Lockdown heeft Nederland zonniger gemaakt

Meteorologie Tijdens de lockdownperiode bereikte meer zon het aardoppervlak door afgenomen luchtvervuiling. Dat blijkt uit voorlopige berekeningen van het KNMI.

Het was dit jaar zonnig op Koningsdag. Door de uitbraak van het coronavirus waren er in het Vondelpark geen festiviteiten georganiseerd.
Het was dit jaar zonnig op Koningsdag. Door de uitbraak van het coronavirus waren er in het Vondelpark geen festiviteiten georganiseerd. Foto Sem van der Wal/EPA

Het coronavirus heeft Nederland letterlijk zonniger gemaakt. Dat blijkt uit voorlopige berekeningen van Pier Siebesma, hoogleraar Atmosfeer, weer en klimaat aan de TU Delft en medewerker van het KNMI. Samen met postdoc Marieke Dirksen onderzoekt hij of sinds medio maart, toen in Nederland de lockdownmaatregelen werden afgekondigd, meer zonnestraling het aardoppervlak heeft kunnen bereiken. Dat blijkt inderdaad het geval, laten ze weten. Tussen medio maart en medio juni lag de gemeten zonnestraling 2,5 procent hoger dan het gemiddelde over dezelfde periode in de afgelopen vier jaar. Ze zijn bezig hun bevindingen op papier te zetten en het als wetenschappelijk artikel bij een tijdschrift in te dienen.

Dat de gemeten zonnestraling is toegenomen heeft volgens de twee onderzoekers te maken met de luchtvervuiling, die door de lockdownmaatregelen is afgenomen. Het vliegverkeer viel zo goed als stil, het wegverkeer halveerde min of meer, en ook de industriële activiteit nam af. De uitstoot van vliegtuigen, trucks, auto’s, fabrieken vormt zogeheten aerosolen, deeltjes die zonnestraling kunnen tegenhouden.

Wat het lastig maakt is dat ook een veranderende bewolking effect heeft op de invallende zonnestraling. Siebesma en Dirksen hebben dat ondervangen door alleen gegevens te gebruiken van onbewolkte uren. „En we kijken alleen naar momenten dat de zon schijnt. Dus de nachten nemen we niet mee”, zegt Dirksen.

Verder analyseren ze de windrichtingen. Het zou namelijk kunnen dat de wind tussen medio maart en medio juni dit jaar opvallend vaak uit het noorden kwam, uit gebieden met een relatief schone lucht. Wind uit het oosten, of zuidoosten, voert lucht uit sterker geïndustrialiseerde gebieden aan, die meer aerosolen bevat. Maar de eerste analyses, zegt Siebesma, lijken hun hypothese te ondersteunen. Op dagen dat de wind uit het oosten komt, is het verschil tussen de nu gemeten zonnestraling en het gemiddelde, groter dan wanneer de wind uit het noorden komt. Daaruit leiden ze af dat de lucht uit het oosten over de gemeten periode een stuk schoner was.

Siebesma hoopt het onderzoek breder te kunnen gebruiken. In de klimaatwetenschap is het een grote vraag welke invloed aerosolen hebben op de opwarming van de aarde. Tot nu toe is daar alleen maar met modellen aan gerekend, zegt hij. „Het lijkt erop dat we dit misschien experimenteel kunnen bepalen dankzij corona.”

Lees ook: We kregen meer zonnestralen door het corona-effect