, stelde hij bijvoorbeeld, dat we miljarden uitgaven om naar de maan te kunnen, terwijl miljoenen nog altijd in armoede leven?

„Slavernij was natuurlijk een duidelijk voorbeeld van die ‘economie van de dood’. Maar ook in oorlogen – en in de economie die daar profijt van heeft – worden financiële belangen boven de waarde van een mensenleven gesteld. En het meest vurig was hij misschien nog wel over de strijd voor een basisinkomen. Deze thema’s konden zwart en wit met elkaar verenigen.”

Les 5
Verzoening begint door terug naar je kindertijd te gaan

„Als adjunct-perschef was ik niet alleen voor verantwoordelijk voor het verspreiden van zijn toespraken, maar ook het beantwoorden van alle aan King gerichte brieven. Dat was soms weleens lastig; King was wars van heldenverering en die brieven stonden daar bol van. Hij heeft echt moeten accepteren dat hij nu eenmaal de belichaming geworden was van een historische kanteling in de tijd.

„Maar het meest vruchtbare onderdeel van mijn werk vond ik het geven van dialoogtrainingen. Die verzorg ik tot de dag van vandaag. Zo bracht ik – sinds 1972 in Nederland – de families van de Molukse treinkapers in gesprek met de families van gegijzelden. Dat waren bijzonder helende gesprekken. De essentie leerde ik in de dialogen die ik namens Kings organisatie faciliteerde tussen zwarte en witte Amerikanen. We vroegen hen terug te gaan naar hun jeugd. Vaak tot hun eigen verbazing blijken mensen dezelfde herinneringen te bezitten. Aan een bepaald soort brood of speelgoed bijvoorbeeld. Of aan de gedeelde ervaring van armoede. Een kind heeft geen vooroordelen; de kunst is om mensen weer terug te brengen naar het kind dat ze ooit waren.”

Bij King aan tafel

Eind vorig jaar verscheen Klinefelters biografie in het Engels; een bewerking van een eerder verschenen Nederlands boek Het leven van een vredesapostel. In het boek is te lezen hoe de handige Harky op een gegeven moment ook bij de familie King thuis over de vloer kwam, in het getto van Atlanta. „Daar wilde hij wonen, zodat hij niet zou vergeten voor wie hij streed.” Mevrouw King had hem gevraagd om hun taperecorder te repareren. Of hij bleef eten, vroeg mevrouw King hem bij die gelegenheid. Wat later die avond kwam ook King zelf thuis. De student-activist zei bedeesd: ‘Ik voel me niet waardig om met u aan één tafel te zitten.’ ‘Now Harcourt’, voegde de dominee hem snedig toe, ‘you make it necessary for me to make a long sermon about equality.

Klinefelter lacht bij de herinnering. Zó was Martin Luther King, wil hij maar zeggen.

De Black Lives Matter: een kijk-, lees- en luistergids

Handig met apparaten is de gewezen perschef nog altijd. In het schuurtje dat aan zijn huis grenst staat een vouwfiets die door hem zelf voorzien is van elektrische motor. „Ik haal er net station Steenwijk mee”, zegt hij.

Per trein reist hij nog altijd naar demonstraties en andere gelegenheden om als zelfbenoemd ‘vredesapostel’ Kings boodschap van geweldloos verzet te verspreiden. Tot in Lesbos aan toe, waar hij onlangs vluchtelingen trainde. „Met mijn pensioen heb ik hier in Nederland alsnog het basisinkomen waar King voor streed. Geweldig toch? Ik wil nog wel even door.”