Opinie

Bij de boeren: van varkensoorlog naar de ‘topsport’ van Nora 265

De ombudsman

Tussen de trekkers zat het ze drie jaar later nog hoog. Toen ik vroeg wat ze van de media vonden, haalden de boeren die zich eind vorig jaar hadden verzameld op de Dam, direct aan hoe Youp van ’t Hek varkenshouders „dierenhitlers” had genoemd in zijn column Krijspaleis (augustus 2017).

Nee, ze hadden geen abonnement, maar zoiets gaat per app het hele land door. De column leidde tot verontwaardiging op sites als Pigbusiness.nl en Varkensbedrijf.nl en bij de omineus genaamde ‘Bond van Radicale Provincialen’, een club van „van boze boeren en buitenlui”.

Dat de herinnering aan die column zo levendig is, laat nog eens zien hoe hoog de emoties zijn opgelopen over het boerenbedrijf en alles wat ermee samenhangt: milieuvragen, groeiende afkeer van bio-industrie en vlees eten én een anti-establishment boerenprotest dat met Farmers Defence Force (FDF) intimiderende en extremistische trekjes heeft gekregen (en wordt gesteund door het machtige agrarische establishment).

Ook de krant merkt daarvan de gevolgen. Aan een zaal vol sceptische boeren lichtte ik enkele jaren geleden mijn werk toe. Hun vertrouwde klacht: alleen maar negatieve verhalen! Kort daarvoor had NRC onthuld hoe Brabantse boeren fraudeerden met mest om de milieunormen te halen. Ook belandde ik in een varkensoorlog over een NRC Fotowedstrijd waarin activisten en varkensboeren elkaar fotografisch in de haren vlogen.

Maar kritiek komt ook van lezers die vinden dat de krant soms juist onkritisch is over de boeren. Zij stoorden zich aan de reportage over de Bredase „superkoe” Nora 265, die in haar leven 200.000 liter melk had gegeven. Dat heuglijke feit werd eerst gevierd bij Omroep Brabant en in Hart van Nederland. Enkele dagen later bracht NRC een uitvoerig verhaal met de melkveehouder die hoog opgaf van zijn „topsport”. Het was wel even hard werken geweest om aan de 200.000 liter te komen, vertelde hij. „We hebben haar soms tien keer moeten insemineren voor ze drachtig was.” Maar het was gelukt. En nu mocht Nora gaan „genieten”. Crux van het stuk: dat was allemaal niet gelukt zonder het krachtvoer dat het kabinet nu aan banden wil leggen.

Schandelijk van die boer maar ook slecht van de krant, vonden sommige lezers. De reportage toonde volgens hen een dier dat werd uitgemolken en uitgebuit voor maximale output en profijt. Een lezer werd er „misselijk” van. Al meldde de site melkveebedrijf.nl enkele dagen later monter dat Nora ter felicitatie een „koeientaart” had gekregen (gras, maïs, bietenpulp, likstenen, wortelen en soja) die „goed in de smaak viel”.

Er waren gelukkig ook lezers die het stuk wél waardeerden. Twee vonden het – net als ik trouwens – „een verhelderende reportage over de alles verstikkende vee-industrie”. Zij zagen vooral „een geknakt dier, met een kansloos leven aan de leidsels van haar profiteur” en trokken deze conclusie: „De veeteelt is overbodig en, wat weer blijkt uit uw reportage: een volstrekt immorele industrie”.

Maar hoe was het dier er nu eigenlijk aan toe? Over het welzijn van de 19-jarige Nora, oud voor een melkkoe, las ik elders van alles. Op agrarische sites vertelde de boer dat zijn „topatleet” lenig en fit is, een goed verzorgd dier dat vrijuit in de wei kan lopen en een zachte ligbox heeft met optimale ventilatie. Al zal dat lezers niet vermurwen die vinden dat hier hoe dan ook een nonhuman animal was gereduceerd tot een melkfabriek.

Maar moet zo’n reportage dat oordeel ook vellen? In een brief in de eigen krant over een eerder stuk schreef de verslaggever, die veel meer over landbouw en boerenprotest schreef (onder meer al vorig jaar een interview met oprichter Mark van den Oever van FDF) dit: een reporter moet beschrijven en mensen aan het woord laten, niet oordelen. Wel toonde hij zich „overweldigd” door de „emoties, frustraties en woede” van de boeren.

Dat geldt ook voor dit stuk, zegt hij nu: „Het gaat om de boer, niet om de mening van de verslaggever.” Overigens vroeg hij wel of het niet minder kan, met die melk. Antwoord: Nee, „we hebben in Nederland al vijftig jaar gefokt op koeien die veel melk geven.” Dat is volgens sommige lezers nu net het probleem. En de koeien? Die „glimmen” zo mooi, aldus de boer.

Ook de chef Binnenland ziet het zo: „Dit stuk maakt inzichtelijk hoe deze boeren denken en werken. Laat de lezer zelf oordelen.” Hij wijst erop dat de krant een dag later een vervolgstuk plaatste met commentaar van deskundigen over de reductie van het eiwitrijke voer.

Kritiek op journalistiek die ‘een platform geeft’ aan onwelgevallige of omstreden meningen is een trend. Lezers – van wie kranten inmiddels veel afhankelijker zijn dan van adverteerders – laten dan ook stevig van zich horen en willen stellingname. The New York Times ging recent over de hekel wegens een (kritisch) portret van een neonazi.

Maar wat snel wordt afgedaan als bothsideism, het laten zien van verschillende kanten van een zaak, is niet per se slappe neutraliteit of het scheppen van een ‘vals evenwicht’ – hoewel het dat kan worden. Het is vooral een manier om lezers zoveel mogelijk informatie te geven om zelf te kunnen oordelen. Dat moet kunnen zonder een trigger warning in of bij het stuk te zetten als ‘pas op, dierenleed’.

Toch hebben die kritische lezers ook een punt, vind ik. Dit stuk ging weliswaar over de kwestie van het veevoer en hoe de boer daarnaar kijkt. Maar „superkoe” Nora zelf, met haar topproductie, stond in de kop en op de foto. In het uitgebreide verslag had het welzijn van het dier dan best nadrukkelijker aan de orde kunnen komen. Dat is niet hetzelfde als een mening of oordeel geven. Door expliciete vragen te stellen ben je de tolk voor lezers bij wie de reportage zorgen oproept.

En wie weet ook een beetje voor de koe en haar soortgenoten.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.