‘Studenten mogen geen ‘jij’ tegen me zeggen’

Spitsuur Judith Kelholt (24) en Victor van der Winden (34) leerden elkaar acht jaar geleden kennen op een camping in Hongarije, waar Judith achter de receptie werkte. „Toen ze in Nederland ging studeren, ging het makkelijker.”

Foto’s David Galjaard

Victor: „Ik sta meestal ergens tussen vijf en zes uur op en dan lees ik NRC.”

Judith: „Hij leest de hele krant uit voor zessen, geen grap.”

Victor: „Ik vind het lekker om eerst een beetje rustig aan te klooien. Ik drink mijn kopjes koffie en eet mijn ontbijt. Tussen half zeven en half acht ga ik naar kantoor. Een enkele keer ga ik op de racefiets.”

Judith: „Ik sta op om zeven uur en drink een grote kop koffie, zo’n Amerikaanse, aangelengd met melk. Daar ben ik mee begonnen toen ik vijf maanden in Portland studeerde. Daar doe ik dan de hele ochtend over.”

Victor: „Ik werkte gewoon door op kantoor in coronatijd, we hadden ruimte genoeg.”

Judith: „Ik gaf net twee maanden les aan een roc, had net mijn collega’s en de namen leren kennen en toen moesten we al online les geven. Dat was even wennen.”

Victor: „Het voordeel is wel dat je geen namen hoeft te onthouden, want die staan allemaal in beeld.”

Judith: „Ik heb de mazzel dat ik best digitaal vaardig ben. Ik ben 24. Maar er waren ook collega’s die het best lastig vonden om al hun materiaal online te krijgen. Sommige leerlingen zag je ook ineens van de radar verdwijnen. Tijdens een van onze avondwandelingen zag ik één van hen op de fiets voorbij zoeven als maaltijdbezorger.”

Victor: „Overdag heb ik veel vergaderingen, met collega’s in Duitsland en in Apeldoorn. Verder maak ik spreadsheets en doe ik wat powerpointknutselarij.”

Judith: „Orde houden, dat gaat vanzelf. Ik sta voor de klas en ik deel kennis. Ik had het nooit gedacht, maar dan maakt leeftijd niet meer uit. Laatst vroeg een student die twee keer zo oud is als ik of hij ‘jij’ mocht zeggen. Nee, heb ik toen gezegd. Ik snap dat het ergens logisch voelt, maar het lijkt me niet prettig voor de samenwerking. Dat begreep hij wel.”

Zomerbaantje

Victor: „Wij kennen elkaar van vakantie acht jaar geleden. Ik was een roadtrip aan het maken door Europa en kwam op een camping in Hongarije terecht. Judith had daar een zomerbaantje achter de receptie.”

Judith: „Mijn vader komt uit de Achterhoek en mijn moeder is Hongaarse. Tussen mijn tiende en zeventiende heb ik in Hongarije gewoond. De camping waar ik werkte, was een Nederlandse camping, dus ik kon daar mijn Nederlands oefenen.”

Victor: „We hadden het gezellig samen en we hadden veel contact tussendoor. Toen ze eenmaal in Nederland ging studeren, ging het makkelijker.”

Judith: „Ik ben normaal tussen half vijf en vijf uur thuis. Victor belt onderweg naar huis over het eten. Ik vind het wel leuk om de weekboodschappen te doen en nieuwe gerechten te bedenken. Ik doe 80 procent van de boodschappen bij de Aldi. Ik vind het heel stom om een kilo suiker te kopen voor 1,50 euro terwijl je het ergens anders ook voor 80 cent kan kopen.”

Victor: „Judith maakte veel Midden-Oosterse gerechten.”

Judith: „Ik maakte een tijd recepten uit Jerusalem, een boek van Yotam Ottolenghi. En ik had een periode waarin ik HelloFresh-recepten namaakte, zoveel mogelijk vegetarisch.”

Victor: „Judith kookt absoluut vaker dan ik en ook gevarieerder. Bij mij is koken toch meer iets wat moet.”

Judith: „Victor is wel degene die de borden even omspoelt en de afwasmachine inruimt.”

Victor: Daarna ga ik vaak nog even klussen in mijn werkplaats. Ik vind het lekker om aan het eind van de dag alles los te laten en met mijn handen bezig te zijn. We hebben onder ons huis nog een grote berging waar ik een beetje kan aanklooien.”

Keukenkastje opknappen

Judith: „Aan het begin van de coronacrisis deed ik nog van die ‘massive online open courses’, lezingen van prestigieuze universiteiten. Harvard had een reeks over justice. Toen de lockdown begon, dacht ik: ik wil iets met mijn avonduren doen.”

Victor: „Ik merkte wel dat er de afgelopen tijd buitenshuis minder prikkels waren. We hebben daardoor binnen meer geschilderd en dingen opgeknapt, bijvoorbeeld de keukenkastjes.”

Judith: „Deze tafel hebben we voor 20 euro via Marktplaats opgehaald, geschuurd en geschilderd.”

Victor: „Het is sowieso leuk het resultaat van je werk te zien. In het weekend maak ik weleens een werkbank of een kast met stellingen. Er is altijd wel iets te doen, plantenbakken neerzetten of een schutting. Theater, ongedwongen vrienden zien, de laagdrempeligheid van het gewone leven, dat heb ik wel gemist.”

Judith: „We zien nu een kleine groep vrienden. Twee van onze vrienden hebben net een kindje gekregen dus met hen bewaren we echt wel afstand.”

Victor: „Vroeger deden we wel vier, vijf avonden in de week ‘iets’, nu zijn we veel meer thuis.”

Judith: „Ik had een cursus tekenen of ging sporten met een vriendin. Dingen waar ik heel enthousiast van word, daar kan ik me een periode helemaal in verliezen. Dan ging ik survival runnen of verdiepte ik me in planten stekken. Na een maand is het dan weer voorbij.”

Victor: „In coronatijd hebben we aanmerkelijk meer Netflix gekeken en ook meer kilometers gewandeld.”

Judith: „Vroeger had ik altijd het idee dat ik bezig moest zijn. Ik kan nu ook tevreden zijn als ik een boekje lees of een serie kijk. Daar voel ik me niet meer schuldig over, die rust heb ik nu gevonden.”