‘Nashvilleverklaring bleek juist goed voor lhbt-emancipatie’

Kerk en homoseksualiteit De omstreden Nashvilleverklaring dwong kerken hun positie te bepalen. „Waar er eerder een taboe op lag, gingen christenen zich in hun gemeente uitspreken: dit kan niet.”

Een actie in Gorinchem tegen de komst van een dominee die de Nashville-verklaring ondertekende.
Een actie in Gorinchem tegen de komst van een dominee die de Nashville-verklaring ondertekende. Foto Koen van Weel/ANP

Het is „op zijn minst vreemd” schrijft een baptistengemeente uit het oosten van Nederland in een interne notitie uit februari 2019: een apart beleid over homoseksualiteit. Waarom geen notitie over roddel, hoogmoed, egoïsme? Maar recente ontwikkelingen dwingen „een standpunt in te nemen”, aldus de kerk.

De kerk doelt op wat een maand eerder als een bommetje onder christelijk Nederland ontplofte: de Nashvilleverklaring. De Nederlandse vertaling van dit Amerikaanse orthodox-protestantse document (uit 2017) wijst in veertien korte artikelen homoseksualiteit en transidentiteit af. Het huwelijk is bedoeld tussen „één man en één vrouw”, aldus de verklaring, en het „goedkeuren” van „homoseksuele onreinheid of transgenderisme” is zondig. Onder de verklaring prijkten zo’n 250 Nederlandse handtekeningen van predikanten, voorgangers en prominenten.

Een grote stap terug in de lhbt-emancipatie binnen de kerk? Allerminst, zeggen kerkvertegenwoordigers, onderzoekers en lhbt-organisaties nu, precies anderhalf jaar later. „De Nashvilleverklaring heeft het tegenovergestelde effect bereikt”, zegt religieonderzoeker Miranda Klaver van de Vrije Universiteit Amsterdam.

De verklaring bracht iets bijzonders teweeg. De ophef was zo groot, dat kerken gedwongen werden positie te kiezen. Honderden kerkelijke gemeenten zijn zich sindsdien gaan beraden: wat vinden wij eigenlijk van homoseksualiteit? Klaver: „De verklaring heeft het gesprek enorm gefaciliteerd.”

Dat gebeurde onder meer in de oostelijke baptistengemeente, die vanwege de gevoeligheid van het onderwerp niet met naam in dit artikel wil. De oudstenraad ging er met elkaar om tafel. Er volgden studiemiddagen, de Bijbel werd er nog eens goed op nagelezen, en de eigen visie werd tegen het licht gehouden: namelijk dat de gemeente altijd al ook de hand reikte naar „gebrokenen en kerklozen”.

Uiteindelijk besloot de gemeente tot een middenweg: „homoseksuele broeders en zusters” mogen deelnemen aan de heilige maaltijd, hun kinderen mogen gezegend worden en ze mogen leidinggevende functies vervullen. Maar het kerkelijk huwelijk voor stellen van hetzelfde geslacht is een stap te ver. De kerk blijft homoseksualiteit zien als „niet Gods oorspronkelijke bedoeling”, maar ontstaan vanuit „de gebrokenheid” van de wereld.

„Er zou meer in kunnen zitten, maar dit is al grote winst”, zegt John Lapré, die de oudstenraad hielp bij het opstellen van het document. Hij noemt de stap „behoorlijk revolutionair. Omdat ik weet waar dergelijke gemeenten vandaan komen.”

Voorheen was homoseksualiteit er vaak niet eens een gespreksonderwerp. Het zou immers niet voorkomen binnen de kerk. En zo wel, dan mocht het niet ‘gepraktiseerd’ worden. De Nashvilleverklaring heeft averechts gewerkt, denkt ook Lapré. „Waar er eerder een taboe op lag, gingen christenen zich in hun gemeente uitspreken: dit kan niet. Het kan niet dat er geen plek is voor lhbt’ers.”

