Vlamdrager Sakai vertegenwoordigde niet het verleden maar de toekomst van Japan

Tokio 1964 De Olympische Spelen van 2020 in Tokio zijn uitgesteld. De Olympische Spelen van 1964 in Tokio gingen wél door. Welke sporters deden daar mee en waarom waren deze sporters opvallend? Aflevering 1: Yoshinori Sakai

De Japanse sportman Yoshinori Sakai met de fakkel enkele ogenblikken voor het ontsteken van het olympisch vuur in het nationaal stadion in Tokio tijdens de openingsceremonie van de achttiende olympische zomerspelen.
De Japanse sportman Yoshinori Sakai met de fakkel enkele ogenblikken voor het ontsteken van het olympisch vuur in het nationaal stadion in Tokio tijdens de openingsceremonie van de achttiende olympische zomerspelen. Foto Hollandse Hoogte

Het was een beeld waar de symboliek vanaf droop. Op 10 oktober 1964 liep Yoshinori Sakai met de olympische fakkel 182 treden omhoog om boven op een platform de vlam te ontsteken, ten teken dat de Spelen van Tokio waren begonnen. Niet zo maar Olympische Spelen – voor het eerst in Azië – maar vooral een allegorie van verteerd verdriet en bruisend optimisme.

Sakai, geboren op 6 augustus 1945 in Hiroshima, anderhalf uur nadat de atoombom in alle gruwel zijn verwoestende werk had gedaan, beeldde negentien jaar later het herstel van Japan als onafhankelijke natie uit. Het land was de nederlaag van de Tweede Wereldoorlog te boven gekomen, en was een economische grootmacht in ontwikkeling. Vooral het beeld van die renovatie wilde Japan de wereld tonen.

Voor Sakai, een negentienjarige student aan de Waseda Universiteit in Tokio, voelde zijn uitverkiezing meer als een eer dan een symbolische daad. Hij wilde niet aan de Tweede Wereldoorlog gelinkt worden en al helemaal niet aan de nucleaire bomaanslag op zijn geboorteplaats, met bijna 250.000 doden. Sakai zei na de vlamontbranding tegen buitenlandse journalisten dat hij niet het verleden maar de toekomst van Japan vertegenwoordigde.

Wat hij zich vooral van de openingsceremonie zou blijven herinneren? Het fenomenale uitzicht

Als laatste drager van de vlam voelde Sakai ook enige genoegdoening voor zijn gemiste kwalificatie voor de Spelen. Hij was een talentvolle 400-meterloper, die twee jaar later goud (estafette) en zilver (individueel) zou winnen op de Aziatische Spelen. ‘Tokio’ kwam voor hem te vroeg. Wat hij zich vooral van de openingsceremonie zou blijven herinneren? Het fenomenale uitzicht. „Ik had de mooiste plek in stadion”, zei hij.

Echt werk van zijn sportcarrière maakte Sakai nadien niet, want in 1968 koos hij voor een maatschappelijke loopbaan als verslaggever bij de omroep Fuji TV. In die functie versloeg hij menige Olympische Spelen, waaronder die van 1972 in München, met de Palestijnse aanslag op de Israëlische ploeg als terroristisch kenteken.

Zijn meeste opvallende daad in München was een telefonisch liveverslag vanuit het olympisch dorp, kort nadat de aanslag was gepleegd. Sakai had in allerijl een officieel olympisch tenue van het Japanse olympisch team geritseld, waarin hij zich toegang tot het dorp wist te verschaffen.

Vijftig jaar na ontsteking van het olympisch vuur overleed Sakai in 2014 op 69-jarige leeftijd aan inwendige bloedingen. Daarmee kwam zijn wens om de hernieuwde Olympische Spelen van Tokio met zijn twee kleinkinderen bij te wonen niet uit. Hij stierf als een trotse Japanner, die zijn fakkel mocht houden en het exemplaar altijd showde bij de vele lezingen die hij gaf.