Bent u, Mark Zuckerberg, niet veel te machtig binnen uw eigen bedrijf?

Hoorzitting De machtsconcentratie bij Amerikaanse techbedrijven gaat velen in hun thuisland nu ook te ver.  Deze woensdag getuigen vier topmannen, van Apple, Google, Facebook en Amazon, voor het Amerikaanse Congres in een onderzoek naar mogelijk machtsmisbruik.

Facebook-topman Mark Zuckerberg is een van de tech-iconen die woensdag verschijnt voor de antitrustcommissie van het Amerikaanse Congres. Hij werd daar al eerder ondervraagd.
Facebook-topman Mark Zuckerberg is een van de tech-iconen die woensdag verschijnt voor de antitrustcommissie van het Amerikaanse Congres. Hij werd daar al eerder ondervraagd. Foto Chip Somodevilla

Hun bedrijven bepalen het dagelijks leven van miljarden mensen. Maar deze week zijn de rollen omgedraaid: Jeff  Bezos van Amazon, Tim Cook van Apple, Sundar Pichai van Google en Mark Zuckerberg van Facebook leveren zich vrijwillig over aan de volksvertegenwoordigers in het Amerikaanse Congres. De iconen van Big Tech moeten uitleggen hoe ze „zoveel rijkdom konden verzamelen en daarvan zo weinig delen met de rest van de wereld”.  

Aldus David Cicilline, de  Democratische  voorzitter van de antitrustcommissie, die woensdag de vier topmannen hoort – wier bedrijven bij elkaar om en nabij 4.000 miljard euro aan beurswaarde vertegenwoordigen.  Het is voor het eerst dat de vier samen verantwoording afleggen over mogelijk misbruik van hun machtspositie en dwarsbomen van concurrenten.

Amazon, Apple, Facebook en Google konden jaren, zonder tussenkomst van overheden, monopolistisch gedrag vertonen. Dat is nu veranderd, dankzij een reeks hoorzittingen en onderzoeken van toezichthouder FTC en het Amerikaanse ministerie van Justitie, die dit jaar zijn aangekondigd.

Deze onderzoeken richten zich bij  Facebook en Google op misbruik van hun dominante positie in sociale netwerken en zoekmachines.  Bij Amazon en Apple gaat het vooral om  misbruik van de macht op de marktplaats – Amazon.com en Apples App Store – die ze beheren. Beide zouden eigen producten en diensten voortrekken ten opzichte van hun concurrenten, of in het geval van Amazon zelfs informatie van concurrenten gebruiken om hun producten na te maken.

Politici zoeken naar de juiste regels om de macht van Big Tech in te perken. Zijn deze bedrijven te groot geworden? Zo groot dat ze concurrentie de pas afsnijden – en daarmee innovatie en keuze voor consumenten tegenwerken? Moeten de bedrijven worden ‘opgeknipt’, zoals onder meer voormalig Democratisch presidentskandidaat Elizabeth Warren wil?

Lees ook dit achtergrondstuk over de grote Amerikaanse techbedrijven en wat hen nog kan stoppen: ‘De vijf zwakke plekken van Big Tech’

Eerder werden onder meer Facebook en Twitter al ter verantwoording geroepen. Toen ging het om de vraag of sociale media genoeg deden om Russische inmenging tijdens de verkiezingen te voorkomen. En in 2018 stond Google-topman Pichai al eens voor het Congres om te spreken over data en privacy.

Erg inhoudelijk waren die verhoren niet. Politici gebruikten ze vooral als podium om zichzelf te profileren. Voor de bedrijven was het een kans zich nederig op te stellen, en meegaand in de roep om nieuwe regels – in de hoop zo invloed uit te kunnen oefenen op de uitkomsten.

Het treffen is gepland in het Rayburn House Office Building, het grootste Congresgebouw in Washington, maar gaat mogelijk vanwege corona toch per video. De  verwachting is dat de Congresleden de topmannen ondervragen over monopolistisch gedrag, en daar zorgen aan koppelen over databescherming, privacy en subjectieve presentatie van politieke meningen.

Welke kritische vragen zou het Congres de vier bestuurders moeten stellen?

Apple

Apples grootste concurrenten betalen 30 procent provisie in de App Store. Is dat wel eerlijk?

Apple lijkt weinig kwaad te kunnen in de  ogen van Amerikaanse politici. Het bedrijf beheert geen omstreden sociaal netwerk, raakte niet verwikkeld in privacyschandalen en heeft geen dominant aandeel in de telefoonmarkt.  Maar uit de iPhone kwam  wel  een digitale economie voort van software en  diensten, waarin vorig jaar 519 miljard aan omzet en betalingen omging.  Apple speelt daarin meerdere rollen: het is beheerder van de  App Store én verkoopt er zijn eigen muziekabonnementen en tv-pakketten. Concurrenten als Spotify en  Netflix moeten provisie betalen en mogen niet binnen hun iPhone-app aangeven dat consumenten ook buiten Apple om een abonnement op hun dienst kunnen afsluiten.

