‘Algemene mondkapjesplicht kan juridisch niet’

Coronavirus Een mondkapjesplicht beperkt de grondrechten en is daarom juridisch niet zomaar mogelijk, zeggen hoogleraren staatsrecht.

Reizigers op luchthaven Schiphol worden verplicht een mondkapje te dragen.
Reizigers op luchthaven Schiphol worden verplicht een mondkapje te dragen. Foto Koen van Weel/ANP

Het kabinet kan niet op korte termijn beslissen tot een mondkapjesplicht in de openbare ruimte. Dat zeggen drie experts in het staats- en bestuursrecht tegen NRC. De maatregelen in de strijd tegen het coronavirus worden momenteel opgenomen in noodverordeningen en die zijn niet geschikt om grondrechten langdurig in te perken, zegt hoogleraar recht en samenleving Jan Brouwer (Rijksuniversiteit Groningen). Bij een mondkapjesplicht is dat volgens hem aan de orde.

Lees ook: Mondkapjesplicht? De Tweede Kamer vindt het ‘nog te vroeg’

Door de recente stijging van het aantal besmettingen is een bredere mondkapjesplicht momenteel onderdeel van het publieke debat. In Nederland geldt alleen een draagplicht in het openbaar vervoer, maar in veel andere Europese landen zijn mondkapjes ook verplicht in bijvoorbeeld winkels of horeca en zelfs op straat. Het kabinet besloot vrijdag het Outbreak Management Team (OMT) om advies te vragen of het gebruik van mondkapjes in Nederland „breder verplicht gesteld moet worden”.

Kleding voorschrijven

Volgens hoogleraar Brouwer gaat een mondkapjesplicht in tegen artikel 10 van de Grondwet, waarin staat dat eenieder recht heeft op „eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer”. Volgens Brouwer „kan de overheid niet zonder wettelijke grondslag kleding aan burgers gaan voorschrijven”. Hij wijst op eerdere mislukte pogingen om zonder wetgeving petjes of motorkleding te verbieden met plaatselijke verordeningen. Hoogleraar staatsrecht Wim Voermans (Universiteit Leiden) geeft Brouwer gelijk en verwijst ook naar het boerkaverbod, dat vorig jaar zomer inging. „Burgemeesters wilden dat eerder al lokaal regelen, maar dit bleek niet mogelijk zonder een aparte wet.”

Zo’n aparte wet is er voorlopig nog niet. Het kabinet heeft onlangs wel een speciale coronawet ingediend, maar die wordt pas na de zomer behandeld in het parlement. Voorlopig worden coronamaatregelen dus nog in noodverordeningen opgenomen. Daarover oordeelde de Raad van State in een advies eind mei dat het werken met noodverordeningen „niet aansluit bij de specifieke wettelijke grondslag die de Grondwet eist voor de beperking van grondrechten”. Brouwer stelt daarom dat „je als overheid geen mondkapjesplicht kan invoeren als dat via een noodverordening volgens de Raad ongrondwettelijk is. Basisregel één in een rechtsstaat is dat de overheid zich aan het door zichzelf gecreëerde recht houdt.” Als de mondkapjesplicht er zonder goede juridische basis toch komt, denkt Brouwer dat burgers goede kans hebben bij de rechter als zij een boete voor het niet dragen van een mondkapje aanvechten.

Niet voor 1 oktober

Hoogleraar staatsrecht Jerfi Uzman (Universiteit Utrecht) deelt Brouwers’ interpretatie. „De Raad zei: grondrechten beperken met een noodverordening kan alleen heel kort en tijdelijk, bij een acuut probleem. Maar de coronacrisis is inmiddels een langlopend probleem en zo’n mondkapjesplicht gaat niet om een paar dagen, maar eerder om een paar maanden.” De Raad van State wil niet ingaan op een mondkapjesplicht omdat het kabinet de Raad hierover nog geen specifiek advies heeft gevraagd.

Lees ook: ‘Coronamaatregelen beperken grondrechten, maar zijn verdedigbaar’, zegt Raad van State

Voor een juridisch houdbare mondkapjesplicht is volgens de hoogleraren de coronawet nodig. Daarin staat dat het kabinet kan beslissen tot „het gebruik van beschermingsmiddelen” buiten de eigen woning, dus bijvoorbeeld op straat of in bepaalde gebouwen. Maar omdat de Tweede en Eerste Kamer de wet na de zomer nog moeten behandelen, gaat deze naar verwachting niet voor 1 oktober in. De verplichting in het openbaar vervoer kent momenteel al een wettelijke basis, namelijk de Wet personenvervoer.