Recensie

Recensie Theater

Julidans als peepshow werkt verrassend goed

Dansfestival Festival Julidans kreeg vanwege corona onderdak bij het Peepshow Palace Festival. De voorstellingen lijken te zijn gemaakt voor het draaiplateau.

Jezebel van Cherish Menzo
Jezebel van Cherish Menzo Foto Annelies Verhelst

De verleiding is groot om hier Johan Cruijffs bekendste aforisme te citeren. Julidans, het zomerse festival voor hedendaagse dans, zocht gedwongen door de coronabeperkingen onderdak bij het Peepshow Palace Festival van theatergroep De Warme Winkel en zie: de noodoplossing blijkt, in elk geval voor een aantal voorstellingen, een gouden greep. Want wat stonden ze er góéd, de voorstellingen van Cherish Menzo, Lisbeth Gruwez, Dalton Jansen en Ariah Lester. Alsof ze waren gemaakt voor het draaiplateau, waarop de toeschouwer vanuit zijn privéhokje het volle zicht had. Bijkomend voordeel van het coronanadeel: het irritante gehoest, vaste prik bij theatervoorstellingen, bleef ook uit.

De programmering van dit festival-in-festival bestond, eveneens door de beperkte mogelijkheden, grotendeels uit bestaand werk. Geen enkel bezwaar; de solo van Menzo, die in Jezebel de video vixen als object van voyeurisme (‘black eye candy’) én als zelfbewuste zakenvrouw portretteert, won als peepshow-performance alleen maar aan kracht.

De dansvoorstelling Penelope van Lisbeth Gruwez Foto Danny Willems

Een heel ander vrouwbeeld creëert Lisbeth Gruwez in de korte solo Penelope, over de vrouwen uit de Odyssee. Niet alleen Odysseus’ trouwe echtgenote dus, maar ook de tovenares Circe, Helena, Calypso, de sirenen. Gruwez, een geliefde Julidansgast, creëerde de solo in 2017, als sluitstuk van de mannenvoorstelling Odysseus van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg en NTGent. In samenwerking met haar vaste partner en componist Maarten Van Cauwenberghe vertegenwoordigt Gruwez de verzwegen vrouwen in een eeuwige cirkeldans sur place. Met die ‘beweging van de stilstand’ drukt zij tegelijk het geduldige wachten van Penelope als alle gemoedsbewegingen van de lijdende, verlangende, onmachtige vrouw uit. In haar zwarte jurk met lange, wijze cirkelrok wervelt ze als een vrouwelijke derwisj en roept met haar armen en handen verschillende emoties op. Ze is even krachtig als ontroerend in haar evocatie van de moeder, de verleidster, de berustende, de opstandige, de hoopvolle, de wevende en de wenende, onvermoeibaar ronddraaiend op Van Cauwenberghes hypnotiserende, repetitieve muziek.

The Double van de jonge choreograaf Dalton Jansen is de vertaling van een proces van zelfontdekking en -acceptatie. Het duet, uitgevoerd door Gihan Koster & Terencio Douw, ontwikkelt zich impulsgewijs naar doorlopende en ritmische frasen. Het innerlijk conflict wordt gekenmerkt door aarzeling. Agressie lost, net als de muziek, langzaam op in vloeiende, harmonieuze (synchroon-)bewegingen.

Nog onaf en ongepolijst is Songs from My Life van Ariah Lester. De Venezolaan, vers van de School voor Nieuwe Dans Ontwikkeling, knoopt in deze performance een aantal galmende songs waarin hij zijn vrij goede kopstem/countertenor demonstreert. Ondertussen keuvelt hij met het publiek over zijn leven als migrant in Europa en ijdele grootheidsfantasieën. De ironie mag wel wat scherper, om de flauwe nichtenkitsch te compenseren. Gelukkig werkt de peepshow-opstelling ook voor hem als een tierelier.