Opinie

Klein hondje

Tommy Wieringa

Het kwam door de sinistere ordetroepen van president Trump dat de gedachten teruggingen naar tien jaar geleden, toen de discussie woedde of Geert Wilders een fascist genoemd kon worden. Rob Riemen van het Nexus-instituut vond in zijn pamflet De eeuwige terugkeer van het fascisme van wel, Frits Bolkestein en veel anderen protesteerden. Bolkestein schreef: „Freud heeft Mussolini een van zijn boeken gestuurd met de opdracht: ‘Van een oude man die in de Duce de held van de cultuur begroet’. Heeft Wilders een dergelijk boek van een vooraanstaande intellectueel ontvangen?” Nou? Dus.

In de kantlijn van die discussie kwamen ook de negen vigerende hartstochten van het fascisme aan bod, zoals gedetermineerd door de Amerikaanse historicus Robert Paxton. Paxtons taxonomie van het fascisme kon worden gebruikt om begripsinflatie te voorkomen, maar ook om het fascisme te herkennen wanneer het zich ontwikkelde. In zijn theorie waren er twee cruciale momenten aan te wijzen in de cyclus van fascistische machtsontplooiing: de verheerlijking van en de overgang naar geweld, en het moment dat conservatieve elites zich bij de sterke man (altijd en overal een man) aansluiten om hun belangen veilig te stellen, desnoods ten koste van de rechtsstaat. Daar krijgt het fascisme de kans om een regime te vestigen.

Aan deze voorwaarden voldeed de PVV inderdaad niet, en achteraf is Wilders vooral een ordinaire racist gebleken, die mettertijd steeds mottiger wordt. Hij speelde weliswaar leentjebuur bij het fascistische discours, maar liet het voornamelijk bij ophitsing en treiterige schimpscheuten. Ernstig genoeg dat hij het politieke ambt heeft gebanaliseerd, maar de omverwerping van de parlementaire democratie en haar instituties heeft hij inderdaad niet nagestreefd.

Zijn frisgekapte opvolger en zijn volgelingen hebben al een veel scherper profiel. Frederik Jansen, voorzitter van de Baudet-jeugd en fractiemedewerker in de Tweede Kamer, betrekt zijn materiaal direct bij de bron. Op de overeenkomsten tussen het idioom van Jansen en dat van de nazi’s wees ik hier al eens: ons „verzwakte maatschappelijke lichaam” moet volgens Jansen worden gered van de ondergang met „noodzakelijke hardheid, overwinningsdrang en zelfs overheersingsdrang”, een anempathische echo van een aantekening van Hitler: „Sluit het hart tegen sympathie. Wrede actie. [...] De sterkste heeft het recht. De grootste hardheid”.

Mei jongstleden bleek uit onderzoek van HP/De Tijd dat die overeenkomst niet toevallig is. Een oud-leidinggevende van Jansen bij de gemeente Westland verklaarde dat Jansen in discussies de Holocaust relativeerde en de prestaties van nazi-Duitsland idealiseerde: „Hij was gefascineerd door de economische formule in de dertiger jaren van de nationaalsocialisten en sprak meermalen zijn overtuiging uit dat dit tot een economisch succes en bestendiging van het systeem op wereldschaal had kunnen leiden als de militaire nederlaag van het Derde Rijk voorkomen had kunnen worden.”

De taxonomie van Paxton scherpt de blik voor de geweldsfunctie bij opkomende populistische bewegingen. Toen het stabiele genie Baudet onlangs partijkranten uitdeelde op de markt in Den Bosch, voerde zijn ordedienst de enige aanwezige betoger af en hield hem een kwartier lang gekneveld met zijn arm op zijn rug en zijn gezicht op de grond. Eenvoudigweg omdat hij met zijn ludieke protest (een oud-papierbak voor de kranten) onschadelijk in de weg stond bij een fotomoment. (Toine Heijmans berichtte er tweemaal over in de Volkskrant.) Toen er even later een geblindeerd busje kwam voorrijden, was het fotomoment alweer voorbij en zei een van de beveiligers: „Nou hoeft het niet meer.” Daarop lieten ze hem gaan. Een ordedienst, daar begint het altijd mee, en geblindeerde voertuigen. Het ongrondwettelijke geweld tegen de betoger in Den Bosch prefigureert dat van de huidige ordedienst van Trump, een geheimzinnige paramilitaire organisatie die betogers tegen politiegeweld aftuigt en afvoert in ongemarkeerde auto’s.

Eens sprak ik een benedictijner monnik die graag gedichten schreef. Toen hij intrad, gaf de abt hem een waarschuwing mee: „Zorg maar dat de poëzie een klein hondje blijft.”

Voor Baudet geldt hetzelfde: laten we hopen dat hij een klein hondje blijft.

Tommy Wieringa schrijft elke week een column op deze plaats.