Burgemeester Hubert Bruls, voorzitter van het Veiligheidsberaad, na afloop van overleg over coronamaatregelen met burgemeesters van de 25 grote gemeenten.

Foto Jeroen Jumelet/ANP

Interview

‘Het zou heel raar zijn als voor Nijmegen een mondkapjesplicht zou gelden’

Hubert Bruls | Voorzitter Veiligheidsberaad Hubert Bruls werd de afgelopen maanden hét gezicht van de noodverordeningen, van burgemeesters die boetes voor samenscholing lieten uitdelen en die cafés sloten. „Er moet bij de bevolking een gevoel van urgentie zijn.”

Het voelt weer als maart, zegt Hubert Bruls. Nederland is „weer bij de les” na de stijgende besmettingsaantallen die het RIVM dinsdag publiceerde.

Sinds die dag krijgt hij ook weer te horen dat hij véél te soepel is met handhaven. Terwijl, zo vertelt Bruls, burgemeester van Nijmegen, hij de afgelopen drie maanden juist werd uitgemaakt voor „nazi-minister” en „dictator” vanwege alle inperkende maatregelen.

„Vorige week vrijdag kreeg ik er nog van langs in de media dat hier in Nijmegen de meeste boetes waren uitgedeeld. Vorige week, hè. Dat ik een kroegje twee dagen sloot, was al erg.”

Bruls (CDA) werd de afgelopen maanden als voorzitter van het Veiligheidsberaad, het overleg van de voorzitters van de 25 veiligheidsregio’s, hét gezicht van de noodverordeningen, van de burgemeesters op wier last boetes voor samenscholing werden uitgedeeld en die cafés sloten. Op zijn werkkamer op het Nijmeegse stadhuis (waar een portret van Elvis – „there is only one king” – prominenter prijkt dan dat van koning Willem-Alexander) blikt hij terug op die maanden.

Maar eerst gaat het over mondkapjes. De Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb heeft een etmaal eerder gepleit voor verplichte invoer van mondkapjes. En Bruls is het niet met hem eens. Hij noemt het als generieke maatregel „erg bezwaarlijk en vooral niet effectief”.

Hij verwijst naar het RIVM, dat het gebruik van mondkapjes niet adviseert. „Maar los van de wetenschappelijke discussie of het zin heeft: we moeten even met de voetjes op de grond blijven. Het is zorgelijk dat het aantal besmettingen verdubbeld is. Maar het gaat nog steeds om lage aantallen, geconcentreerd op bepaalde plekken. In het oosten en noorden is er weinig veranderd. Het zou heel raar zijn als er hier voor Nijmegen een mondkapjesplicht zou gelden. Dan heb ik echt geen verhaal, vind ik zelf.”

„De besmettingen die we nu hebben, dat gaat om (familie)feestjes. Het heeft niks te maken met shoppen bij de Hema. De koopgoot in Rotterdam heeft toch niet die uitbraken veroorzaakt?

Lees hier een reconstructie van de eerste maanden van de crisis

„Als we zo’n maatregel voor het hele land gaan invoeren… We zijn er niet op voorbereid, dan moeten alle handhavers opeens een nieuwe regel gaan handhaven. Nou, dan wordt het wel bonnen schrijven, vermoed ik.”

Het klinkt alsof u het in het Veiligheidsberaad hier niet over hebt gehad?

„Nee, natuurlijk hebben we daar niet over gesproken. Daar was geen aanleiding voor, er is niemand die heeft voorgesteld ‘kom laten we eens de mondkapjes gaan invoeren’. Er ligt geen advies van het Outbreak management Team. De cijfers zijn zorgwekkend, dat vind ik ook. Maar laten we naar de analyse kijken en nou niet direct een nieuw middel uit de kast halen.”

Onder burgemeesters is het verplicht stellen van mondkapjes niet „per se de heersende mening”, zegt hij. Maar verder zijn ze „best eensgezind”.

Er ontstaat nu veel publieke druk over het gebruik van mondkapjes in sommige omstandigheden. Hoe moet het bestuur reageren op die druk?

