Amsterdam Zuidoost ziet er weer een beetje Surinaamser uit

Architectuur Bewoners van de nieuwe woningen in ‘Surinaamse’ stijl in Amsterdam Zuidoost zijn tevreden. „Je ziet hier dingen die je ook in Paramaribo ziet.”

De balkonhekken van de flats in Mi Oso, een nieuwe wijk in Amsterdam Zuidoost, zijn geïnspireerd door de officierswoningen van Fort Zeelandia. „Ik heb gespeeld met associaties en verwijzingen, waarvan ik hoop dat ze worden herkend.”
De balkonhekken van de flats in Mi Oso, een nieuwe wijk in Amsterdam Zuidoost, zijn geïnspireerd door de officierswoningen van Fort Zeelandia. „Ik heb gespeeld met associaties en verwijzingen, waarvan ik hoop dat ze worden herkend.”

‘Heel fijn”, zegt een jonge vrouw in de lifthal over de flatwoning die ze onlangs heeft betrokken in Mi Oso (Mijn Huis), het ‘Surinaamse’ woonwijkje in Amsterdam Zuidoost. „Laatst kwam mijn nichtje bij me langs en die zei: het is hier alsof je helemaal niet in Zuidoost bent.” Ook een bij de lift wachtende oudere bewoner blijkt buitengewoon tevreden over haar nieuwe woning in een van de twee flats met 84 socialehuurwoningen. „Je ziet hier allerlei dingen die je ook in Paramaribo ziet. De balkonhekken lijken op die in Fort Zeelandia.”

Jeroen Geurst, de architect van Mi Oso die de twee vrouwen had gevraagd naar hun mening, glundert. Toevallig had hij zojuist uitgelegd dat hij de opvallende borstweringen met hun diagonale rasterpatronen heeft ontleend aan de balkonhekken van de officierswoningen in Fort Zeelandia. „Geweldig dat ze dat zag”, zegt hij later. „In deze gebouwen heb ik gespeeld met associaties en verwijzingen, waarvan ik hoop dat ze worden herkend.”

Mi Oso is het derde ‘thematische’ woningcomplex dat projectontwikkelaar ERA Contour heeft gebouwd. Het eerste was in 2009 Le Medi, een ook door Geurst & Schulze architecten ontworpen complex met woningen in ‘mediterrane’ stijl, rondom binnenhoven, in het Rotterdamse stadsdeel Delfshaven. Bedoeling van ERA Contour was dat ook Nederlanders van Turkse en Marokkaanse afkomst zich hier thuis konden voelen. In 2011 volgde De Oriënt in de Transvaalbuurt in Den Haag, een complex van WAM architecten, met verwijzingen naar ‘oriëntaalse’ architectuur. Doelgroep van De Oriënt waren de talrijke Hindostaanse personen die wel in de Transvaalbuurt werkten, maar daar niet woonden.

Beide complexen waren in trek, ook bij woningzoekenden die niet tot de doelgroepen behoorden. Ook Mi Oso, waarvan de bouw jarenlang werd vertraagd door de crisis in de woningbouw, heeft bewoners getrokken die niet uit Zuidoost komen of geen Surinaamse achtergrond hebben.

Lees ook: Paramaribo, de parel van het Caribisch gebied, raakt in verval

Soberheid en properheid

Voor Geurst begon aan het ontwerp van Mi Oso had hij zich in de woningbouw in Paramaribo verdiept tijdens zijn jaarlijkse verblijven bij zijn schoonfamilie. „Suriname kent een eigen vorm van koloniale architectuur. Ik heb niet alleen goed gekeken naar de oude plantagehuizen, maar ook naar de Bruynzeelhuizen, de houten bouwpakkethuizen van de firma Bruynzeel waarvan er tussen 1950 en 1990 heel veel in elkaar zijn gezet. Vaak staan de huizen op palen, want Paramaribo ligt in een polder die bij zware regenval nog weleens onderloopt.”

Wit en groen zijn de overheersende kleuren in Mi Oso. Sommige woningen hebben een ‘dakhuis’.

Wit en groen zijn de overheersende kleuren in de Surinaamse architectuur, stelde Geurst vast. „Heel sober, ja, niet veel anders dan in Nederland. Soberheid, netheid en properheid kenmerken de Surinaamse cultuur. Dat zou te maken kunnen hebben met het protestantisme. Veel creoolse Surinamers zijn, net als mijn schoonmoeder, lid van de Evangelische Broedergemeente. De kerken van de Broedergemeente zijn heel sober, met nauwelijks ornamenten en veel wit. Bonte kleuren kom je in Suriname nauwelijks tegen. Daar moet je voor op de Antillen zijn. Antillianen zijn dan ook veelal katholiek.”

