Astrid Balsem met enkele boeken uit de Bibliotheca Vossiana. „Sommige titels zijn uit de bibliotheek verdwenen.”

Foto Roger Cremers

Interview

‘Vossius werd gezien als een rare snuiter’

Astrid Balsem | boekwetenschapper In de VS geniet Isaac Vossius meer aanzien dan hier. Astrid Balsem onderzocht het ontstaan van zijn Leidse bibliotheek.

Het was een astronomisch bedrag voor die tijd, maar de 33.000 gulden waren goed besteed. Met de aanschaf van het volledige boekenbezit van geleerde en verzamelaar Isaac Vossius (1618-1689) was de Leidse universiteitsbibliotheek namelijk in één keer helemaal up-to-date.

We schrijven 1690: de Nederlandse filoloog Vossius was een klein jaar dood en zijn neef Gerardus Vossius jr. verkocht de bibliotheek van oom Isaac in zijn geheel aan de universiteit aan het Rapenburg. De dozen werden daar uitgepakt door niemand minder dan de jonge Herman Boerhaave. „Ze hadden in Leiden in de decennia hiervoor de ontwikkelingen in de wetenschap niet zo goed bijgehouden”, zegt boekwetenschapper Astrid Balsem. „Maar de bibliotheek van Vossius bevatte bijvoorbeeld Isaac Newtons Philosophiae naturalis principia mathematica, dat kort voor zijn overlijden verschenen was. Die kennis was vanaf 1690 dus ook in de Leidse UB te vinden.”

Balsem promoveerde eind juni op het proefschrift Een biografie van de Bibliotheca Vossiana, waarin ze de ontstaansgeschiedenis van deze belangrijke verzameling ontrafelt én een nauwkeurige beschrijving geeft van een derde van de ongeveer 5.500 boeken die Vossius tijdens zijn leven bijeenbracht. Daarnaast verzamelde hij ook nog eens 700 handschriften.

Balsem is in het dagelijks leven conservator gedrukte werken bij de afdeling Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam en deed het onderzoek buiten haar reguliere vierdaagse werkweek, zegt ze. „Ik vond het heerlijk om één dag in de week naar Leiden te gaan en me onder te dompelen in de wetenschap. Als conservator kom je daar door alle verplichtingen maar weinig aan toe.”

Hij had een brede belangstelling: wis-, en natuurkunde, chemie en alchemie, geografie, geschiedenis en rechten

Wie was Isaac Vossius?

„Isaac Vossius was vooral een filoloog, een wetenschapper die oude teksten onderzoekt – het liefst onbekende handschriften die hij dan kon publiceren. Hij had een brede belangstelling: wis-, en natuurkunde, chemie en alchemie, geografie, geschiedenis en rechten. Dat laatste vakgebied vond hij het minst interessant.

„Vossius schreef zelf onder meer over godsdienstige zaken: hij was een van de eersten die, op basis van zijn studie, twijfelde aan het feit dat de Bijbel de letterlijke waarheid bevatte. Omdat hij in een boek over de geschiedenis van China ontdekte dat daar geen zondvloed had plaatsgevonden, concludeerde hij dat in de tijd van Noach kennelijk niet de hele wereld onder water had gestaan.

„Isaac Vossius is in Nederland altijd een beetje gezien als een rare snuiter. In Engeland en de Verenigde Staten geniet hij meer aanzien dan hier. Daar zien ze zijn belang en dat van zijn bibliotheek. Dat maakte het voor mij extra interessant om hem in Nederland met mijn proefschrift weer in de schijnwerpers te zetten.”

Hoe raakte u geïnteresseerd in de Bibliotheca Vossiana?

„Ik leerde die bibliotheek kennen aan het eind van mijn studie, in 1988. Ik schreef toen een scriptie over zestiende-eeuwse drukken op het gebied van de Italiaanse taal- en letterkunde in de Leidse bibliotheek. Daar zaten boeken tussen uit het bezit van Vossius, te herkennen aan een handgeschreven nummer op het titelblad. In één boek stond ook zijn naam.

„Ik hoefde na mijn scriptie niet per se te promoveren, maar mijn leermeesters Ronald Breugelmans en Harm Beukers moedigden me aan om door te gaan met onderzoek. Breugelmans is inmiddels helaas overleden, maar met mijn promotie heeft Beukers het een na laatste klusje van zijn emeritaat afgerond.”

