Opinie

Na deze EU-top is het tijd om de veto’s af te schaffen

Coronaherstelfonds De lidstaten van de Europese Unie kijken naar hun eigenbelang, net als ooit de provinciën van de Republiek, schrijft .
Illustratie Hajo

Om te begrijpen waarom de Europese begrotingsdeal van deze week een belangrijke deal is, moeten we eerst even een gedachtenexperiment doen. Stel, de Commissarissen van de Koning komen bijeen om over de Nederlandse meerjarenbegroting te beslissen. De Friese commissaris eist meer geld voor huisvesting en wil kosten besparen door twee Haagse ministeries op te heffen. Zijn Drentse collega zegt dat hij door tegenvallers (weer) geen contributie kan betalen en extra cash nodig heeft. Die uit Overijssel meldt dat nationale klimaatdoelen voor zijn provincie geen prioriteit hebben en dat zijn bijdrage daarom met 15 procent omlaag moet. Het rijke Holland dreigt de begroting te vetoën als defensie-uitgaven, waaraan zijn provincie het meest bijdraagt, niet stijgen. Bovendien wil het Drenthe geen subsidies geven maar leningen, op voorwaarde dat huursoldaten op Drentse grond worden gehuisvest. Ten slotte eisen nettobetalers Holland en Zeeland kortingen op hun afdrachten aan de nationale begroting.

Provinciale bestuurders die politiek en financieel het nationale bestuursniveau bóven hen compleet beheersen – vandaag de dag klinkt dit onlogisch, inefficiënt. Maar zo ging het, in de unie van de Zeven Provinciën, van de zestiende tot eind achttiende eeuw. Onderhandelingen over de uniebegroting verliepen als hierboven geschetst – inclusief, je verzint het niet, het uitglijden van Drenthe (een halfbakken lid dat amper mocht meepraten) en een bailout met trojka-achtige trekjes.

Op precies dezelfde manier gaan wij met de Europese begroting om. Al zeventig jaar. Brussel moet met de bedelnap langs de lidstaten, elke keer weer.

Iedere regeringsleider verdedigt in Brussel het belang van zijn land: zo min mogelijk geld aan de gezamenlijke pot betalen, zoveel mogelijk eruit halen. Het Europese belang is voor allen secundair. Om dat te onderstrepen, heeft ieder land een veto – net als de gewesten destijds. Zo bezien is het een groot wonder dat er deze week een deal kwam over de Europese meerjarenbegroting en het coronaherstelfonds.

Beleggers houden zich rustig

En wat voor deal: komende drie jaar wordt de Europese begroting bijna verdubbeld omdat het coronafonds van 750 miljard euro erbij wordt gezet, dat via die begroting wordt gefinancierd. Na drie maanden van lockdowns krimpt de Europese economie dit jaar naar verwachting met 9 procent. Dit is ‘de ergste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog’, zegt de Duitse bondskanselier Angela Merkel steeds.

750 miljard is niet genoeg om de put te dempen. Maar als de 390 miljard aan subsidies en 360 miljard aan leningen worden ingezet op plekken waar de meeste pijn zit, kunnen de ECB en lidstaten de rest doen. Schuld en tekorten stijgen in veel landen pijlsnel. Toch voorspellen weinigen een nieuwe eurocrisis. Anders dan tien jaar geleden houden financiële markten zich koest.

Dat komt niet alleen door de hoge bedragen, maar ook door de structuur van de coronafinanciering. Ten eerste kregen ‘probleemlanden’ in de eurozone voorheen alleen bilaterale leningen (tussen lidstaten onderling). Nu gaat de EU namens allen geld ophalen op de markten, om het als subsidie uit te geven of goedkoop op lange termijn (tot 2058) aan lidstaten door te lenen. Ditmaal gaat de EU dus pal vóór de lidstaten liggen. Beleggers hebben dat begrepen. Daarom houden ze zich rustig. Ten tweede gaan EU-landen praten over Europese inkomsten. Er komt een Europese belasting op plastic, een ‘carbon tax’ wordt besproken. Dit is nieuw. Tot dusver waren Unie-inkomsten onbespreekbaar.

Deze week is elk EU-land met één vraag bezig: wat hebben wij ‘gekregen’? Premier Rutte, de Italiaanse premier Conte, de Hongaarse premier Orbán – allen benadrukken wat ze in de wacht hebben gesleept, precies zoals vertegenwoordigers van de gewesten deden na hún onregelmatige zittingen in de Staten-Generaal. Zo werkte het toen, zo werkt het nog: het discours over de Unie is in veel landen puur nationaal. De Ier die laatst vol trots meldde dat zijn land de vijfde grootste ‘donor’ is aan het corona-herstelfonds, is een uitzondering.

Lees ook dit opiniestuk: De Heilige Angela van Europa

Het blijft draaien om Parijs en Berlijn

Ook ditmaal heeft elk land wat goodies gekregen. In Europa gaat niemand met lege handen naar huis. Conte kreeg subsidies, Rutte zijn leningen plus een flinke korting. Maar het Europese verhaal vertellen eigenlijk alleen Angela Merkel en Emmanuel Macron, de leiders van de twee machtigste landen in Europa – de één een economische reus, de ander een militaire.