Identiteitspolitiek

Toen Le Medi en de Oriënt werden gebouwd, speelde ‘identiteitspolitiek’ nog nauwelijks in Nederland. Maar inmiddels is die overgewaaid uit de Verenigde Staten en zijn de debatten over het koloniale verleden, Zwarte Piet en cultural appropriation ook in Nederland hoog opgelopen. Toch kreeg Geurst geen problemen met zijn gebruik van elementen uit de Surinaamse architectuur. „Stadsdeel Zuidoost heeft Mi Oso altijd gesteund en is er nu heel blij mee”, vertelt Geurst. „En in de welstandscommissie had maar één lid er moeite mee. Dat betrof de keuze voor Surinaamse architectuur gecombineerd met het feit dat Mi Oso werd geïnitieerd en gebouwd door een commerciële projectontwikkelaar en niet door de Surinaamse gemeenschap zelf.”

Toch heeft de identiteitspolitiek Geursts ontwerp wel geraakt. „Ik had ornamenten ontworpen voor onder de dakoverstekken, en die waren geïnspireerd door de beeldhouwkunst van de Marrons [nakomelingen van gevluchte slaven, red.]. Daar heb ik uiteindelijk toch van afgezien. Ik had er geen goed gevoel over. Misschien toch een beetje te veel culturele toeëigening, ja.”

Fusion-architectuur

Net als Le Medi is Mi Oso onvervalste fusion-architectuur, de mengstijl van de multiculturele samenleving. De 42 koopwoningen (prijs: rond de 350.000 euro) zijn in wezen rijtjeshuizen, het huizentype dat in Nederland het meest voorkomt. Zoals zo veel rijtjeshuizen in Nederland staan ze in een carré en vormen een hofje rondom een binnentuin. Maar ze hebben wel een ‘Surinaams’ karakter. Aan de straatkant hebben ze bijvoorbeeld over de hele lengte een brede veranda. De ramen hebben groene luiken en het lange zadeldak wordt, net als dat van veel oude plantagehuizen in Suriname, doorbroken door een timpaan.

Lees ook: Vijftig jaar Bijlmer: in idealen kun je niet wonen

Aan de achterzijde hebben sommige woningen een buitengewoon grote dakkapel. „Een dakhuis heet dat in Suriname”, zegt Geurst. „Eigenlijk wilde ik de rijtjeshuizen van hout maken. Maar dat bleek niet haalbaar met de normale bouwsommen waarvoor deze huizen zijn gebouwd. In plaats daarvan heb ik de witgeschilderde bakstenen zo laten metselen dat de muren uit planken lijken te bestaan. En de deuren zijn geschilderd in verschillende groen-witte patronen die je veel in Paramaribo ziet.”

Ook de binnentuinen en de straten zijn ‘Surinaams’. „De binnentuinen krijgen planten die bijvoorbeeld lijken op de Faja Lobi (Vurige liefde), de nationale bloem van Suriname”, legt Geurst uit. „En in de straten komen wadi’s die onderlopen als het hard regent. En kijk, de paden in de tuinen zijn van zand, net als in Suriname.”

‘Gesurinamiseerde’ hoogbouw

Ook de galerijflats zijn ‘gesurinamiseerd’. Anders dan de galerijflats waar de Bijlmermeer oorspronkelijk vol mee stond, zijn ze niet van grijs beton, maar hebben ze gevels van witte bakstenen. En het dak is niet modernistisch plat maar flauw hellend. Net als de rijtjeshuizen in Mi Oso hebben de ramen van de flats groene luiken en zijn de balustrades Fort Zeelandia-hekken, met diagonale rasters. En anders dan in de oude Bijlmerflats bevinden zich op de onderste etages geen bergingen en collectieve ruimtes, maar riante socialehuurwoningen (maximale huur 737 euro) met een eigen tuintje.

„Maar het belangrijkste is dat de galerijen op veel plekken breder zijn dan de standaardmaten”, zegt Geurst. „Zo zijn de galerijen plekken geworden waar de bewoners ruim kunnen zitten. Dit zijn verandaflats, ja.”