Reportage

‘Een uur later is de troep al terug’

Afval in Den Haag Hagenaars zijn boos over de rotzooi op straat die zich naast afvalcontainers opstapelt. Maar een oplossing is lastig, het is vooral een mentaliteitsprobleem.

Het opruimen van afval en grofvuil dat naast de containers wordt gezet, kost Den Haag 7 miljoen euro per jaar.
Het opruimen van afval en grofvuil dat naast de containers wordt gezet, kost Den Haag 7 miljoen euro per jaar. Foto’s David van Dam

Nog voor je de weeïge rotte lucht van afval ruikt, hoor je het gekrijs van de meeuwen. Met de kraaien vechten ze om wat er in de vuilniszak zit: rijst, sinaasappelschillen, pitten. De Langnekstraat, achter de Haagse Markt, ligt vol etensresten. Papier en plastic dwarrelen door de zeewind steeds verder de straat in. En dit is nog maar de inhoud van één zak die naast een ondergrondse container werd achtergelaten.

Verderop, in de Van Mierisstraat, ligt naast de container zowat iemands hele huisraad. Een matras met vlekken, een schotel voor de tv, de planken van een kast, emmer en mop. En – daar komen de meeuwen op af – de restanten van een afhaalmaaltijd. „Tsss, tsss, wat vies”, mompelt een voorbijganger.

Hagenaars uit de wijken Transvaal, Schilderswijk en Laak zijn inmiddels zo boos over de rotzooi die zich naast containers ophoopt, dat ze onlangs in optocht naar het stadhuis trokken. „Schoon, schoon, Den Haag moet schoon!”, riepen ze. Langs de route hingen bewoners uit de ramen en staken de duimen op.

7 miljoen euro

Het afval is een probleem, erkent de wethouder. Maar eigenlijk is dit een mentaliteitsprobleem. De zakken worden niet in de containers gestopt, het huisraad niet aangeboden als grof vuil, maar het belandt naast de bakken. Uit onderzoek dat de gemeente vorig jaar deed, bleek dat in slechts 2 procent van de gevallen de container vol was of verstopt. Het opruimen van alles wat naast de bakken staat, kost de stad 7 miljoen euro per jaar – bovenop de 27 miljoen euro voor de inzameling van afval dat wel op een juiste manier wordt aangeboden.

Als de vuilnis in de bakken verdwijnt, gaat wethouder Liesbeth van Tongeren (GroenLinks) over de inzameling en scheiding. Als het er naast staat, is wethouder Hilbert Bredemeijer (CDA) verantwoordelijk, hij gaat over de buitenruimte. „Ik krijg alle foto’s en filmpjes van de rotzooi in m’n tijdlijn op sociale media”, zegt hij.

Het afval staat volgens hem symbool voor de druk op leefbaarheid in een aantal Haagse wijken. Daar waar veel mensen wonen, kortstondig wonen en de sociale samenhang laag is, is het viezer dan waar mensen ruim wonen, een eigen huis bezitten en betrokken zijn bij de buurt. De afvalhotspots zijn precies ook die wijken waar veel arbeidsmigranten wonen en de gemeente verkamering en het opdelen van woningen probeert tegen te gaan.

„We melden ons hier helemaal gek. De gemeente haalt de troep weg en een uur later staan er soms weer zakken”, vertelt Sigrid Grotens uit Laak. „We proberen mensen persoonlijk te benaderen”, zegt ze. Met een groep „Poolse dames” is ze door de wijk gelopen om in het Pools uit te leggen hoe het huis- en grofvuil in Den Haag aangeboden moet worden. Maar ze zegt ook: „Veel van die mannen wonen maar een paar maanden hier. We weten dat wanneer het het einde van de maand is, heel het huisraad de straat op gaat.”

De eigenaar van supermarkt Furcan, in Transvaal, heeft eenzelfde verhaal. Bij hem gaat het om Bulgaren, zegt hij. Bedden, matrassen, kasten, van alles wordt er volgens hem naast de containers gezet – die vlak voor zijn rekken met fruit staan. Hij heeft er een poster opgeplakt. ‘Camerabewaking’ staat erop, een waarschuwing dat de bewakingscamera van zijn winkel ook de bakken ziet.

Lees ook: Zwerfvuil op straat? App de gemeente

Niet dat het helpt. „Soms zetten ze een zak er gewoon naast en lopen ze weg. En dan komen de vogels om het kapot te maken.” De ondergrondse containers werden acht jaar geleden juist geplaatst om te zorgen dat de meeuwen in de kustgemeente niet meer bij de vuilniszakken konden.

Gedragspsycholoog

En als de bak vol is? De supermarkteigenaar wijst naar de overkant van de weg: „Daar staan ook containers.” Iedere ochtend om zeven uur komt een vrachtautootje van de reinigingsdienst langs om te controleren of er ’s nachts iets is gedumpt, vertelt hij.

Wie door de Schilderswijk, Transvaal en Laak loopt, ziet die autootjes overal, net als de mannen in oranje pak van het Haagse veegbedrijf die zwerfvuil opvegen. Wethouder Bredemeijer vertelt dat in de hotspotwijken er nu zes dagen in de week vuil wordt opgehaald. In Laak is nu een vaste ophaaldag voor grofvuil en wordt er „tegen het beleid in” ook in andere talen dan Nederlands geïnformeerd.

Hij treedt op met harde hand – er wordt vaker ’s nachts gehandhaafd en in burger – en met zachte hand – rondom de containers worden tuintjes geplaatst in de hoop dat er minder naast wordt gezet. Negenhonderd Hagenaars adopteerden in hun eigen straat een container en houden die schoon. De gemeente riep zelfs de hulp van een gedragspsycholoog in.

Dat de stad schoon wordt, kan en gaat Bredemeijer alleen niet beloven. „In een stad, welke stad ter wereld ook, zal altijd afval zijn. Honderd procent spic en span zal het nooit zijn.”