Reportage

Boer Narpasan (93) mag weer niet naar Mekka

Hadj in Indonesië Sinds 2013 staat de oude Javaan ingeschreven voor de hadj. „Mijn tijd komt nog.”

Boer Narpasan bin Nahali bidt in zijn kamer, afgelopen vrijdag in zijn dorp even buiten Tigaraksa. „Blijkbaar is het mijn lot, is het mijn tijd nog niet om te gaan.”
Boer Narpasan bin Nahali bidt in zijn kamer, afgelopen vrijdag in zijn dorp even buiten Tigaraksa. „Blijkbaar is het mijn lot, is het mijn tijd nog niet om te gaan.” Foto Ed Wray

Die keer dat hij al twee geiten had gekocht om te offeren, was de teleurstelling het grootst. Narpasan bin Nahali had toen een feestje georganiseerd omdat hij naar Mekka zou gaan. Er waren veel mensen, live muziek en die geiten dus. Hij had de reisleider ook uitgenodigd. „Alleen zei die: ‘Waarom hou je een feest? Je gaat niet mee dit jaar.’”

Al sinds 2013 staat Narpasan, een 93-jarige Indonesische boer uit het westen van Java, ingeschreven om op hadj naar Mekka te gaan: de bedevaart die alle moslims eens in hun leven behoren te maken. Hij heeft zelf een boekje over de rituelen rond de hadj in elkaar geknutseld, het is een inmiddels beduimeld schriftje met groene kaft en Arabisch schrift. Al kan hij dat niet echt lezen, giechelt hij.

Dit jaar zou het er eindelijk van komen. Tot Narpasan op televisie zag dat zijn reis weer niet kon doorgaan. Saoedi-Arabië laat geen pelgrims van buiten toe vanwege de risico’s op verspreiding van het coronavirus. Zijn teleurstelling viel dit keer mee. Dit treft immers niet alleen hem, maar de hele wereld. „Blijkbaar is het mijn lot, is het mijn tijd nog niet om te gaan. Ik kan het alleen maar aan God overlaten.”

Als land met de meeste moslims ter wereld mag Indonesië jaarlijks ook de meeste pelgrims naar Mekka laten afreizen. Vanwege de drukte daar hanteert Saoedi-Arabië maximumaantallen. Het betekent dat dit jaar zo’n 221.000 Indonesiërs thuis moeten blijven. Zij krijgen volgend jaar voorrang, heeft het Indonesische ministerie van Religieuze Zaken beloofd.

Foto Ed Wray
Foto Ed Wray
Foto Ed Wray
Foto’s Ed Wray

35 jaar wachttijd

Dat jaar extra komt nog eens bovenop een wachttijd van vaak al tientallen jaren. De registratie voor pelgrims is in Indonesië per provincie geregeld. Daardoor zijn er grote verschillen verspreid over het land. In het conservatieve Atjeh kan de wachttijd oplopen tot wel 35 jaar, in andere delen van het land ligt die ergens tussen de tien en twintig jaar. Indonesië lobbyt wel voor een hoger quotum, maar Saudi-Arabië hanteert een vuistregel van ongeveer één pelgrim per duizend moslims per land.

Lees ook: Wie samen met anderen God wil ontmoeten, komt corona tegen

Boer Narpasan was in het verleden nooit zo met Mekka bezig, vertelt hij. Hij heeft zes kinderen en wilde vooral goed voor hen zorgen. „Waar is de hadj goed voor als je kinderen een slecht leven hebben?” Hij had de zaken voor hen financieel goed voor elkaar. En toen vroeg zijn oudste zoon in 2013 ineens of hij wilde gaan. Ja, zeker wel. Ze schreven hem in en Narpasan vroeg of hij misschien voorrang kon krijgen omdat hij al oud is. „Dat kon, alleen moest ik dan 40 miljoen roepia betalen.” Omgerekend ongeveer 2.400 euro. „De enige voorwaarde om op hadj te kunnen gaan, is dat je geld hebt.”

Hoe belangrijk geld is om aan je religieuze overtuiging te kunnen voldoen, blijkt ook als Fuad Hasan Masyhur van reisbureau Maktours uitlegt dat Indonesië onderscheid maakt tussen een reguliere en een speciale hadj. Voor die speciale hadj zijn de wachttijden korter, tussen de zeven en tien jaar. „Insjallah kan het nog sneller. Zelfs als je volgend jaar zou willen gaan, in deze moeilijke tijd, kunnen we proberen je te laten vertrekken.”

27.500 à 40.000 dollar

Hun prijzen zijn ernaar: de bedevaart kost bij Maktours tussen de 27.500 en 40.000 dollar (23.500 en 34.000 euro). Dan vlieg je businessclass en slaap je in vijfsterrenhotels. De religieuze rituelen zijn hetzelfde, benadrukt Fuad Masyhur.

Zijn bureau is voor rijke Indonesiërs: de vloeren zijn van marmer, op de bureaus waar normaal gesproken klanten aanschuiven om boekingen te doen, staan grote Apple-computers. Hoeveel de annulering dit jaar Maktours precies kost, wil Masyhur niet kwijt. „Maar gelukkig hebben we een goede relatie met de hotels in Saoedi-Arabië. Onze boekingen zijn doorgeschoven naar volgend jaar.”

Hij weet natuurlijk ook van het gesjacher en gesjoemel dat plaatsvindt rond de hadj en de umroh, zoals de reis naar Mekka in de rest van het jaar heet. Vanwege de lange wachttijden voor de hadj is de umroh evengoed populair.

Vorig jaar werden twee Indonesiërs tot jarenlange celstraffen veroordeeld omdat ze geld van meer dan 60.000 moslims in eigen zak hadden gestoken. Het ging om tientallen miljoenen dollars waarvan ze in plaats van vliegtickets huizen, dure auto’s en handtassen hadden gekocht. De politie kreeg hen in de smiezen toen klanten begonnen te klagen over hun reizen die steeds maar werden uitgesteld.

Foto Ed Wray

Andere louche reisbureautjes proberen hun klanten met een omweg te laten reizen, via landen in de regio met weinig moslims die hun quota zelf toch niet halen. In 2016 werden bijna tweehonderd Indonesiërs gesnapt in de Filippijnse hoofdstad Manila. Ze wilden op een vals Filippijns paspoort naar Saoedi-Arabië reizen – in plaats daarvan konden ze terug naar huis.

Schimmig gedoe, daar kan Narpasan bin Nahali over meepraten. Hij vertelt dat een paar jaar geleden de bussen op het plein van de moskee klaar stonden voor vertrek. Een man of dertig, een bus vol, kon op het laatste moment niet mee. Zijn buurman mocht wel, hij niet. Waarom was niet duidelijk: „Er moesten belangrijke mensen mee die niet op de wachtlijst stonden, zeiden ze. Dat was alles.”

Volgend jaar hoopt Narpasan bin Nahali Mekka te halen. Hij is nog gezond, „alhamdulillah”, dank aan God, maar met zijn 93 jaar natuurlijk de jongste niet meer. Hij houdt zijn wijsvinger omhoog: kijk, in deze rimpeltjes is een H te zien, die viel hem laatst ineens op. „Misschien is het wel de H van hadji.” Hadji, zo mogen de moslims zich noemen die in Mekka zijn geweest.

Met medewerking van Sarah Sayekti.