Necrologie

Een wandelende almanak van sociale zekerheid

Louw de Graaf (1930-2020) | Oud-minister en -staatssecretaris Al vroeg wist Louw de Graaf dat het uitkeringsstelsel niet betaalbaar zou blijven. Hij voerde de eerste grote bezuinigingen door.

Louw de Graaf in 2001.
Louw de Graaf in 2001. Foto Robin Utrecht/ANP

„Alleen in de RWW is een voorschrift gegeven, niet in de ABW zelf. In de IOAW bestaat de mogelijkheid tot het horen van de commissie”. Louw de Graaf sprak dit soort zinnen doorgaans zonder enige hapering uit. Om vervolgens als onderdeel van een urenlang betoog moeiteloos over te stappen op de problemen met de NWW, de WWV, de WAGW, de AKW, de AAW, en niet te vergeten de WAO.

Weinig politieke onderwerpen waar de ondoorgrondelijke afkortingen zo welig tieren als de sociale zekerheid. Voor CDA-politicus De Graaf, wiens overlijden op 90-jarige leeftijd eind vorige week bekend werd gemaakt, was het Nederlandse uitkeringsstelsel haast even vertrouwd als de Bijbelteksten waarmee hij opgroeide. Als staatssecretaris van Sociale Zaken in drie kabinetten hield De Graaf in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw zich er bijna elf jaar mee bezig. Tevens verving hij in die tijd twee keer voor enkele maanden de minister van Sociale Zaken.

De kruidenierszoon die via de Mulo, een niet afgemaakte HBS-opleiding en een kadercursus van de vakcentrale CNV zijn opleiding kreeg, was een wandelende sociale zekerheidsalmanak. Met zijn kenmerkende tongval waarin zijn Friese afkomst doorklonk, kon hij elke uitkeringswet reproduceren. Daardoor kende De Graaf tevens de zwakke plekken van het systeem dat sinds de Tweede Wereldoorlog in Nederland geleidelijk was opgebouwd, en vooral ook uitgebouwd. Toen hij vicevoorzitter van het CNV was, waarschuwde hij in een notitie al in 1975 voorzichtig voor de gevolgen van de steeds verder stijgende lasten. Hij kreeg gelijk. Het stelsel is niet „opgewassen gebleken tegen onverwachte economische stormen”, constateerde de inmiddels tot staatssecretaris opgeklommen De Graaf een decennium later.

Stelselherziening

De houdbaarheid was zijn drijfveer voor de talloze aanpassingen die hij als bewindspersoon in de sociale zekerheid tot stand bracht. In 1978, in het door CDA en VVD gesteunde kabinet-Van Agt-Wiegel, ging het nog om een bescheiden maar wel fundamentele korting op de uitkeringen. Het betekende dat deze niet langer automatisch meegroeiden met de lonen waarmee de befaamde koppeling (ooit een „vorm van beschaving” door een CDA-Kamerlid genoemd) werd verlaten.

Ten tijde van de uit dezelfde coalitie voortgekomen eerste twee kabinetten-Lubbers was Louw de Graaf de architect van de veel ingrijpender stelselherziening sociale zekerheid. Het ging hierbij niet alleen om de hoogte van de uitkeringen maar ook om het systeem als zodanig dat danig op de schop ging. Bovendien moest de deels door Europa voorgeschreven gelijke behandeling van mannen en vrouwen in de uitkeringsregels tot stand worden gebracht.

De Graafs bezuinigingsbeleid bracht hem regelmatig in conflict met zijn ‘oude vrienden’ bij de christelijke vakbeweging. Hij kon ermee leven en bleef ondertussen hopen dat het CNV tot inkeer zou komen. Inkeer kwam er niet, maar wel begrip. „In de loop van de tijd zijn de verhoudingen toch weer beter geworden. Louw de Graaf behoort zonder twijfel tot de reeks prominente mannen die de christelijke vakbeweging heeft voortgebracht”, zegt het CNV in een in memoriam.

De Graaf was in 1977 als vicevoorzitter van het CNV de logische kandidaat de vertrekkende voorzitter Jan Lanser op te volgen. Maar hij koos bewust voor de politiek en stemde in met een plaats op de kandidatenlijst voor de Tweede Kamer van het toen net gevormde CDA. Zijn wortels lagen bij de Anti-Revolutionaire Partij, een van de drie partijen waaruit het CDA is opgebouwd.

De gereformeerde „mannenbroeders” waren van het beginsel waarover stevig gestreden mocht worden. De Graaf deed daar stevig aan mee. Binnen de ARP behoorde hij in 1967 tot de groep zogeheten „spijtstemmers” die in een open brief aan het partijbestuur hun teleurstelling uitspraken dat de partij met de VVD wilde gaan regeren in plaats van met de PvdA. „Christelijke politiek moet christelijk radicaal zijn of zij moet niet zijn”, aldus de brief.

Na zijn vertrek in 1989 als staatssecretaris was Louw de Graaf nog tien jaar voorzitter van de Ziekenfondsraad en aansluitend vier jaar voorzitter van het College voor Zorgverzekeraars. Maar zijn naam zou verbonden blijven met de grote bezuinigingen in de sociale zekerheid in de jaren zeventig en tachtig. In een interview met de Volkskrant zei hij hierover in 2003: „Ik heb nooit het gevoel gehad, Louw, je bent verkeerd bezig. Het is wel moeilijk geweest, maar ik heb nooit gedacht: je doet dingen die je niet moet doen. De sociale zekerheid is niet overboord gezet.”