Recensie

Recensie Muziek

Meegrunten is niet toegestaan op het eerste coronabestendige metalfest

Metalfestival Op het uitverkochte festival Walk The Line – Heavy traden zaterdag zes bands aan in TivoliVredenburg. Het publiek trok langs de zalen, op anderhalve meter afstand.

De Belgische band Wolvennest
De Belgische band Wolvennest Foto Alex Vanhee

Denkend aan Holland zien hordes headbangers zware decibellen door oneindig laagland gaan. Want hoewel het nog lang niet tot iedereen is doorgedrongen, heeft zich hier het afgelopen decennium stilletjes aan een oorverdovende revolutie voltrokken. Er is een scene opgebloeid van experimentele en intellectueel uitdagende black metal die ook internationaal hoog staat aangeschreven.

Een van de vaandeldragers is het Utrechtse vijftal Terzij de Horde, vernoemd naar de eerste strofe van het gedicht ‘Einde’ waarin Hendrik Marsman zijn angst voor de massa zo treffend wist te verwoorden.

Toepasselijker kan het niet: Terzij de Horde was zaterdag een van de zes bands die aantraden tijdens Neerlands eerste coronabestendige metalfestival Walk The Line – Heavy. In opeenvolgende etappes (drie ’s middags, drie ’s avonds) kregen telkens vijftig bezoekers een tour – uiteraard op afstand – langs de zalen van het Utrechtse complex TivoliVredenburg, voor drie shows van een half uur.

Belangrijkste dienstmededeling vooraf: meegrunten is niet toegestaan.

Dan maar voorzichtig meewiegen met het Belgische Wolvennest dat tijdens de middagshift als eerste de broekspijpen liet trillen met mystieke kraut-metal waarover zangeres Shazzula behalve haar keel ook haar theremin laat gieren. In de Hertz-zaal („met de perfecte akoestiek voor kamermuziek”) trakteerde het Nederlandse freejazz-metalduo (jawel) Dead Neanderthals op één zinderende drone – dit keer zonder saxofoon. Op het ijzige ritme van gruntende drummer René Aquarius toverde blazer Otto Kokke een bataljon bezwerende zaaggitaren uit een mini-keyboard.

Daarna begon de sonische afranseling door Terzij de Horde. „Als je onze platen kent: jammer”, waarschuwde zanger Joost Vervoort. „We doen alleen maar nieuwe nummers.” Daarin zijn de blazende bassen, jengelgitaren en panische rateldrums gebleven, net als de rochelende blafzang. Maar de composities lijken nog meer diepgang te hebben gekregen en wisselen voortdurend van tempo, toonaard, dynamiek en intensiteit.

Toegegeven: het is wat ongemakkelijk om drie snoeiharde bands te ondergaan op anderhalve meter afstand van elkaar, zonder moshpit, gebalde vuisten of wapperende haren om je heen. Maar toch voelde je de collectieve opluchting bij de uitverkorenen die wel op tijd een kaartje wisten te bemachtigen (want Walk The Line – Heavy was in een mum van tijd uitverkocht). Hier snakte iedereen naar: ein-de-lijk konden we onze oren weer even laten uitblazen.