Dat evangelische gemeenten nu specifiek beleid ontwikkelen, is een belangrijke stap, vindt Gert-Jan van Leeuwen, voorzitter van de lhbt-organisatie ChristenQueer. Hij heeft weliswaar „een hekel” aan aparte richtlijnen voor homo’s – „voor hetero’s maak je toch ook geen beleid?” – maar hij is blij dat erover wordt gesproken. Het gesprek over transgender-leden is voor veel gemeenten overigens nog een stap te ver, zegt hij. „Transgenderpersonen hebben het het zwaarst. Die zitten in een grote achterstandspositie.”

Homogenezing

Homogenezingspraktijken komen nog sporadisch voor in Nederland, vooral in evangelische, baptisten- en pinkstergemeentes, bleek begin deze maand uit onderzoek. Ook de Nashvilleverklaring hintte erop dat je genezen kan worden van homoseksualiteit of ‘transgenderisme’.

Lees meer over het onderzoek naar homogenezing: Als Gerald een leuke jongen zag, moest hij acuut in gebed

Het homogenezingsonderzoek en de Nashvillleverklaring suggereren het bestaan van een brede, ultraorthodoxe stroming in Nederland, maar in werkelijkheid lijken zij de opvattingen van een steeds marginalere groep. „De conservatieve stroming voelde blijkbaar de noodzaak om van zich te laten horen, juist omdat de lhbt-emancipatie zover was gekomen”, draait Gert-Jan van Leeuwen het om. De laatste jaren is die emancipatie in „een stroomversnelling” gekomen, zegt hij.

Steeds meer kerken heten lhbt-personen expliciet welkom, blijkt ook uit cijfers van Stichting Wijdekerk, die op een kaart nauwkeurig bijhoudt hoe kerken omgaan met lhbt-leden. Na het uitkomen van de verklaring kwamen daar direct zo’n honderd kerken bij, zegt initiatiefnemer Miranda Terpstra.

Inmiddels zijn dat er 510 (van enkele duizenden kerkelijke gemeenten en parochies). „Kerken schreven ons expliciet: nu kunnen we ons niet meer stilhouden”, zegt Terpstra. „Daar waren ook gereformeerde kerken bij, die duidelijk wilden maken dat ze niet achter de verklaring stonden.”

Nog niet zo lang geleden maakte John Lapré (34) eenzelfde acceptatietraject door. Als jonge twintiger maakte hij gauw naam als spreker bij Stichting Heart Cry, een ultraorthodoxe christelijke organisatie. Zijn toenmalige compagnon, Arjan Baan, was een van de initiatiefnemers van de Nashvilleverklaring. Lapré worstelde met zijn gevoelens voor jongens. „Ik ervaarde een enorme eenzaamheid. Kon ik hier met iemand over praten?”

Dat kon, bij Stichting Different, waar een behandelaar vertelde dat hij van zijn lustgevoelens voor jongens een denkbeeldige polaroid moest maken om aan God te geven. Hij kreeg boekjes mee van onder anderen Leanne Payne, die gelooft dat homoseksualiteit een blokkade vormt voor de Heilige Geest en dus moet worden ‘opgeruimd’.

Het werkte allemaal niet. Toen duidelijk werd dat Lapré intiem met een jongen was geweest, werd hij uit zijn kerk gezet.

Dat was in 2011. Sindsdien is hij binnen christelijk Nederland uitgegroeid tot een bekend figuur als gelovige en homoseksueel, en wordt hij regelmatig uitgenodigd door kerkelijke gemeenten om te praten over seksuele en genderdiversiteit. „Ik kom bij veel gemeenten binnen omdat ik geen bedreiging ben”, zegt Lapré. Hij is niet opnieuw lid geworden bij een kerk. „Ik sta geen bepaalde leer voor.”

Lapré laat tijdens zo’n ontmoeting zien dat je de bijbelteksten die op het eerste gezicht homofoob zijn, anders kunt uitleggen. „Ik vertel dat de Bijbel alleen over homoseksualiteit wordt gesproken in een heidense context die wij nu niet meer kennen. Ik bepleit dat die teksten niets zeggen over relaties van liefde en trouw. Dat is voor veel mensen een eyeopener.”

Los van de studiedagen en beleidsnotities leidde de Nashvilleverklaring tot tal van een-op-een-gesprekken, zegt Miranda Terpstra. Teamleden van Wijdekerk spraken af met dominees en familieleden die de verklaring hadden ondertekend. Zelf ging ze in gesprek met evangelist, bijbelleraar en Nashville-ondertekenaar Philip Nunn.

