Opinie

Warme maaltijd lost onderwijsachterstanden niet op

Taalproblemen D66 wil dat scholen warm eten gaan serveren. Dat leidt af van de echte problemen: reken- en taalachterstanden, schrijft .
Foto Pinstock

De afgelopen twintig jaar is het percentage kinderen dat het Nederlandse onderwijs verlaat met een taal- en rekenachterstand, zodat zij niet goed kunnen functioneren in de samenleving, schrikbarend gestegen. 53 procent van de basisschoolleerlingen haalt de wettelijk vastgestelde streefniveaus voor rekenen niet en 40 procent niet voor het lezen. De ene lichting na de andere van laaggecijferden en laaggeletterden wordt de samenleving ingestuurd.

Tot voor kort was er politiek vrijwel geen aandacht voor deze catastrofe. Maar toen D66-Kamerleden Rob Jetten en Paul van Meenen onlangs aankondigden met een nieuwe onderwijsvisie te komen, dacht ik dat Den Haag eindelijk wakker werd.

Maar die visie, vorige week gepresenteerd, valt erg tegen. Voornaamste punt van de ‘onderwijspartij’: Nederlandse leerlingen moeten een ‘rijke schooldag’ krijgen. Politieke verpakking, dacht ik, ergens in deze fonkelnieuwe visie zal toch wel een remedie geopperd worden om die schrikbarende faalcijfers omlaag te krijgen?

De school als fullservice ondersteuningscentrum

Helaas. De ‘rijke schooldag’ blijkt de kern van de visie. Dat is problematisch, omdat scholen er de laatste jaren al steeds meer extra opvoedkundige en maatschappelijke taken bij kregen, zoals het burgerschapsonderwijs. Die verwatering van de primaire educatieve taak van het onderwijs correspondeert niet geheel toevallig met de gestaag dalende leerprestaties. D66 wil die ontwikkeling niet tegengaan, maar juist versterken, door van de school nog meer een multifunctionele maatschappelijke voorziening te maken. Sport, muziekles, andere buitenschoolse activiteiten: het moet zich allemaal op school gaan afspelen. Ouders hoeven zich niet meer met die zaken te bemoeien, dat gaat de school doen. De school als fullservice ondersteuningscentrum voor tweeverdieners.

Een voorbeeld daarvan is dat volgens D66 ook de voeding van kinderen een schooltaak moet worden. Alle leerlingen moeten „elke dag een warme lunch” krijgen. Los van de kolossale logistieke en financiële opgave om dat te realiseren, lijkt het me een erg omslachtige manier om ons onderwijs op een beter niveau te krijgen. Te veel scholieren gaan laaggeletterd en laaggecijferd de maatschappij in. Dáár moeten de schaarse onderwijsmiddelen aan besteed worden, niet aan een warme lunch.

In de D66-visie gaat het voortdurend over ‘tweedeling’ en ‘kansenongelijkheid’. Er wordt gedaan alsof het onderwijs faalt in het opheffen van ongelijke kansen, maar het probleem is dat het huidige onderwijs ongelijke kansen creëert. Een grote groep leerlingen wordt kansen onthouden, door ze niet te geven waar zij recht op hebben: goed taal- en rekenonderwijs. Was de taak van het onderwijs niet juist om maatschappelijke ongelijkheid op te heffen, door kinderen iets te léren? En liefst allemaal hetzelfde? Het is veelzeggend dat in het ambitieuze, omvangrijke plan van D66 waarmee het hele onderwijs op de schop moet, het woord „kennisoverdracht” niet één keer voor komt.

Lees ook: Het basisonderwijs hanteert veel te lage doelstellingen

Ook de plannen die de partij heeft met leraren overtuigen niet. Docenten zijn gefrustreerd geraakt door alle bemoeienis van buitenaf. Ze kunnen niet naar eigen inzicht hun vak uitoefenen. De oplossing van D66: ‘minder uren lesgeven’. Docenten moeten volgens de partij nog meer tijd búiten de klas doorbrengen voor „ontwikkeling”, „professionalisering” (alsof het eigenlijk amateurs zijn) en „hun vak bijhouden”. Het is de veelgeplaagde leerkrachten van harte gegund, maar welke bijscholing hebben ze precies nodig om kinderen gewoon goed te leren lezen, schrijven en foutloos te laten rekenen? Is dat raketwetenschap?

Of wil D66 van de school nog meer dan het al is een pedagogisch-didactisch laboratorium maken, waar naar hartelust met kinderen geëxperimenteerd kan worden?

Handicap voor het leven

Zo hoog mijn hart opsprong toen ik de aankondiging van de visie zag, zo diep zonk mij de moed weer in de schoenen toen ik het plan las. Ook D66, de ‘onderwijspartij’, is ten prooi gevallen aan het waanidee dat het onderwijs een soort maatschappelijk werk is. En dat de school een gezinsvervangend tehuis is, waarin ‘rijk’ onderwijs gegeven moet worden.

Elk jaar gaan tienduizenden Nederlandse jongeren de arbeidsmarkt op met onvoldoende taal- en rekenvaardigheden. Dat is een handicap voor het leven. De oplossing is simpel: gewoon goed lesgeven. Dat D66 het denkt op te lossen door minder les te geven en een warme lunch te serveren, zal de achterstanden eerder vergroten dan verkleinen.

Correctie (26-07-2020): In een eerdere versie van dit artikel stond dat 47 procent van de basisschoolleerlingen de rekennormen niet haalt. Dat moet 53 procent zijn.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.