Analyse

De oude garde van turntrainers wil trainen, trainen en presteren

Turnen Dat er misstanden zijn in het turnen is al jaren bekend in Nederland, maar tot nu toe zijn maatregelen uitgebleven.

Voormalig turnster Stasja Köhler deelt handtekeningen uit tijdens een turngala in de Haagse Houtrusthallen, in 1991.
Voormalig turnster Stasja Köhler deelt handtekeningen uit tijdens een turngala in de Haagse Houtrusthallen, in 1991. Foto Paul Bergen

Wie heeft als kind de gymzaal niet als een aantrekkelijke speeltuin ervaren? Springen, huppelen, rollen en klimmen, hoe leuk wil je het hebben? In die vrolijke entourage kan een kind zich spelenderwijs motorisch ontwikkelen. Gymnastiek, niks mis mee. Voor ouders een geruststellende gedachte.

Het wordt oppassen als fase twee aanbreekt, het moment waarop het kind talentvol blijkt te zijn en met zachte dwang van gym richting turnen wordt geduwd. Dan wordt spelen sport en treden er andere machinaties in werking. Dan is het voor ouders zaak alert te zijn en de vraag te stellen: hoe verantwoord is die stap?

Goede kans dat het talent dan in de kraamkamer van de topsport belandt. Willen wordt moeten, het lichaam wordt zwaarder belast en de geest wordt geacht mee te bewegen. De trainingsuren worden frequenter en de intensiteit opgevoerd. Dan komt er een moment dat ouders voor de vraag gesteld worden of zij hun kind aan dat regime moeten overdragen.

De praktijk leert dat in die fase de wil van het kind meestal doorslaggevend is. Die vindt turnen leuk, want hij of zij is er goed in, en wil graag een tweede Epke Zonderland of Sanne Wevers worden. Ouders gaan doorgaans mee in de wens van het kind, vaak zonder te beseffen wat de consequenties zijn. Zij worden door onwetendheid meegezogen in een wereld waar het kind op latere leeftijd beschadigd kan uitkomen, is de harde, vaak ontnuchterende realiteit.

Hoe heb je ooit toestemming kunnen geven, is de verwijtende vraag die ouders van getourmenteerde turners of turnsters vaak gesteld krijgen. Omdat zij geen weerstand wilden bieden aan de wens van het kind. Weten die ouders veel? Kennis van de turnsport is meestal nul of vrijwel nul. Hebben zij bij een ‘foute coach’ enig idee wat zich in de turnhal afspeelt? Een trainer die manipuleert en intimideert doet dat buiten het zicht van ouders. En het kind houdt zijn angsten doorgaans voor zich.

Verminkt

Helaas is de werkelijkheid dat vooral turnsters – bij de mannen zijn nauwelijks excessen bekend – verminkt uit hun topsportcarrière stappen. De onthullingen van de laatste jaren zijn talrijk, maar vooral verbijsterend. Trainer Gerrit Beltman, tot 2010 in dienst van de turnbond KNGU, heeft in 35 jaar een spoor van gemaltraiteerde turnsters achtergelaten. Hij sloeg en schopte een aantal, tilde ze aan de keel omhoog, bespuugde ze en manipuleerde ze, stellen turnsters die met hem werkten.

Beltman is niet de enige, bleek uit eerdere publicaties. In 2012 deden de oud-turnsters Verona van de Leur, Gabriëlla Wammes, Suzanne Harmes en Renske Endel in het blad Helden naast Beltman hun zware beklag over oud-bondscoach Frank Louter. Ook hij zou zich schuldig hebben gemaakt aan zowel fysieke als mentale mishandeling. Beiden werd destijds door de KNGU tijdelijk de licentie ontnomen. Die kregen ze terug, omdat de gepleegde feiten van Beltman verjaard waren en de klachten over Louter niet verifieerbaar bleken.

Lees ook: ‘Ik werd over de grond gesleurd, aan mijn nek omhoog getild, tegen de muur gesmeten’

Een jaar later publiceerden oud-turnsters Stasja Köhler en Simone Heitinga het boek Een onvrije oefening, waarin zij hun bizarre ervaringen, van hun zevende tot en met hun veertiende, onder Beltman beschrijven. Een onthutsend beeld, dat de trainer zaterdag grotendeels bevestigde in een interview met het Noordhollands Dagblad. Hij ontkende echter dat hij zich schuldig had gemaakt aan fysieke mishandeling. Die bewering haalde Heitinga maandag in NRC met heftige voorbeelden onderuit.

Documentaire Athlete A

Aangemoedigd door de documentaire Athlete A, over grootschalig seksueel misbruik in de Amerikaanse turnploeg, treden ook buiten Nederland steeds meer gemankeerde turnsters naar buiten, zoals in Australië en België.

Samenvattend roepen al die verhalen de vraag op wat zich afspeelt in gesloten sportculturen als China en Rusland. Misstanden in de turnsport zijn een mondiaal probleem, zoveel is duidelijk. Zolang de internationale turnbond FIG geen maatregelen neemt, wordt het niet tijd dat het IOC ingrijpt om de zuiverheid te bewaken? Turnen behoort tot de grote publiekssporten op Olympische Spelen.

Na jaren van halfslachtig ingrijpen heeft in Nederland de KNGU een onafhankelijk onderzoek naar de veiligheid van de turnsport aangekondigd. De bond heeft in elk geval de intentie uitgesproken dat het beter moet, dat er een cultuurverandering moet komen. Maar tot op heden zijn harde maatregelen uitgebleven. Ondanks de vele verhalen en harde bewijzen van misdragingen is niet één turntrainer zijn bevoegdheid ontnomen.

Daar schuilt een kern van het probleem. De oude, verstokte garde van trainers regeert. Zij werken volgens de Oostblok-school, die gericht is op techniek, methodiek en het fysiek. Van een sociaal-pedagogische aanpak hebben zij doorgaans weinig kaas gegeten. Trainen, trainen en presteren, dat is hun stiel. Van een goede mentale begeleiding is amper sprake.

Nieuwe trainers, met hedendaagse inzichten zijn er niet of nauwelijks om de eenvoudige reden dat het schort aan goede opleidingen. De specialismen op ALO en CIOS zijn ingewisseld voor meer algemene leerstof.

De opvolgers van Beltman, Louter en ook Vincent Wevers dienen zich nauwelijks aan. Bondscoach Gerben Wiersma is een exponent van de nieuwe lichting en hij heet een moderne coach te zijn met oog voor alle aspecten van het turnen. Maar zelfs Wiersma is door oud-turnster Joy Goedkoop beschuldigd van mentale intimidatie.