Opinie

Zonder eerlijk Europees verhaal drijft Nederland weg van de EU

Coronafonds

Commentaar

Is Mark Rutte de nieuwe David Cameron en wordt Nederland het nieuwe Verenigd Koninkrijk, de continue nee-zegger die uit binnenlands-politieke overwegingen Europese integratie frustreert? De vergelijking met de Britse ex-premier wiens acties tot de ‘Brexit’ leidden drong zich deze week op in veel Europese hoofdsteden, nadat Rutte zich lange tijd niet bereid toonde om het coronanoodfonds van Europese subsidies van honderden miljarden te accepteren. Na vier dagen onderhandelen stemde hij toch in, omdat het pakket kleiner (390 miljard euro in plaats van 500) werd. En omdat naar Ruttes wens landen een ‘noodrem’ kunnen gaan gebruiken als ze vinden dat lidstaten in ruil voor het geld hun economieën te weinig ‘hervormen’.

Ruttes opstelling afgelopen weekend was ferm, maar constructiever dan Cameron jarenlang was. Ruttes ‘nee’ werd een ‘ja, maar’. Hij bleek sterker doordrongen van de noodzaak van dit akkoord dan minister van Financiën Wopke Hoekstra (CDA). Met een pijnlijke horkerigheid die Nederland onmiskenbaar schade toebracht zei hij eind maart, toen de doodskisten in Italië nog opgestapeld werden, dat eerst maar eens uitgezocht moest worden waarom de zuidelijke landen eigenlijk zo weinig reserves hadden.

Rutte hoeft zich bovendien veel minder dan Cameron zorgen te maken over binnenlandse druk vanuit een sterke (en groeiende) afscheidingsbeweging. Nederland is pro-Europees, zolang integratie maar niet te snel en te veel in één keer is – het is gezonde euroscepsis. Dat rechts-nationalisten als Baudet en Wilders, die van geen enkel Europees plan te overtuigen zijn, zich tegen dit akkoord keerden, hoeft Rutte zich dan ook niet aan te trekken.

Lees ook dit essay van columnist Caroline de Gruyter: Na deze EU-top is het tijd om de veto’s af te schaffen

Maar zelfgenoegzaam vaststellen dat de steun voor Europese samenwerking groot blijft, is onverstandig. Zeker omdat Europa deze week een noodzakelijke, maar verregaande stap zette die lang zal doorwerken. Rutte ontkent het, maar de maatregelen zijn wel degelijk „historisch”, zoals de Franse president Macron concludeerde. Het is uniek dat de Europese Commissie schulden gaat maken en er honderden miljarden extra als subsidies naar zuidelijke landen gaan – voorwaarden of niet.

Europa heeft met dit akkoord de geestelijke ruimte en het beleidsmatige middel geschapen waarop in een volgende crisis teruggegrepen kan worden. De weg naar eurobonds en een fiscale unie kan geopend zijn. Dat zal niet vanzelf gaan, maar de richting van Europese integratie is duidelijk. Dat Rutte kiezers vertelt dat de maatregelen „eenmalig” zijn, is een onrealistisch verhaal. Het doet denken aan zijn belofte uit 2012 dat er „geen cent” meer naar Griekenland zou gaan.

Eerlijker zou zijn de nieuwe realiteit te erkennen en de Nederlandse visie op Europa daarop aan te passen. Weten wat Nederland wil met Europa, voorkomt dat het bij elke Europese top met ‘nee’ arriveert en met ‘ja, maar’ vertrekt. Dat verzwakt zowel de onderhandelingspositie van Nederland binnen Europa als de binnenlandse steun – Rutte komt dan immers altijd als verliezer thuis.

Durft Nederland Duitsland te volgen en, met stapjes en onder voorwaarden, verdere fiscale integratie te steunen? Wil het de hybride structuur van federalisme en sterke lidstaten verdedigen, ondanks het democratisch tekort dat dit veroorzaakt? Of wil het de Unie financieel onthechten, met alle gevolgen van dien?

Het is niet alleen aan Rutte om kleur te bekennen. Alle partijen in de Tweede Kamer zullen moeten nadenken over wat ze werkelijk willen met de Europese Unie. Dat de Kamer vorig jaar een motie aannam waarin partijen zich tegen een ‘ever closer Union’ uitspraken is veelzeggend voor de denkrichting, maar is op zichzelf geen Europa-strategie.

Zelf de keuze maken voorkomt dat andere landen het voor Nederland doen. Is zo’n keuze niet uit bevlogen idealisme of uit een diep gevoelde historische noodzaak, dan op z’n minst uit het besef dat Nederland zonder de Europese Unie wordt wat het niet wil zijn: machtelozer, armer en geïsoleerder.

Als Rutte de sceptische meerderheid mee wil krijgen, moet hij een eerlijk verhaal vertellen. Ja, de maatregelen van deze week zijn in het Nederlands belang: het ineenstorten van Zuid-Europese economieën zou exportland Nederland onevenredig hard raken. En nee, waarschijnlijk zullen deze verregaande maatregelen niet eenmalig zijn.

Doet Rutte dit niet, dan kan de door hem ongewenste en voor Nederland zeer ongunstige uitkomst zijn dat het land verder afdrijft van waar het thuishoort: in het hart van de Europese Unie. En dan dreigt hij wél een Cameron te worden.