Naomie Pieter

Foto Annabel Oosteweeghel

Interview

‘Het verwijt was: jij bent niet zwart genoeg’

Zwart en queer Toen Naomie Pieter bij de antiracisme-beweging betrokken raakte, kreeg ze het verwijt dat ze niet zwart genoeg was. ‘Omdat ik queer ben. Dat wordt gezien als een ziekte van de witte mens.’

Naomie Pieter (30) loopt als een danser: soepel en lenig. Ze wás ook een danser, nu is ze meer choreograaf. Zo is ze ook opgeleid. De Black Queer & Trans Resistance demonstratie die zij deze zaterdag organiseert, ziet ze als een choreografie. Sowieso al, maar door het coronavirus nóg meer. Duizend mensen lopen op afstand van elkaar in een protestmars van het Oosterpark naar het Museumplein in Amsterdam, waar meer mensen kunnen aansluiten en luisteren naar de sprekers. Pieter: „Het is een sociale choreografie. Organizing body, space and time. Wie loopt voorop, wat zijn de visuals, wat is het decor?”

Eerder dit jaar won Pieter het Roze Lieverdje voor haar activisme als ‘queer, antiracistisch en performancekunstenaar’. De tweejaarlijkse prijs voor emancipatie van lhbt’ers is een initiatief van GroenLinks in Amsterdam.

Deze hele week volgen, mede dankzij Pieters inzet, Black Pride-evenementen elkaar op. Black Pride-dansfeesten, een bal, Erotic Club: Hall of Heathens, een Caribisch Black Pride-feest. De serie wordt contemplatief afgesloten met een Black Pride Healing met psychiater Glenn Helberg. Vanwege corona zijn de bijeenkomsten alleen toegankelijk voor een select aantal genodigden. Anderen kunnen – na een screening – online aansluiten.

Pieter noemt zich queer, dat letterlijk ‘vreemd’ betekent. Het woord was ooit een scheldwoord voor homo’s, maar inmiddels is het een uitdrukking die staat voor het doorbreken van ‘binair genderdenken’: ‘queer seksualiteit’ is fluïde en niet te vangen in traditionele termen. Soms wordt het woord ook gebruikt als een parapluterm voor de hele lesbische, homo- en transwereld (lhbti). Of ook heteroseksuelen zich queer mogen noemen is onderwerp van fel debat. ‘Cis’ is trouwens de tegenhanger van ‘trans’. ‘Cis’ wordt gebruikt om te voorkomen dat mensen die niet van geslacht zijn veranderd ‘normaal’ worden genoemd.

We hebben net de overweldigende Black Lives Matter-protesten meegemaakt. En nu zijn er protesten van zwarte queers? Waarom?

„Omdat het nodig is. Er is veel agressie en geweld tegen zwarte queers. Die realiteit wordt genegeerd. Ik wil daar awareness voor kweken. Er is net een strafeis in de zaak van Orlando Boldewijn, de Rotterdamse zwarte tiener die verdween na een afspraakje via homo-app Grindr. Toen hij verdween, duurde het tien dagen voordat er een amber alert werd uitgedaan. Tien dagen! Stel je voor dat het een blond tienermeisje was geweest met blauwe ogen. Binnen tien minuten was de alert verzonden.

„We zijn allemaal opgestaan na de dood van George Floyd. Maar twee dagen later werd zwarte transman Tony McDade in Florida door de politie gedood. Hebben jullie van hem gehoord? Nee, de media besteedden er nauwelijks aandacht aan. Ook de Black Lives Matterbeweging niet.

Zwarte mensen steunen zwarte queers niet?

„Lang niet altijd, het is een probleem met een lange geschiedenis. In de zwarte Caribische cultuur is homoseksualiteit taboe. Het wordt gezien als a white man’s disease, een ziekte van de witte mens. Maar ik zie dat taboe niet als onderdeel van mijn Caribische cultuur. Het is het gevolg van hoe het denken vervormd is door het kolonialisme. Christendom werd opgedrongen en daarin was homoseksualiteit verboden.”

In de ‘oer-zwarte cultuur’ was seksualiteit meer fluïde, minder masculien bepaald?

„Nee, nee, dé oer-zwarte cultuur bestaat niet. We zijn geen homogene groep. Wat ik wil zeggen is dat er natuurlijk wel degelijk homoseksualiteit was! Je kan je afvragen waarom de kerk zoveel moeite deed om homoseksualiteit uit te bannen. Als het niet bestond, waarom zou het dan moeten worden afgekeurd? De zwarte gemeenschap doet nu alsof het er nooit was.”

Waarom zeg jij dat het er wel was?

Ze aarzelt even. „Hoe zal ik het uitleggen. In Suriname bestond, en bestaat nog steeds, in de arbeidersklasse de mati-cultuur. Dat is liefde tussen vrouwen waar ook bepaalde seksuele handelingen bij horen. Het zijn intieme relaties, terwijl die vrouwen ook vaak een man hebben. Die vrouwen identificeerden zichzelf niet als lesbisch. Je moet het zien als een minder rigide vorm van seksualiteit. De vrouwen die zo’n relatie hadden noemden zichzelf ‘mati’s’. Dan wist iedereen genoeg, zonder dat het benoemd werd. ‘Oh, dat zijn mati’s.’ Als je erover zou praten, dan zou het worden afgekeurd. Een soort geheime gemeenschap, maar niet helemáál geheim. Op Curaçao werden ze kambrada’s genoemd.”