Waarom trekt Apple consequent eigen diensten voor op de iPhone?

De iPhone is geen open systeem – Apple  bepaalt wat er kan en mag. Dat past bij de bedrijfsfilosofie, maar het heeft monopolistische trekjes. De beste plekken op de telefoon zijn gereserveerd voor Apples eigen software. Pas dit najaar wil het bedrijf toestaan dat je een andere mailclient of webbrowser dan Safari als standaard kunt gebruiken. De  afgelopen tien jaar kregen de eigen diensten die favoriete plek. Dat loont; denk aan de hoge iCloud-tarieven die Apple kan vragen, omdat dat de standaard back-upmethode is. 

Waarom krijgen niet alle appontwikkelaars dezelfde toegang tot Apples hardware?

Apple  geeft andere softwareontwikkelaars niet altijd toegang tot  belangrijke functies van de iPhone. Zo kan contactloos betalen met de iPhone alleen met Apple Pay: voor de EU is dat reden tot onderzoek. Tot de bluetooth-locatietechnologie (om spullen terug te kunnen vinden met  elektronische  labels) wil Apple potentiële concurrenten wel toegang geven, maar hun  tegelijkertijd strenge voorwaarden opleggen. 

Google

Waarom benadeelt Google concurrerende systemen rond advertentieveilingen?

Googles zoekmachine heeft een marktaandeel van meer dan 90 procent en verdient daarmee 40 procent van al het geld dat omgaat in digitale advertenties. Het Google-imperium is deels gebaseerd op de overnames van YouTube en DoubleClick in 2006 en 2007. Deze overnames worden nu opnieuw  tegen het licht gehouden. Dit Amerikaanse onderzoek lijkt zich toe te spitsen op de achterliggende advertentietechniek. Uitgevers klagen dat Google voor toegang tot advertentieveilingen gebruik afdwingt van zijn eigen gereedschappen, anders lopen ze de rijkdom van Googles databronnen mis. Concurrerende veilingsystemen worden benadeeld. Adverteerders voor Google-dochter YouTube moeten dit systeem ook gebruiken – YouTube leverde vorig jaar 15 miljard dollar (12,8 miljard euro) aan advertentie-inkomsten op.

Waarom zou de VS niet, net zoals de EU, overgaan tot uitdelen van miljardenboetes aan Google?

Google wist eerdere onderzoeken naar machtsmisbruik af te weren, onder meer door een uitgebreid lobbynetwerk in Washington. In Europa lukte dat niet – dat biedt aanknopingspunten voor Amerikaans onderzoek. Google gebruikt zijn zoekmachine om andere Google-diensten aan te bieden, zoals  recensies en prijsvergelijkingen. Hierbij worden zoekresultaten van andere prijsvergelijkers benadeeld,  oordeelde de EU, die een boete van 2,4 miljard euro oplegde. Google moest daarnaast 4,3 miljard euro betalen omdat het telefoonfabrikanten dwong Google-apps te bundelen met besturingssysteem Android. Zo kon het zijn dominante positie als zoekmachine behouden. 

Leg uit: heeft Google Sonos bestolen?

Speakerfabrikant Sonos beschuldigt Google en Amazon ervan code gestolen te hebben om luidsprekers op meer plekken tegelijk te laten klinken. Ook zou Google zijn spraakassistent niet willen leveren aan een Sonos-luidspreker die tegelijkertijd samenwerkt met concurrent Alexa, van Amazon. Google klaagde op zijn beurt Sonos aan vanwege inbreuk op patenten. Volgens Google zou Sonos ‘substantiële volumes’ Google-technologie gebruiken zonder toestemming.

Chip Somodevilla

Facebook

Waarom volgt Facebook mijn internetgedrag – ook als ik helemaal niet op Facebook zit?

Facebook weet precies wat zijn gebruikers online doen, ook als ze zich niet binnen het domein van Facebook of Instagram begeven. Elke site met een Like-knop stuurt informatie naar Facebook over de gebruikers die de site bezoeken. De ‘Facebook-pixel’, een stukje code dat adverteerders op websites plaatsen om te weten welke groepen Facebook-gebruikers hun site hebben bezocht, slurpt ook informatie op. Zelfs over internetgebruikers zónder Facebook-account wordt op deze manier een gelimiteerd pakket informatie verzameld, waardoor zowel gebruikers als adverteerders bijna niet om Facebook heen kunnen.

Bent u, Mark Zuckerberg, niet veel te machtig binnen uw eigen bedrijf?