„De besluitvorming is aan het kabinet. Voor de Veiligheidsregio’s gelden nu geen extra landelijke maatregelen, maar regionaal maatwerk is wél mogelijk. Een mondkapjesplicht kan een Veiligheidsregio samen met een gemeente bepalen en uitvoeren, van communicatie hierover tot de handhaving ervan.”

In februari dachten de 25 burgemeesters in het Veiligheidsberaad nog dat ze het dit jaar vooral zouden hebben over de grote hervorming van de brandweer. Dát was het grote thema van 2020. Het liep anders. Begin maart kwam de uitvoer én handhaving van de maatregelen om de verspreiding van Covid-19 tegen te gaan bij hen te liggen.

Bruls is trots op hoe het is gegaan. „Ik vind echt dat het als een tierelier is verlopen. We hebben niet de noodtoestand uitgeroepen, het leger hoefde niet de straat op, de bevolking ging heel goed mee met maatregelen. De meeste mensen bleven uit zichzelf thuis, de IKEA ging uit zichzelf dicht. Zo zijn we gaan rollen.”

De Coronateststraat aan de Jaargetijdenweg in Enschede. Foto Eric Brinkhorst

Maar er was toch veel verwarring? Noodverordeningen die werden aangekondigd maar er nog niet waren, onduidelijkheid over hoeveel mensen, en welke, nu een samenscholing vormen…

„Dat is het wezen van een crisis, dat dingen niet geregeld zijn. Dacht u dat het anders zou zijn als er een noodwet was gekomen in plaats van verordeningen? Dat we dan geen discussies zouden hebben?

„We hebben juist, doordat we waren ‘aangeklikt’ bij het crisisberaad van het kabinet, ergere maatregelen weten te voorkomen. Ik heb wel drie keer een definitieverandering van het begrip samenscholing tegengehouden omdat er anders iedere twee, drie weken een nieuwe definitie moest komen. Dat hebben we u allemaal bespaard.”

Werd u ook om advies gevraagd?

„Vanaf het begin heb ik me voorgehouden: wat is mijn toegevoegde waarde? Dat zit hem in de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van maatregelen. Dus over het waarom… Tuurlijk heb ik ook wel een opvatting. Maar dan ga ik op de stoel van de minister zitten.”

Maar juist op dat handhaven door de veiligheidsregio’s is kritiek. Er zou sprake zijn van willekeur, van verschillen tussen regio’s. Het eerste ontkent Bruls, het tweede geeft hij toe. „Natuurlijk zit er verschil tussen de stad en de omgeving. Het maakt nogal uit of je ergens bent waar mensen ver uit elkaar wonen, of in de stad waar groepjes jongeren steeds bij elkaar willen komen. Dat heeft niets te maken met verschillen in handhaven, maar met plaatselijke omstandigheden.”

In tegenstelling tot wat wordt gedacht, kwam het merendeel van de boetes niet van buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) maar van „politiemensen”, zegt hij. „We hebben nationale politie, maar wel gezag op lokaal niveau.”

En hij waarschuwt: als de noodwet in de herfst wordt ingevoerd, zijn lokale ontheffingen mogelijk in alle 355 gemeenten. „Degenen die diversiteit haten, kunnen zich gaan verheugen. You ain’t seen nothing yet.”

Het handhaven van het samenscholingsverbod, hoe ingewikkeld was dat?

„Normaal bekeur je iemand die z’n auto verkeerd parkeert. Maar dit was normaal menselijk leven. Mensen die niets kwaads uithaalden, maar te dicht bijeenkwamen. Een boa zei me dat ‘er een knop om moest’. En het zijn hele forse boetes hè.”

Vooral toen de versoepelingen intraden, kwamen er discussies, zegt Bruls. „Die waren goed en nuttig, maar voor de handhavers vreselijk. Er was een routeboekje om de versoepelingen fasegewijs te doen. Daar waren we als Veiligheidsberaad heel erg voor. Het werd lastiger om de samenleving in zo’n set beperkingen te houden, terwijl de coronacijfers de goede kant opgingen.

Lees ook: Regels versoepelen, discipline blijft

„Alleen, daarna is het kabinet zelf gaan versnellen op het eigen routeboekje. Die weken in juni, toen ging het heel snel. Evenementen waren verboden tot september, ineens kwam juli. Wij waren verrast.