Gert-Jan van Leeuwen zocht zijn oude predikant in Nijkerk op toen hij zag dat diens naam onder de verklaring stond. „Ik heb vooral mijn verhaal gedeeld en verteld wat zo’n verklaring kan doen met jonge mensen”, zegt Van Leeuwen. Veel dichter bij elkaar kwamen ze niet, maar „hij luisterde wel. Het was een respectvol gesprek.”

Briefwisseling

Het gesprek over homoseksualiteit in behoudende kringen werd al vóór de verklaring gevoerd. In mei 2018 publiceerde het Reformatorisch Dagblad een briefwisseling over homoseksualiteit op de opiniepagina’s, tussen John Lapré en hoofdredacteur Steef de Bruijn. Aanleiding was een flyer van de conservatieve katholieke stichting Civitas Christiana, die bij de krant werd verspreid. Daarbij werd opgeroepen een petitie te tekenen tegen „onsmakelijke reclames” van pakkenmerk SuitSupply, waarin zoenende mannen te zien waren. De krant beriep zich op zijn redactionele onafhankelijkheid, maar een ‘tegenadvertentie’ waarop Lapré en zijn man elkaar omhelzen werd geweigerd door het dagblad.

Lees ook: Reformatorisch Dagblad weigert advertentie met homostel

Tijdens de studiedag ‘Homoseksualiteit en de kerk’ in november 2018 in Nijkerk, waar vijfhonderd man op afkwam, spraken mensen die homorelaties afwezen, maar ook die af wilden van het onderscheid tussen homo’s en hetero’s. „Niet iedereen was het met elkaar eens, maar iedereen sprak allemaal met elkaar”, zegt Terpstra. „Dat was nieuw en hoopgevend.”

En dan was er ook nog de open brief van honderden protestantse predikanten en kerkelijk werkers. Zij pleitten voor een „open kerk” zonder „onderscheid tussen verschillende relatievormen”. De brief was een reactie op de synode van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), waar werd besloten het onderscheid tussen het huwelijk van man en vrouw en andere levensverbintenissen te handhaven.

De Nashvilleverklaring kan dan ook gezien worden als een tegenreactie op de studiedag en de open brief. Daarna vond een verdere „radicalisering” plaats, zegt Lapré. Zijn oude Stichting Heart Cry trekt „steeds feller van leer”, zegt hij. „Maar die clubjes worden wel kleiner. Naarmate zij zich radicaler opstellen, zijn er minder mensen die zich daarmee kunnen verenigen.”

Verschillende geloofsrichtingen hebben elkaar in die radicalisering gevonden, zegt theoloog Marco Derks. „Er zijn allianties ontstaan om zich tegen seksuele diversiteit te keren, bijvoorbeeld tussen evangelisch en bevindelijk [gereformeerden]. Dogmatische, geloofsinhoudelijke verschillen worden daarbij aan de kant gezet.”

In september 2019, ruim een half jaar na de Nashvilleverklaring, werd er door de opstellers een nieuwe studiedag georganiseerd. Sprekers, zo is te horen op de site van de Nashvilleverklaring, zien lhbt-rechten als bedreiging van de seksuele moraal. Ook Stichting Wijdekerk werd er welkom geheten. Terpstra was „gechoqueerd” over bepaalde denkbeelden die ze daar hoorde. „Sommigen hadden het over een wereldwijd complot over hoe homoseksualiteit op de agenda van regeringen staat.” Maar tijdens individuele gesprekken was de houding „respectvol”, zegt ze.

In de baptistengemeente in Oost-Nederland heeft het nieuwe beleid over homoseksualiteit het trouwens niet gered. Er was onvoldoende draagvlak voor onder de kerkleden, die het document wegstemden. Toch is John Lapré tevreden. „Dat er zo intens en uitvoerig over gesproken is, dat mensen op individueel niveau zijn veranderd van visie of ten minste zijn opgeschoven, is al een grote winst. Al het begin begint klein. Geen olievlek zonder een eerste druppel.”