Met inzet federale politie verheft Trump geweld tot campagnethema

Verenigde Staten De federale agenten die in opdracht van de president protesten neersloegen in Portland, gaan nu helpen bij lokale misdaadbestrijding. Dat levert vriendelijkere plaatjes op.

Federale agenten joegen maandag een Black Lives Matter-protest uiteen in Portland, waar het al weken onrustig is. Door hun komst laaide het geweld vooral op.
Federale agenten joegen maandag een Black Lives Matter-protest uiteen in Portland, waar het al weken onrustig is. Door hun komst laaide het geweld vooral op. Foto Noah Berger/AP

Dit kon wel eens een slimme manoeuvre blijken te zijn van de Amerikaanse president Trump. Na anderhalve week militaristisch gestoei van een federale politiemacht met demonstranten in Portland – zonder veel resultaat – besloot de regering het deze week over een andere boeg te gooien. Nu is besloten dat de federale agenten in verschillende steden de lokale politie moeten helpen bij de strijd tegen vuurwapen- en bendegeweld.

Dat levert andere plaatjes op: geen soldateske agenten die schijnbaar willekeurig demonstranten oppakken en de rest met traangas uiteendrijven, maar federale misdaadbestrijders samen met lokale rechercheurs aan één bureau. Het biedt Trump bovendien de gelegenheid te blijven optreden in zijn hoedanigheid van „president van orde en tucht”.

Bezwaren die zijn politieke tegenstanders uitten over de inzet in Portland („ongrondwettelijk”, „dictatoriaal”) zijn in dit verband niet geloofwaardig. Integendeel, zij zouden zich kwetsbaar weten voor het verwijt van Trump dat zij de veiligheid van Amerikaanse burgers ondergeschikt maken aan politieke kretologie.

Naar steden gedirigeerd

Honderden agenten van de FBI, grenspolitie, de Drug Enforcement Agency en andere federale opsporingsdiensten zijn de afgelopen weken door de Amerikaanse regering naar steden gedirigeerd waar volgens de president geweld en misdaad welig tieren.

De eerste stad die ongevraagd federale hulptroepen kreeg was Portland, in Oregon, nu anderhalve week geleden. In het noordwesten van de VS zijn na de dood van George Floyd woeste demonstraties tegen politiegeweld opgelaaid. Terwijl dergelijke demonstraties in de rest van het land na enkele weken uitdoofden, is het in Portland en Seattle onrustig gebleven.

Voor Trumps aanhangers waren de aanhoudende rellen in Portland het bewijs dat de demonstranten eigenlijk gewelddadige relschoppers waren. Trumps tegenstanders wezen erop dat het grootste deel van de protestmarsen vreedzaam verliepen.

Maar de persberichten van de politie van Portland uit de laatste maanden lezen als één lange wanhoopskreet: niets helpt tegen de nachtelijke rellen die de plaatselijke politie afmatten.

Nacht in nacht uit zijn gebouwen bestookt met brandbaar materiaal, kruispunten bezet en agenten bestookt met flesjes en blikjes. Onder de hoede van de demonstraties is af en toe ook gestolen en geplunderd.

Camouflagekleding

Toen de federale troepen werden ingezet om de demonstraties en rellen te beteugelen, schreeuwden de ideologische tegenstanders van Trump het uit. Federale agenten, gekleed in camouflagekleding zonder identiteitstekenen, pakten demonstranten op en voerden hen af in burgerauto’s. De lokale autoriteiten en verslaggevers ter plaatse zagen het geweld alleen maar oplaaien. Stad en staat spanden een rechtszaak aan om de federale agenten weg te krijgen.

Woensdagnacht dook de in Portland impopulaire burgemeester Ted Wheeler op tussen de demonstranten voor de rechtbank. Hij kwam protesteren tegen de „stadsoorlog” die de federale agenten volgens hem in zijn stad voeren. Het bracht hem niet direct de sympathie van zijn burgers. Met spreekkoren beletten zij Wheeler een toespraak te houden. „Traangas Teddy”, scandeerden ze, een verwijzing naar het harde optreden van de Portlandse politie in juni.