„Je ziet het nu in de uitvoerbaarheid. Er is aarzeling zelfs bij het uitgeven van een vergunning voor een kleine dorpskermis. Dat vind ik zelf wel jammer, want ik houd van kermis, maar ik snap het wel. Dan zit je daar op een plein, met alle kroegen eromheen. In Zevenaar [Gelderland] ging de kermis open, en op maandag ging ‘ie weer dicht omdat er allerlei mensen op af kwamen.

„We willen het leven mogelijk maken, maar tegelijkertijd gelden er nog beperkende maatregelen zoals de anderhalve meter.”

Heeft u het met het kabinet over die tegenstrijdigheden gehad?

„Er is een verschil of iets moeilijk is uit te leggen of niet uitvoerbaar is. Neem de rijschoolhouders: in een auto is anderhalve meter ondoenlijk. Motorrijles dan? Dat gebeurt met twee motoren, en ze dragen ook nog een helm op het hoofd. We keken naar de noodverordening: geen enkel probleem. En die noodverordening wordt gebaseerd op een aanwijzing van het ministerie van VWS. Toen ging het ministerie van Infrastructuur en Milieu zich er mee bemoeien, die vond het kennelijk vanuit economisch motief niet eerlijk.

„Toen hebben wij toch onze zin doorgedrukt en gezegd: ga in overleg met VWS. Wij kunnen niet iets verbieden waar wij geen grond voor zien. We hadden allang door dat wij de schuld kregen dat we grondwettelijke vrijheden beperkten. Nou, wij kijken heel straight: twee motorrijders geen probleem.”

De crisis duurt nu al maanden, en al die tijd ontbrak democratische controle op dit soort tegenstrijdigheden. Is dat niet een probleem?

„Je kunt kritiek hebben op de noodverordeningen, maar die zijn er op aanwijzing van de minister van Volksgezondheid. Toon mij maar aan waar die noodverordeningen verder dan die aanwijzing zijn gegaan.

„Die noodwet is goed, omdat het parlement dan kan controleren. Anderzijds, het parlement heeft natuurlijk wekelijks gedebatteerd, heeft moties aangenomen. Als die wet van kracht is, is er formeel iets veranderd. Of er materieel iets verandert, daar kan je een vraag bij hebben.

„En lokaal, qua juridische besliskracht, is het feitelijk hetzelfde. Ik ben verplicht om te doen wat het Rijk zegt. Dan gaat het om de lokale ruimte die de wet je geeft. Wordt die beperkt? Dan moet het Rijk gedetailleerde kenmerken opschrijven, maar dat wringt in een crisis waarin je flexibel moet handelen.

„Dat speelt ook bij de mondkapjes. In Amsterdam maken ze zich zorgen over groepen jonge toeristen, de Rotterdamse collega is bezorgd om besmettingen in zijn regio. De oplossing zou zijn: geef lokale en regionale ruimte om te reageren.

Dus lokaal mondkapjes?

Lees ook: Mondkapjesplicht? De Tweede Kamer vindt het ‘nog te vroeg’

„Nou ja, het vraagt ruimte. Anders moet de minister dit soort afwegingen maken voor elk incident in Amsterdam, Rotterdam, Nijmegen en Tytsjerksteradiel. Ik denk dat je je in de vingers gaat snijden als je het teveel landelijk gaat voorschrijven.”

Het succes van de maatregelen, benadrukt Bruls, die even extra voorover leunt, ligt niet bij de handhaving, maar bij het gevoel onder de bevolking dat die maatregelen nodig zijn. „Er moet een gevoel van urgentie zijn.”

Dat is het enige voordeel van de oplopende besmettingscijfers. „Iedereen is weer even bij de les”. Want de herfst moet nog komen. „Er wordt dan toch meer geniest en gesnuft dan in de zomer, waarin we buiten kunnen zijn en afstand kunnen houden. In die zin is een winkelstraat in de zomer te prefereren boven een feesthal in november. En op 11 november begint het Carnaval vieren.”

Correctie (27 juli 2020): In een eerdere versie van dit artikel ging het over „alle 335 gemeenten”. Nederland telt op dit moment 355 gemeenten. Dat is hierboven aangepast.