En jij gaat dat zwijgen doorbreken?

„Ik wil een bepaalde bewustheid creëren. Dat we er zijn. En dat we dus niet het gevolg zijn van een of andere white man’s disease maar dat we er altijd al waren. En dat we onszelf willen zijn. Dat is een nieuwe manier van het zwart-zijn beleven, zeker. Dat is niet voor iedereen vanzelfsprekend, ook niet in de antiracisme-beweging.

We zien een zwarte bewustzijnsbeweging opkomen met Black Lives Matter. Jij vindt die dus te beperkt?

„Ja, er is niet één manier van zwart zijn. Er is niet één identiteit. Je kan ook nerd zijn én zwart. Waarom niet queer en zwart? Ik heb niet één identiteit. Ik heb de zwarte identiteit niet bedacht. Het is de wereld die mij zwart maakt. We zijn allemaal racialized, tot ras gemaakt. Het is niet mijn keuze, maar het is wel een realiteit. En nu zitten we met die raciale labels. De identiteit die ons is opgedrongen, moeten we benoemen, om het uiteindelijk te kunnen afwerpen. Dat is de strijd die we voeren. En die strijd is eindig. Daarom draag ik die labels.”

Het heeft iets geks dat je eerst labels moet plakken, om ze daarna af te kunnen werpen?

„Ja, ik zou het liefste Kumbaya zingen met iedereen. Maar de queers moeten zich eerst emanciperen. Je wilt naar een utopie, maar daar zijn we nog niet. Om de discriminatie te doorbreken moet je eerst awareness creëren, en van daaruit een strijd voeren. We zijn allemaal mensen. Mijn menszijn is evenveel waard als het menszijn van andere mensen.

„Ras bestaat niet. Dat is een feit. We zijn allemaal mens, Homo sapiens. Dat denken in termen van ras is een erfenis van de kolonisatie en slavernij. I wished it wouldn’t be like this. Maar het is zo. Vóór de slavernij werden mensen niet ingedeeld naar ras, maar werden andere kenmerken belangrijk gevonden: de plaats waar iemand vandaan kwam, bijvoorbeeld.”

Lees ook: Dit is hoe racisme je leven tekent

Krijg je binnen de antiracisme-beweging wel eens het verwijt dat je de zwarte strijd ondermijnt?

„Ja. Het verwijt is: Je bent niet zwart genoeg. Omdat ik ook queer ben. Daar loop ik tegenaan, absoluut. Ik kwam daar langzaam achter toen ik bij de antiracisme-beweging betrokken raakte. Je raakt bevriend met mensen en dan zie je dat ze op Facebook fel uithalen naar queers. Het is lastig om daar niet tegenin te gaan; het zijn mijn broeders en zusters die zich tegen mij keren. Maar je moet compromissen sluiten, ook binnen de beweging. Ik heb een doel voor ogen en navigeer tactisch.”

Zou je kunnen zeggen dat je binnen Black Pride een subcultuur bent begonnen?

„Ja en nee. Mijn missie is to unite my people. Heel Hollands eigenlijk. Maar de queers hebben ook een plaats. Not only cis-lives matter. Black Translife Matters too.”

Kreeg je deze opvattingen van huis uit mee?

„In mijn jeugd stonden Antillianen gelijk aan bolletjesslikkers en criminaliteit. Ik ben opgevoed door mijn moeder én door mijn zus die dertien jaar ouder is. Vooral van mijn zus kreeg ik een soort Curaçaos bewustzijn mee; Tambú muziek bijvoorbeeld. Mijn moeder hield meer van R&B. De spiritualiteit, dat kwam meer van mijn moeder. De Curaçaose keuken ook. Ik kreeg de trots en kracht van deze twee vrouwen mee. Over seksuele identiteit werd weer minder gesproken, zeker door mijn moeder niet. Mijn zus was daar veel losser in.” 

Wanneer ontdekte je dat je queer was?

„Ik was zestien toen ik uit de kast kwam. Het was een schok voor mijn moeder. Het was tegen het geloof, van de duivel! Wat gaat God dan wel niet van je denken! Mijn broer vroeg of ik dan trio’s ging doen! Yo bro, wat denk je! Dat was allemaal heel moeilijk, met al die vervelende opmerkingen. Mijn vader vond het belachelijk. ‘Ik zal het wel uit je slaan’, zei hij.

„Ik snap ook wel dat ouders daar doorheen moeten. Ze hadden een droom, en die crasht als het allemaal anders blijkt te zijn. Het is goed gekomen. Ik was op Curaçao met mijn moeder toen mijn tante zei dat ik nu wel eens moest trouwen. Mijn moeder ging me verdedigen!”

„Mijn vader vindt het nog steeds erg ingewikkeld wat ik zeg over genderidentity. Dat snap ik. Het is een proces, je moet iedereen de tijd geven eraan te wennen. Maar I educate! Inmiddels is ook mijn vader heel supportive.”

„En weet je wat mijn oma op Curaçao ineens zei? Dat het toch belachelijk is om er een probleem van te maken dat ik op vrouwen val. Je mag houden van wie je maar wil, zei ze. En daar gaan wij dus voor demonstreren.”