Necrologie

De Havilland: elegant actrice van Hollywoods Gouden Tijd

Olivia de Havilland 1916-2020 Olivia de Havilland werd beroemd in rollen als lieftallige jonge vrouw. Ze wist ook memorabeler personages te spelen, doordat ze zich succesvol verzette tegen het studiosysteem in Hollywood.

Olivia de Havilland (rechts) en Myrna Loy in de film 'The Ambassador's Daughter' (1956).
Olivia de Havilland (rechts) en Myrna Loy in de film 'The Ambassador's Daughter' (1956). Foto United Artists Corporation

De laatste ster van Hollywoods ‘Golden Age’ schijnt niet meer. Actrice Olivia de Havilland stierf afgelopen zondag op 104-jarige leeftijd in haar woonplaats Parijs.

Tussen haar debuut in 1935 en haar terugtrekken uit de filmwereld in 1989 speelde zij in 49 films. De Havilland werd het bekendst door haar rol als Melanie in de onverwoestbare klassieker Gone With the Wind (1939) en de acht films waarin ze samen optreedt met Errol Flynn, waaronder The Adventures of Robin Hood (1938). Na de Tweede Wereldoorlog speelde zij een aantal memorabele rollen, die psychologisch gelaagder waren dan haar vooroorlogse films. Zo speelt zij in The Snake Pit (1948) een fragiele huisvrouw die na een mentale inzinking in een psychiatrische inrichting belandt en daar shocktherapie ondergaat.

Met haar donkerbruine ogen, mooie mond en lichtovale, zachte gezicht was De Havilland een elegante verschijning. Ze kwam op 1 juli 1916 ter wereld in Tokio, waar haar Britse ouders werkten. Toen haar moeder Lilian, een toneelactrice en zangeres, van haar man scheidde, trok ze in 1919 naar Amerika. Lilian gaf Olivia al op jonge leeftijd dictie- en stemlessen en bracht haar de liefde voor theater bij. Als kind kon zij al prachtig Shakespeare voordragen: Olivia was dan ook vernoemd naar de heldin uit Twelfth Night.

Zij debuteerde als filmactrice in de Shakespeare-verfilming A Midsummer Night’s Dream (1935) en kreeg het jaar erna een contract bij de Warner Bros.-studio. In 1935 speelde zij voor het eerst naast Errol Flynn, in de swashbuckler Captain Blood. De jonge Olivia werd verliefd op de charmante schelm Flynn, een liefde die wederzijds was maar naar beiden zeggen nooit geconsumeerd werd omdat Flynn indertijd nog getrouwd was. Wel zie je hun elektrificerende chemie onmiskenbaar terug op het witte doek.

In de acht films die ze samen maakten, zit een herkenbaar patroon. Zij speelt de heldin die eerst niets van romantische held Flynn moet hebben en vice versa. Hun terughoudendheid maakt echter al snel plaats voor erotische aantrekkingskracht. In hun films was De Havilland de ‘love interest’, de vrouw in nood die door de held gered moest worden. Meestal omzeilde zij deze typecasting door een genuanceerde invulling van haar rol. Haar Maid Marian in The Adventures of Robin Hood is weliswaar knap en lieftallig, maar ook een onafhankelijke geest vol pit en intelligentie.

Toch werd De Havilland de rollen van ‘ingénue’ meer en meer zat. Ze weigerde meermaals rollen, wat haar door studiobaas Jack Warner niet in dank werd afgenomen. Hij schorste haar een aantal keer en voegde die schorsingstijd toe aan haar zevenjarige contract. Zij vocht dit met succes aan in spraakmakende rechtszaken. Sinds 1944 is er het De Havilland-arrest: contracten in de entertainmentwereld mogen niet langer zijn dan zeven jaar. De macht van de filmstudio’s werd ermee ingeperkt, en het tijdperk van de acteur die op freelance basis werkt, deed zijn intrede.

Soms leende Warner haar uit aan andere studio’s, waar ze steevast interessantere rollen kreeg. Prompt won ze voor een ervan een Oscar (To Each His Own, 1946) en werd ze voor een andere rol genomineerd. Dat was voor Gone With the Wind, waarin De Havilland Melanie Hamilton speelt, de nicht van heldin Scarlett O’Hara. Waar Scarlett opvliegend, gepassioneerd en egocentrisch is, daar is de ootmoedige Melanie zachtaardig, kalm en altruïstisch.

De Havilland kreeg een tweede Oscar voor haar rol van intens verlegen oude vrijster in The Heiress (1949), de verfilming van Henry James’ roman Washington Square. In een van haar beste acteerprestaties wordt zij het hof gemaakt door Montgomery Clift, waardoor zij langzaam uit haar schulp kruipt. Haar autoritaire vader gelooft dat hij op haar geld uit is, waarna zij Clift in een hemeltergende scène het huis niet meer in laat.

In 1941 werd zowel De Havilland als haar eveneens acterende zus Joan Fontaine (zij nam de naam van haar stiefvader aan) genomineerd voor een Oscar, wat de ‘sibling rivalry’ uit hun kinderjaren weer deed oplaaien. Dit ontwikkelde zich tot een vete die decennia duurde en waarbij beiden elkaar weigerden te feliciteren als de ander een Oscar won. Amoureuze afgunst fungeerde daarbij als olie op het vuur. Deze jarenlange vete met haar zus sprak zeer tot de verbeelding, al relativeerden beiden op latere leeftijd de ernst ervan.

In 1955 trouwde De Havilland met een Fransman, waarna zij zich in Parijs vestigde, een dochter kreeg en zich meer en meer wijdde aan het moederschap. Benjamin, het kind uit haar eerste huwelijk, overleed in 1991 aan de ziekte van Hodgkin. In 1960 kreeg De Havilland voor haar bijdrage aan de filmwereld een ster op de Hollywood Walk of Fame, in 2008 gevolgd door de National Medal of Arts. De toenmalige Franse president Sarkozy speldde haar in 2010 de Legion d’honneur op. Op 16 juni 2017 werd ze door koningin Elizabeth benoemd tot Dame Commander of the Order of the British Empire.

Toen zij honderd werd, blies de krasse De Havilland volgens berichten nog zelf alle kaarsjes uit. Haar esprit was tot op hoge leeftijd niet kapot te krijgen.