Driehonderd jaar geleden zetten het rijke Holland en Zeeland de grote, gemeenschappelijk lijnen uit. Zij hadden het meest te verliezen als de boel zou ploffen. In het huidige Europa gaat het net zo. Duitsland en Frankrijk investeren meer dan anderen, ook mentaal. Als ze samen optrekken, leggen ze meer gewicht in de schaal dan anderen weleens denken. De Britten hadden deze Europese begroting kunnen killen. Maar die zijn weg. De vier vrekken dwongen concessies af, meer niet. De coronacrisis toont dat Europa, als puntje bij paaltje komt, blijft draaien om Parijs en Berlijn. Nederland heeft dit onderschat. Met zijn vrekkigheid verdiende het geld en verloor het prestige.

Na de eurocrisis van 2010-2012 zagen Berlijn en Parijs dat het euronoodfonds en een halve bankenunie de euro niet sterk genoeg maakten. Om Italië te beschermen, was meer nodig. Maar Frankrijk en Duitsland werden het nooit eens over verdere stappen. Eerst bestudeerden ze allerlei vormen van euro-obligaties, eurobonds. Maar niemand wilde met andermans ‘oude’ schuld opgezadeld worden. Toen bespraken ze een begroting voor de eurozone. En een Europese werkloosheidsuitkering. Vergeefs. Dit vruchteloze gezwoeg zette de Frans-Duitse as onder hoogspanning. Maar de Franse econoom Thomas Philippon twitterde dat deze flops hem wel twee dingen leerden: dat een oplossing alleen uit de al bestaande Europese begroting kan komen, en dat „enkel een grote externe schok politiek momentum kan veroorzaken”.

Aan de EU verdienen

Die klap van buiten was corona. In het rijke Duitsland krijgen bedrijven meer overheidssteun dan in andere landen. Dit geeft de Duitsers een voorsprong op de interne markt. Ook krijgen de Duitsers misschien minder sociale misère. Daardoor raakt de interne markt uit balans. Dat is politiek dynamiet, want de interne markt is dé vector van de Europese integratie. Als die schuift, gaat alles schuiven. Daarom begon Macron in maart meteen weer over eurobonds. Merkel weigerde. Maar een financiële transfer, waar ze altijd tegen was geweest, sprak haar wel aan. Rijke landen, zei ze, betalen niet alleen meer aan de EU, maar verdienen er ook veel meer aan. Nu de interne markt zijn evenwicht verloor, was het tijd om iets terug te doen: „Als één land uitglijdt, glijden we allemaal uit.”

Zo timmerde zij met Macron het coronafonds in elkaar. Dit fonds is voor álle EU-landen, niet alleen eurolanden. Dit benadrukt het belang van de euro voor de interne markt – iets dat critici van de euro wel eens vergeten. Het voorkomt ook dat je het Europees parlement op een dag, als het meer zeggenschap krijgt over de euro, moet splitsen in een eurodeel (dat over de euro mag meebeslissen) en een niet-eurodeel. Noorwegen, Zwitserland en IJsland, geen EU-lid maar wel actief op de interne markt, betalen ook mee aan het coronafonds.

Het fonds is eenmalig. Het loopt drie jaar. Maar wat als er daarna nog een grote ‘dreiging van buiten’ komt? Het euro-noodfonds ESM was ook ‘eenmalig’. Nu is het een institutie, die goedkope leningen biedt om coronaleed te verzachten.

De geschiedenis herhaalt zich nooit. De Republiek der Zeven Provinciën is de EU niet. Beide zijn een douane-unie en een onvolledige muntunie, maar destijds lag het accent op militaire zaken en nu op economische. Toch besloten de gewesten, die altijd nét genoeg deden om de unie op de rails te houden, uiteindelijk hun financiële macht te bundelen en de unie op eigen benen te laten staan. Dat gebeurde door druk van buitenaf. Door de oorlogsdreiging, die sterker werd. De gewesten begrepen dat ze individueel te klein waren en als blok verder moesten. Daarom integreerden ze verder. Niet uit idealisme, maar om te overleven.

Meerderheden laten besluiten

Zoiets kan weer gebeuren. Europa zit klem in hybride oorlogen tussen China en Amerika. Er zijn geopolitieke dreigingen van alle kanten. Iedereen roept: Europa moet investeren in defensie, databescherming en buitenlandpolitiek. Maar het gebeurt niet. Op al die posten is deze week bezuinigd, om het coronafonds er bij de noorderlingen door te krijgen.

Sommigen zeggen: dat komt doordat Roemenië of Spanje niet in landbouwsubsidies of fondsen voor sociale cohesie wilden snijden. Zeker. Maar dit is precies het probleem van Europa: elk land wil vooral het mes in andermans prioriteiten zetten. Het is die constructie, die problematisch is. Daardoor kan Europa alleen onder plotselinge, externe druk reageren. Met enig geluk komt de boel dan vooruit. Als we pech hebben, dan niet. Als we efficiëntie willen, zekerheid en meer waar voor ons geld, moeten we iets aan die constructie doen: de veto’s afschaffen en gekwalificeerde meerderheidsbesluitvorming invoeren, ook bij besluiten over de begroting.

In sommige landen zal dit pijn doen. Maar er zit een wetmatigheid in die geenszins uniek is. De zeven gewesten kampten met hetzelfde probleem en trokken na twee eeuwen ploegen hun conclusies. Tot nog toe hebben ze daar, voor zover bekend, weinig spijt van gekregen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.