Drie jongens en een gecrashte BMW

Wie: Mohamed (20), Mikael (19), Seouar (21)

Kwestie: autodiefstal, woninginbraak

Waar: Rechtbank Midden-Nederland

De Zitting

Als je met drie vrienden in een gestolen auto zit met daarin een tas met gestolen spullen, ben je dan automatisch ook de dief van die auto en die tas? De advocaten van de jonge twintigers vinden van niet. Het Openbaar Ministerie komt met een ‘onderbuikgevoel’, hard bewijs ontbreekt, vinden ze.

Van het drietal is er maar één in de buurt van de auto herkend. Van twee van de drie zijn de schoenen vergeleken met sporen in de woning waaruit een tas is gestolen. En dat heeft alleen opgeleverd dat de twee ‘gelijksoortige’ schoenen droeg als de inbrekers: sportschoenen. Tsja.

Was er verder ‘nauwe en bewuste’ samenwerking geweest tussen het drietal om ‘medeplegen’ ten laste mogen leggen? Het blijkt eigenlijk nergens uit. Het enige dat vaststaat is dat ze in januari samen uit dezelfde BMW rolden, die beschadigd tot stilstand was gekomen. Dit na een achtervolging met snelheden van meer dan 200 kilometer per uur. Waarna ze wegholden voor de politie. Ze gedroegen zich dus wel schuldig. Maar waren ze het ook? Het bewijs zit vooral in een samenloop van omstandigheden.

Op het bureau en in de rechtszaal zeggen ze van niks te weten. Ze maakten samen een ritje, basta. Ook met die inbraak hadden ze niks te maken. „Ik wil niet verklaren”, brommen ze binnensmonds. De gelegenheid voor de autodiefstal deed zich voor toen de eigenaar het vuilnis buiten zette en zijn sleutelbos met autosleutel in de voordeur achterliet. Hij werd afgeleid met de vraag: „Meneer, welke kant op is het centrum?” Achter z’n rug werd de sleutelbos weggenomen.

Een van de jongens die de auto ontvluchtte, bleek de huissleutel in zijn zak te hebben, evenals het kentekenbewijs. Dat, in combinatie met de aangetroffen buit van een inbraak die middag één straat verderop, maakt de zaak voor de officier rond. Drie jongens die een inbraak plegen, daarna vlakbij nog een auto jatten. En vervolgens werden gepakt dankzij de kentekencamera’s die binnen een uur de BMW signaleerde. Bijna een heterdaadje.

Alle drie jongens hebben uitgebreide ‘documentatie’ van eerdere misdrijven. Eén van hen was op de dag van de diefstal op verlof uit een penitentiaire jeugdinrichting, waar hij een PIJ-maatregel (‘jeugd-tbs’) van drie jaar uitzat. De officier zegt „moedeloos” te worden van het obstinate, afwerende drietal. Ze heeft het over drie „heren met een strafblad, die zwijgen, die de ernst van de feiten donders goed kennen”. Als ze nou maar toegaven en hulp zouden accepteren, dan viel er misschien nog iets te redden.

Ze eist tegen Seouar zeven maanden, plus een maand van een achterstallige straf. Tegen Mohamed tien maanden en tegen Mikael zeven maanden. Mohamed lijkt van het drietal nog de meest kansrijke. In de penitentiaire inrichting bereidt hij zich voor op zijn VMBO-eindexamen; hij wil door naar de HAVO en daarna een opleiding volgen. Seouar wil niks. Hij heeft alle contact met de reclassering geweigerd – hij is „hulpverleningsmoe”, zegt hij. Als het allemaal achter de rug is, gaat hij bij zijn moeder wonen en werk zoeken. Dat zal heus wel lukken, zegt hij, want „als de reclassering dat kan, dan kan ik het zelf ook”. De reclasseerder van Mikael vertelt dat die een zeer laag IQ heeft, sociaal en emotioneel niet goed is ontwikkeld, moeite heeft met interactie, „weinig begrijpt”, niet over zelfreflectie beschikt, beïnvloedbaar is en opvliegend. Er zijn al vele therapieën geprobeerd, maar het slaat maar kort aan. Mikael vergeet snel en is „wisselvallig”. Hij zegt bandenmonteur te willen worden, „net als m’n vader”.

De rechtbank vindt twee weken later dat de korte tijd tussen de delicten en de aanhouding, de schoensporen en de aangetroffen huissleutel plus kentekenbewijs voldoende bewijs opleveren. Dat de jongens zich op hun zwijgrecht beroepen terwijl de feiten om uitleg „schreeuwen”, pleit tegen ze. Mikael krijgt, mede op advies van de jeugdreclassering, tien maanden jeugddetentie, waarvan vier voorwaardelijk, met twee jaar proeftijd en intensieve begeleiding door de jeugdreclassering. Mohamed en Seouar krijgen beiden tien maanden cel.