Daarop werden de burgemeester en de overige demonstranten weggeblazen door de traantrekkende gasprojectielen die de federale agenten afvuurden op de menigte.

Democratisch bestuurde steden

De hele week speelde Trump openlijk met de gedachte om ook naar andere steden federale wetshandhavers te sturen. Dat waren niet toevallig steden die in meerderheid door Democraten worden bestuurd. Zes burgemeesters schreven begin deze week aan de president, de minister van Justitie en het Congres dat zij geen heil zien in de ongenode federale bezoekers. „Eenzijdig een soort paramilitaire eenheden in onze steden inzetten strookt niet met ons democratisch systeem.”

Ze hadden daarbij vooral de beelden van Portland voor ogen. Maar afgelopen woensdag lichtten Trump en minister van Justitie William Barr de volgende inzet van federale agenten toe. Voor Albuquerque, Chicago en Kansas City (waar ze al een paar weken actief zijn) kregen zij de opdracht mee: „Het gewone misdaadbestrijdingswerk, moorden oplossen, bendes oprollen.” Dat is politiek en maatschappelijk minder omstreden dan het bevechten van demonstraties tegen politiegeweld, dus potentieel profijtelijker voor de president.

Barr verwees naar „een aanzienlijke stijging van geweldsmisdrijven” in „de laatste maanden”. Het klopt, de geweldsmisdaden zijn in verschillende steden sterk gestegen. In Kansas City staat de teller dit jaar op 111 moorden, hoger dan ooit. Chicago in de eerste helft van het jaar: 414 moorden, tegen 275 in dezelfde periode van 2019. Andere steden zien een soortgelijke piek.

Zorgwekkend dat de inzet van federale wetshandhavers op politieke gronden geschiedt

Burgemeesters van zes steden

Burgemeester Lori Lightfoot van Chicago voelde zich genoodzaakt haar standpunt („ik laat geen federale troepen in onze stad binnen”) te verruilen voor een afwachtender houding. „Als die agenten hier komen samenwerken bij het oplossen van vuurwapengeweld en niet gaan patrouilleren in onze straten, dan vind ik het wat anders.” Maar ze bleef wantrouwig: „Eerst zien, dan geloven.”

Dat wantrouwen wordt gevoed door de politieke agenda van de president, op honderd dagen van de verkiezingen. Trump, die in juni tijdens een officieel diner in het Witte Huis nog zei dat „dit een sterk jaar is voor minder misdaad”, heeft een maand later geweld tot campagnethema verheven.

Stijging van geweldsmisdrijven

Hij legt daarbij zowel een verband tussen de stijging van geweldsmisdrijven en de protesten tegen politiegeweld, als een verband met de politieke kleur van de stadsbesturen.

„Zorgwekkend”, schreven de burgemeesters, „dat de inzet van federale wetshandhavers op politieke gronden geschiedt. De president en zijn regering vallen voortdurend het lokale bestuur aan en toeteren valse en splijtende retoriek rond als campagnevoer.”

Valse retoriek: Trump doet voorkomen alsof zijn Democratische rivaal Joe Biden de politie wil afschaffen, wat allerminst het geval is. Deze week lanceerde zijn campagne een spotje met een angstige, witte vrouw die vergeefs alarmnummer 911 belt; het is wegbezuinigd. Slotzin: „U zult niet veilig zijn in Joe Bidens Amerika.”

Trump twitterde: „De radicaal linkse Democraten, die totale controle over Joe Biden hebben, zullen het land zoals wij dat kennen, verwoesten.” Waarmee de inzet van federale agenten wordt verheven boven simpelweg misdaadbestrijding. Het is een morele kwestie, het gaat om de verdediging van „het land zoals wij dat kennen”.

bekijk ook: Onvrede groeit over inzet paramilitairen in Portland