Voordat hij vertrok, bezat hij al vijfhonderd titels en hij kocht er onderweg boeken en handschriften bij

Hoe bent u te werk gegaan?

„Voor de verzamelgeschiedenis van de bibliotheek had ik het geluk dat het eerste deel van Isaacs leven al beschreven is door zijn biograaf Frans Felix Blok. Als jongeman van goede komaf ging Vossius op Grand Tour, een reis langs de culturele hoogtepunten van Europa. Voordat hij vertrok, bezat hij al vijfhonderd titels en hij kocht er onderweg boeken en handschriften bij, die hij naar huis stuurde.

„In 1648 vertrok hij naar Zweden, om koningin Christina te onderwijzen en haar bibliotheek te beheren. Hij schafte voor haar veel handschriften en boeken aan, waarvan hij later een deel ontving als betaling voor zijn werkzaamheden.

„In 1670 ging Isaac voor de laatste keer naar het buitenland. Hij vestigde zich tot zijn dood in Engeland, waar hij zijn bibliotheek verder uitbreidde. We weten dat uit veilingcatalogi uit die tijd. Die bestudeer je dus als onderzoeker. Veder was er een catalogus uit 1689 waarmee de familie op zoek was gegaan naar kopers voor de bibliotheek. De 435 pagina’s van deze Catalogus scriptus Librorum Manuscriptorum et impressorum Isaci Vossii zijn mijn belangrijkste bron geweest.”

Vervolgens moest u naar de boeken op zoek. Stonden die allemaal nog netjes naast elkaar in het magazijn?

„Nee, helaas niet. De handschriften zijn wel op één plek bewaard, maar de gedrukte boeken zijn verspreid geraakt. Dus het was elke keer spannend: ik leverde een aanvraag in en dan was het wachten op wat er werd bezorgd op de Dousazaal van de Leidse bibliotheek, waar je zeldzame stukken kan inzien.

„Het probleem was dat de beschrijving soms heel summier was, of gebruik maakte van een ongewone spelling. Neem bijvoorbeeld nummer 537 uit de catalogus. Dat is het boek Elementa physica, sive Nova philosophiæ principia, ubi Cartesianorum principiorum falsitas ostenditur ipsiusque errores ac paralogismi ad oculum demonstrantur ac refutantur van Franz Wilhelm Freiherr von Nylandt uit 1669. Dat leverde niets op, maar je kan die naam ook als Nuland spellen, dus dan moet je ook al die alternatieve schrijfwijzen controleren. Helaas kon ik dit boek uiteindelijk helemaal niet vinden in de Leidse bibliotheek. Het is verdwenen.”

Mijn werk heeft ertoe geleid dat de Bibliotheca Vossiana niet gekrompen is, maar gegroeid

Zijn er wel meer titels kwijtgeraakt in de afgelopen driehonderd jaar?

„Ja, maar leuk genoeg heeft mijn werk ertoe geleid dat de Bibliotheca Vossiana niet gekrompen is, maar gegroeid. Sommige boeken in de catalogus bevatten namelijk meer dan één titel. Dan was er nog een ander werk ingebonden in de band. Zoiets noem je een convoluut. De bibliotheek van Vossius zou ongeveer 4.000 titels bevatten, maar als je extrapoleert vanaf het derde deel dat ik nu in kaart heb gebracht, kom je uit op 5.500 titels.

„Van elk boek dat ik aantrof, maakte ik een fysieke beschrijving – wat is het formaat, hoe is het ingebonden, bevat het illustraties, in welke staat verkeert het? – en onderzocht ik het op aantekeningen en stempels die me iets konden vertellen over herkomst en gebruik van het boek. Dat levert soms teleurstellingen op, zoals bij Newtons Principia, die in de twintigste eeuw een nieuwe band gekregen heeft. Aan de hand van de contemporaine band had ik misschien kunnen zien of Vossius dit exemplaar direct van Newton ontvangen heeft.”

U heeft de medische en wiskundige boeken beschreven voor uw proefschrift. Volgt nu nog de overige 65 procent van de bibliotheek?

„Bij leven en welzijn ga ik hier zeker mee door. Ik begin bij de sectie Miscellanei, de diversen. Daar zitten veel reisbeschrijvingen in en daaruit blijkt Vossius’ langdurige belangstelling voor China. Het laatste handschrift dat hij op een veiling kocht was een verslag van de reis van Marco Polo.”