Facebook-topman Mark Zuckerberg heeft zijn bedrijf sinds oprichting zo ingericht dat hij alleen alle grote beslissingen kan nemen. Dat geldt ook voor grote overnames, zoals die van Instagram en WhatsApp – twee aankopen die Facebook een overweldigende invloed hebben gegeven binnen het domein van sociale media. Die positie van Zuckerberg baart politici al jaren zorgen. Om critici tegemoet te komen, heeft hij onlangs een oversight board geïntroduceerd. Dat is een groep experts die bindende beslissingen kan nemen over censuur op het platform, buiten Zuckerberg om.

Facebook weet precies wat z’n gebruikers online doen, ook als ze zich niet in het domein van Facebook begeven

Bent u bereid WhatsApp of Instagram te verkopen?

Facebook is erin geslaagd zijn twee grootste concurrenten, WhatsApp en Instagram, over te nemen, voordat de twee bedrijven Facebook echt pijn konden doen. Het bedrijf kocht ook andere, kleinere concurrenten, om er vervolgens de stekker uit te trekken. Zo kocht Facebook in 2017 complimentenstuurapp TBH voor 100 miljoen, om er in 2018 mee te stoppen.

Op dit moment is Facebook bezig zijn verschillende sociale media ‘aan de achterkant’ met elkaar te integreren, naar voorbeeld van het Chinese WeChat, waar gebruikers bijna alles kunnen met één app.

De verkoop van een van die onderdelen zou concurrentie kunnen aanwakkeren, Facebook dwingen tot innovatie en consumenten meer keuze geven, waarbij ze hun data over diverse aanbieders verdelen.

De populariteit van het Chinese TikTok, ook in de VS, toont wat een concurrent kan doen: Facebook is direct bezig onderdelen van TikTok, populair onder tieners, te kopiëren.

Amazon

Amazon voor onze films, boodschappen, cloudopslag én medicijnen: moeten we dat wel willen?

Van de vier techbedrijven is Amazon het breedst georiënteerd. De onderneming, die begon als online boekwinkel, produceert nu zelf media (films, muziek en tv-series), faciliteert dataopslag voor bedrijven (Amazon Web Services), is eigenaar van een supermarktketen (Whole Foods, bouwt zelfrijdende auto’s, tablets (Kindle) en praatpalen voor in huis (Alexa) en bezit een grote krant (The Washington Post). Gevolg daarvan is dat concurrenten, zodra Amazon met zijn enorme schaal een markt betreedt, worden weggedrukt.

Jeff Bezos, die vroeg inzag dat consumenten door internet steeds meer in huis gaan leven en bestellen, kan zo nog tal van nieuwe markten aanboren. Er is geld genoeg: het bedrijf heeft een oorlogskas van 50 miljard dollar, beschikbaar voor investeringen.

Er zijn tal van opties. Amazon kijkt met veel interesse naar boodschappen- en maaltijdbezorging en kocht onlangs Zoox, dat gespecialiseerd is in technologie voor zelfrijdende auto’s. En Amazon kijkt met belangstelling naar de markt voor gezondheidszorg. Vorig jaar lanceerde het bedrijf Amazon Care. Dat is een dienst voor Amazons eigen werknemers, waarbij Amazon online doktersconsulten faciliteert en medicijnen aan huis bezorgt.

Misbruikt Amazon zijn eigen platform om concurrenten uit de markt te drukken?

Amazon gebruikt zijn webwinkel op twee manieren: het verkoopt er zelf producten en stelt andere ondernemers in staat er hun waren te verkopen. Amazon zou, volgens een onderzoek van de EU, informatie verzamelen over de verkopen door deze ‘derde partijen’ en die info gebruiken om eigen producten te bevoordelen.

Zo onthulde The Wall Street Journal onder meer dat Amazon data van derde partijen gebruikt om zelf concurrerende, lager geprijsde producten te ontwikkelen. Amazon heeft altijd ontkend data van derden te gebruiken voor dergelijk anti-competitief gedrag. Toch bracht het onder druk van Eurocommissaris Vestager en antitrustonderzoeken in Duitsland wel een reeks aanpassingen aan in de voorwaarden. Daardoor kan Amazon nu bijvoorbeeld niet meer zonder waarschuwing of opgaaf van reden per direct derden van zijn platform verwijderen.

Amazon heeft een bedenkelijke reputatie als het gaat om het beantwoorden van vragen over dit onderwerp. Zo vroeg het Amerikaanse Congres in september vorig jaar om documenten om deze kwestie te kunnen onderzoeken. Op 1 mei concludeerde het Congres in een brief aan Bezos dat Amazon „zeven maanden na ons oorspronkelijke verzoek nog altijd geen adequaat antwoord heeft gegeven op onze vragen”.

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Vandaag: Apple, Google, Facebook en Amazon staan voor het Amerikaanse Congres

U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.